Jihadisme is een politieke beweging

Erken de ideeën van jihadisten en laat hun visie in de Nederlandse politieke arena horen, vindt Shervin Nekuee.

Tot voor kort was jihadisme vooral een product van moslimbrandhaarden: de gang van Arabieren naar Afghanistan, van Tsjetsjenen naar Irak en van Algerijnse waaghalzen die in Somalië en Centraal Afrika meevochten. De afgelopen jaren heeft deze gewelddadige vorm van transnationale politiek activisme onder moslims ook hier in Nederland een bloeiende markt gevonden. Onze politici, analytici en beleidsmakers weten er nauwelijks raad mee.

Dat zal niet veranderen als we vasthouden aan het twintigste eeuwse paradigma over het verschijnsel immigratie. De vanzelfsprekendheid van een steeds herstellende maatschappelijke cohesie bij een continue stroom en aanwezigheid van immigranten, de zogenaamde melting pot, is voorgoed voorbij. Het zijn juist de tweede en derde generatie Nederlandse moslims met hun Randstadtongval en -trekjes die met tientallen naar Syrië en Irak trekken om te sterven voor een ideaal, die de doorsnee-inheemse Nederlanders wezensvreemd zijn.

De op lokaal niveau geënte sociaal-psychologische analyse om extremisme te duiden, vloeit voort uit dat oude denken en de daarbij behorende beleidsmethodieken die nog steeds van kracht zijn, terwijl het internationale jihadisme geboren is uit de eigentijdse (sociale) media. Het is de dik aangezette Hollywoodromantiek met de stoere heroïek van war games die zo’n politieke aantrekkingskracht uitoefent op gedepriveerde moslimjongeren en die nationale grenzen overschrijdt. De bestaande methodieken en beleidsaanpak, ooit ontwikkeld voor het bestrijden van deviant en ordeverstorend gedrag van jongeren, zijn hopeloos micro- en wijkgericht. Ze neigen de groep te reduceren tot marginaal ontspoorde enkelingen die met iets meer ouderlijk- en welzijnstoezicht en desnoods met een tijdelijk reisverbod tot bedaren kunnen worden gebracht. De oplossing wordt ouderwets aangepakt met stage- en werkaanbod bij vroegtijdige schoolverlaters.

Al kunnen sommige gedragsprofielen van jongeren die vatbaar zijn voor radicalisering overeenkomsten vertonen met dat van kleine criminelen, hun motieven, hun geïdealiseerde waardenoriëntatie en hun sociale (media)netwerk en -niches laten een volstrekt andere dynamiek zien.

Zij zijn transnationaal en utopisch gemotiveerd. Ze voelen zich verbonden met een groter ‘wij’ en beschikken over een groeiend en geolied netwerk, dat in staat is collectieve identiteiten voorbij nationale grenzen te ontwikkelen. Inmiddels heeft het een vitale tak in Nederland.

En terwijl de bestrijding van radicaliserende moslimjongeren op dezelfde stapel terechtkomt van kleine criminaliteit, loverboys, drugshandel en verslaving, raken we klem in de blinde hoek van beleidmakers. De discrepantie tussen de aard en werking van internationale jihadisme versus de aanpak van Nederlandse beleidsmakers staat het maken van een krachtige strategie om het jihadisme te bestrijden, in de weg.

Nederlandse beleidmakers willen de polderjihadisten niet als een politiek fenomeen zien. Geheel in de lijn van het oude integratiesjabloon kunnen ze de relatief kleine groep jihadisten gemakshalve beschouwen als afglijdende, marginale, onaangepaste en gevaarlijke probleemjongeren. Zien we jihadisme wel als een politiek fenomeen, dan moeten we concluderen dat het de meest extreme vorm is van een veel wijder verspreid politiek onbehagen onder Nederlandse moslims jegens het dominante discours in de media. Ook de Nederlandse politiek is voedzame grond voor het ontstaan van jihadisme.

Tijdens de demonstratie in Den Haag afgelopen zaterdag tegen de Israëlische aanvallen in Gaza, waar honderden moslimjongeren aan deelnamen, wemelde het op de sociale media van de videoposts. Twee opvallende geluiden waren duidelijk te horen: NOS, shame on you en Timmermans, bloed aan je handen. Een niet mis te verstane aanklacht tegen mainstream media en regerende politici.

Het internationale jihadisme vindt zijn oorsprong in de corrupte en nog altijd patriarchale, tribaal georganiseerde politieke cultuur van het Midden-Oosten. Maar daarnaast groeide een wijdverspreid onbehagen in de Westerse moslimgemeenschap; een onbehagen dat begrepen moet worden in het licht van 9/11 en dertien jaren populistisch-islamofobisch politiek debat, in Nederland eerst Fortuyn, daarna Wilders.

Oorlog en menselijk leed in het Midden-Oosten zijn een bron van onbehagen voor de huidige transnationaal georiënteerde moslimjongeren. Ze verwijten Westerse landen laksheid bij het drama dat zich heeft voltrokken in Syrië; Nederlandse politici verwijten zij een op schuldgevoelens gebaseerde blinde solidariteit jegens Israël, en ook gebrek aan moed om terug te komen op schoothondjesgedrag jegens de regering-Bush jr. bij het illegitieme militaire ingrijpen destijds in het Midden-Oosten.

Maken we de overstap van het oude integratiedenken naar bestudering van de transnationale oriëntatie en de collectieve identificatie van moslims, dan kan het jihadisme op basis van Nederlandse democratische tradities soelaas bieden. Door pragmatisch met conflicterende belangen en minderheidsgemeenschappen om te gaan, de politieke representatie van minderheden en hun standpunten ruimte te geven, kunnen we ondergrondse radicalisering verkleinen en extremisme het hoofd bieden.

Geef de transnationalen en hun meervoudige solidariteit een platform en politieke vertegenwoordiging. Net zoals de radicaal-linkse SP in de jaren ‘70 dat heeft gekregen en, in onze tijd, het radicale neonationalisme van Wilders het afgelopen decennium.

Stimuleer de jonge, opkomende politieke elite onder moslims om binnen democratische kaders het onbehagen, de belangen en de grensoverschrijdende wensen van hun groep te articuleren. Geef een podium aan hun transnationale loyaliteit die afwijkt van de hoofdstroom. Onderken en erken de sympathieën van moslims, laat hun ideeën binnen de Nederlandse politieke arena horen.

Daarmee haal je de bodem weg onder wervingsactiviteiten van internationale jihadisten in Nederland. Het is de ultieme manier om de radicalen onder de transnationaal georiënteerde moslims te pacificeren – naar goed Nederlands gebruik.