Kom als je tegendeel en ga je te buiten

Joyce Roodnat

Cecil Beaton en Anthony van Dyck in Salisbury, en de expositie ‘Een zee van glas’ in Leerdam.

Een Silicon Valley-nerd mixte álle noodzakelijke voedingsmiddelen tot één drank. Hoef je nooit meer te eten. De nerd noemde zijn hou-me-vast-ik-heb-iets-geweldigs-bedacht-drank ‘Soylent’. Had hij dat maar even gegoogled. Dan had hij geweten van Soylent Green, filmklassieker uit 1973. Speelt zich af in 2022, wat toen de verre toekomst was: de aarde is overbevolkt en het voedselprobleem wordt opgelost met de productie van ‘Soylent Green’. ‘Green’ omdat het plankton zou zijn. Maar nee, het is ‘soylent’. Wat dat is? Een papje van mensenvlees.

Arme nerd. Pech.

Ik sta zelf ook raar te kijken, in Salisbury, waar ik ben omdat er maar liefst twee tentoonstellingen over Cecil Beaton zijn. De ene in het Salisbury Museum. De andere in het landhuis Wilton – en dat wilde ik toch al bezoeken, aangezien ze daar 14 portretten van de schilder Anthony van Dyck hebben.

Die hangen er, en hoe. Alleen al het portret van de Countess of Castlehaven is een reden voor een reis. Uit 1635. Een waardige jonge vrouw, evident van goeie komaf. Maar het schilderij is ook vreemd. De countess staat in een dofbeige leegte en op haar linkerarm waait een blauwzijden shawl op, in een vreemde vorm, net of ze een monsterlijke zuigeling draagt. Van Dyck schilderde haar of ze een stap naar achteren doet, wég van wie het doek bekijkt.

Later lees ik dat ze door haar aanstaande schoonvader is misbruikt en dat ze vervolgens met de nek werd aangekeken. Van Dyck hield zich altijd gedeisd. Hij werd hooggewaardeerd maar hij kende zijn plaats. Hier zie ik toch een glimp van de aartsschilder die zich bewust was van de stille kracht van de kunst.

Nu Cecil Beaton. Ik ben gekomen voor de Britse fotograaf die vanaf de jaren dertig tot in de jaren zeventig een ijkpunt was voor de mode- en de glamourfotografie. Auteur van vele boeken, ontwerper van de uitzinnige hoeden en japonnen (de Ascot-scènes!) voor My Fair Lady.

Nu ja, ik zag die twee exposities al voor me. Maar in Salisbury gaat het maar over één ding: de feesten die Beaton in de jaren dertig in deze regio gaf, in en om het country house Ashcombe (later betrok Madonna het, haar ex Guy Ritchie woont er nog).

Even ben ik teleurgesteld. Dan besef ik wat ik hier zie: Beatons werkelijke levenswerk. Betaald met zijn foto’s voor Hollywood en Vogue, en de overtreffende trap van die beroemde foto’s. Alleen zijn Modess-damesverbandreclames kunnen er misschien aan tippen: superluxe foto’s zonder spoor van dat verband, met vrouwen in onwaarschijnlijke avondjurken. Slogan: ‘… Daarom’.

De feesten in Ashcombe duurden drie dagen en nachten en hadden thema’s als ‘Kom als je tegendeel’ (met de zwijgende-filmster Tallulah Bankhead als haar concurrente Marlene Dietrich) of ‘Famous Beauties’ (Gone with the Wind-japonnen met stroken van cellofaan). Beaton componeerde ze volledig, van de aankleding van Ashcombe (enkele ontwerpen zijn er nog, niks was te gek) tot en met de compromisloze kostuums voor zijn gasten.

In Salisbury gaat het over niet minder dan de waarde van vluchtige kunst. „It is sad how little one remembers of a succesful party”, noteerde Beaton op 10 juli 1937. Jammer is het ook, dat hij deze exposities niet meer meemaakt. Zijn feesten zijn voorbij. Maar hij verrichtte iets groots, het blijkt alleen al uit zijn krankzinnige snapshots. Hoewel, snapshots? Ook die ensceneerde hij. Hij vond de werkelijkheid te mooi om aan het toeval over te laten.

Ik moet aan zijn weelde zonder grenzen denken in Leerdam, in het Glasmuseum. Voor de expositie Een zee van glas lieten kunstenaars zich inspireren door de zeedieren die zoöloog Ernst Haecke vaak letterlijk aan het licht bracht. Beaton had het prachtig gevonden. Ook dat aquarium met echte kwalletjes, transparant als glas, bewegend als briesjes.