Kampioen sessiemuzikant

Hij speelde als sessiemuzikant op 2.800 nederpopplaten. En hij was bandleider van Casey & The Pressure Group, de popgroep die eind jaren zestig een reeks onweerstaanbare platen maakte. Die zijn nu opnieuw uitgebracht op vinyl.

Een selectie uit de bijna 3.000 nederpopplaten waar Cees Schrama aan meewerkte Foto Roger Cremers

De Nederlandse Booker T & The MG’s werden ze genoemd. Tussen 1967 en 1970 maakten Casey & The Pressure Group een reeks onweerstaanbare platen, overwegend instrumentaal, met het dampende orgel en de funky piano van bandleider Cees Schrama in de hoofdrol. Soulkenner Sjeng Stokkink verzamelde zestien hoogtepunten op een schitterend uitgevoerde vinylplaat in de serie Dutch Rare Groove. Swingender muziek werd in Nederland zelden gemaakt.

Behalve bandleider van een popgroep met jazz- en soulinspiratie was Cees Schrama een van de meest gevraagde sessiemuzikanten van het land. Hij speelde op een kleine drieduizend plaatopnamen waarvan er zeker veertig hoog in de hitparade eindigden. Van Willy Alberti’s De glimlach van een kind tot How do you do van Mouth & MacNeal, van The Golden Earrings’ Dong-dong-di-ki-di-gi-dong tot Malle Babbe van Rob de Nijs: Schrama was erbij en drukte zijn stempel op de muziek. De karakteristieke elektrische pianoriff uit Shocking Blue’s Venus is van hem en op platen van de Outsiders, Tee Set en The Motions was Schrama de door de wol geverfde muzikant die het verschil maakte.

Op foto’s uit de jaren zestig oogt Cees Schrama excentriek, met zijn eeuwige pijp en nette maar frivole bloemetjesdassen. Cornelius Martin Schrama, geboren op 18 december 1936 in Den Haag, speelde jazz en studeerde braaf voor zijn MO Engels toen hij door manager Freddie Haayen van (toen nog) The Golden Earrings gevraagd werd om piano en orgel toe te voegen aan het nummer In my house. „Die jongens hoorden mij spelen en renden meteen de controlekamer uit. ‘Niets meer aan doen’, riep George Kooymans, ‘zo is het helemaal goed’.” Het werd de start van een langdurige relatie met de Earring(s), die onder meer leidde tot zijn bijdrage aan het door Kooymans geschreven Seasons van Earth & Fire.

Cees Schrama vertelt graag en gedetailleerd over zijn sessieverleden. Indertijd kreeg hij het vorstelijke bedrag van 100 gulden voor een paar uur werk. „Toen ik werd voorgesteld aan Rinus Gerritsen en George Kooymans had ik geen flauw idee wie de Golden Earrings waren. Ik kwam uit de jazzhoek en het vak van sessiemuzikant bestond nog niet. Alle andere muzikanten die ik in studio’s tegenkwam zaten in orkesten als The Skymasters. Die kwam je nauwelijks tegen bij opnames van rockgroepen. De meeste studio’s waren in het Gooi, maar de werkelijke rockscene speelde zich af in Den Haag met groepen als The Haigs, The Motions, Group 1850 en de Earrings. Het hielp dat ik Hagenees was en dat ik gevoel had voor de muziek die ze maakten.”

Het hammondorgel kende geen geheimen voor Schrama, nadat hij eerder in het orkest van Ted Easton voor Amerikaanse militairen in Frankrijk had opgetreden. „In zo’n orkest moest je alles met zes man doen, dus ik speelde viool, trompet, trombone, gitaar, piano, orgel, celesta, vibrafoon, alles. Voor die Amerikanen moest je zowel Fats Domino als Glenn Miller kunnen vertolken. Het publiek was strikt gescheiden, vaak letterlijk met een muur tussen de zwarten en blanken. Tijdens onze concerten werd er soms stevig gevochten. Als band hebben we nog wel eens achter de instrumenten moeten schuilen.”

Zijn eerste soloplaat The Beast and I maakte hij onder de naam Crazy Casey, met The Golden Earrings als begeleidingband. Die konden natuurlijk niet mee op tournee, dus werden Casey & The Pressure Group opgericht met Joop Scholten op gitaar, Piet Hein Veening op bas en Louis Debij op drums. „Allemaal fantastische muzikanten die ik al kende uit het circuit. Booker T was een invloed, maar ook Jimmy Smith en Lou Bennett uit de jazzhoek. Comin’ home baby werd de tune van het radioprogramma van Tom Collins op Veronica. Venus hebben we na de hit van Shocking Blue zelf ook nog een keer opgenomen, met nadruk op het pianoriffje dat ik erbij verzonnen had. Gespeeld op een Hohner clavinet, zo’n schel pianootje. Stevie Wonder had er ook een.”

Cees van Leeuwen, de manager van Shocking Blue, stelde Schrama voor de keuze: een vast bedrag of een kwart procent van de royalty’s van Venus. „Wist ik veel dat het zo’n wereldhit zou worden. Voor hetzelfde geld werd het een flop en dan zou ik voor niks gewerkt hebben. Achteraf een slechte keuze, want een kwart procent van al die miljoenen zou mij heel wat opgeleverd hebben. Maar spijt heb ik daar nooit van gehad. Het was mijn werk en er moest brood op de plank.”

Na 1973 kwam het sessiewerk op het tweede plan toen Schrama presentator en bandleider werd van het TROS-radioprogramma Sesjun. Daar bleef hij meer dan dertig jaar lang de drijvende kracht. Toen in 1993 de SENA (Stichting ter Exploitatie van Naburige Rechten) werd opgericht die muzikanten betaalt voor hun bijdrage aan plaatopnamen, werd het interessant voor Schrama om uit te zoeken op welke platen hij precies te horen is. „Ik kwam tot een lijst van 2.800 opnamen, van Saskia & Serge tot een hele rits platen van The Shoes. Nog jarenlang kwam ik op de autoradio dingen tegen waar ik mezelf op herkende. Gelukkig heb ik een goed geheugen.”

Op 77-jarige leeftijd willen zijn vingers niet meer zo snel over de toetsen. Schrama vindt het prachtig dat Casey & The Pressure Group door de plaatuitgave opnieuw in de schijnwerpers staan. Lazybones heet een swingend pianonummer. „De titel kwam van Hoagy Carmichael. Luilakken, nietsnutten betekent dat. Een grapje, want we waren de hardst werkende muzikanten van het land.”