Journalisten: vlotte praters, weinig reflectie

De nieuwe serie van Kijken in de ziel gaat over dilemma’s en werkwijze van de journalistiek. Twaalf journalisten spreken met Coen Verbraak over hun vak.

Dominique Weesie, oprichter van weblog GeenStijl en omroepvereniging PowNed, werd journalist omdat zijn moeder dat zo graag wilde. Frits van Exter, oud-hoofdredacteur van Trouw en nu hoofdredacteur van Vrij Nederland, begon zijn loopbaan met een stage bij De Telegraaf. De ouders van Marike Stellinga, adjunct-hoofdredacteur van NRC Handelsblad, lazen geen krant. In ieder geval geen landelijke krant.

Leuke weetjes uit de eerste aflevering van een nieuwe reeks Kijken in de ziel van journalist Coen Verbraak, vanaf maandag te zien bij de NTR.

In zes afleveringen praten twaalf journalisten over hun vak en zichzelf. Over hun roeping, hun dilemma’s en hun macht. Over objectiviteit, integriteit, onafhankelijkheid. Maar ook over praktische omstandigheden: welke afspraken worden vooraf gemaakt als ze een minister interviewen? De twaalf gesprekken van elk zo’n 2,5 uur, opgenomen in de bibliotheek van Artis, zijn door elkaar gesneden en thematisch geordend.

Zes beroepsgroepen gingen de journalisten voor. Verbraak (Amsterdam, 1965) begon in 2009 met psychiaters. Sindsdien volgden voetbaltrainers, advocaten, politici, artsen en topondernemers. Kijken in de ziel is een succesvol tv-format. De eerste reeks werd door critici bekroond met de Zilveren Nipkowschijf voor het beste programma van 2009. Voor zijn interview met Rijkman Groenink kreeg Verbraak de Sonja Barend Award voor het beste tv-interview. Een serie met rechters is in voorbereiding.

Anders dan bij de politici of Groenink hoeft Verbraak dit keer geen verleidingstactieken toe te passen om de geïnterviewden te laten praten. Deze journalisten zijn vlotte praters. Ze geven overal antwoord op en zitten niet verlegen om anekdotes. Klinkt leuk, maar het is ook een valkuil. Makkelijk praten betekent minder zelfreflectie, minder diepgang. Eerder een blik in de spiegel dan in de ziel.

Klopt, zegt Verbraak desgevraagd, deze serie heeft een andere toon dan die met de psychiaters of de artsen. „De ene beroepsgroep heeft meer vlees om in te bijten dan de andere. Een arts vraag ik naar zijn gesprek met een patiënt die dood gaat, een journalist naar hoe hij zijn interview voorbereidt. Dat is van een andere orde. Het gaat dit keer niet over levensvragen.”

Een cruciaal aspect van Kijken in de ziel is de montage. Voor elke aflevering van 35 minuten zit Verbraak met zijn editor zes dagen te puzzelen om alle uitspraken te ordenen en logisch op elkaar aan te laten sluiten. Het tempo ligt hoog, de geïnterviewden wisselen elkaar snel af.

Vaak werkt dat goed. Bijvoorbeeld als het gaat over de open brief die Pieter Klein, adjunct-hoofdredacteur van RTL Nieuws, schreef aan Geert Wilders na de ‘minder minder-kwestie’. Dominique Weesie vraagt Verbraak of hij RTL-journalist Frits Wester al heeft gevraagd wat die er van van vond. Bam, volgende beeld, Wester, vraag. Lange stilte, eindelijk een keer. Wester: „Ik had het graag van te voren geweten.” En: „Tel nog eens even tot tien. Dat zou ik hebben gezegd, als ze mijn advies hadden gevraagd".

Vaak zou je een geïnterviewde wel wat langer aan het woord willen zien. Verbraak: „Dit is nu eenmaal de vorm waar we voor kiezen. Montage is de enige dynamiek van het programma, verder zitten er twee mensen aan een tafel. Al die sprekers samen vormen een palet, ze zijn met elkaar verknoopt, ze vullen elkaar aan. In het begin kreeg ik kritiek dat het radio met een plaatje was. Maar dat beeld heb je wel nodig. Ik heb het een keer aan een blinde laten horen, die kon het niet volgen, het ging te snel.”

Journalisten gaan zeker kijken. Het is interessant om te zien wat collega’s vinden van de brief van Pieter Klein, het ontslag van Eva Jinek bij Nieuwsuur of de Friso-affaire bij deze krant. Geldt dat ook voor een breed publiek? Verbraak: „Bij de ondernemers was ik daar beducht voor, dat vergde kennis van zaken. Nu ben ik daar niet bang voor. Iedereen denkt dat hij verstand heeft van journalistiek; iedereen leest kranten en kijkt tv. Ik wil laten zien wat er achter de schermen gebeurt. De werkelijkheid van de media is een geconstrueerde werkelijkheid, dat realiseren kijkers en lezers zich niet altijd. Ik hoef geen dingen te onthullen, ik wil inzicht bieden.”