Het is geen feest op de kermis

De kermiswereld voelt de crisis. Bezoekers geven minder uit, een stijgend aantal exploitanten houdt ermee op.

De Tilburgse kermis, die morgen begint, is de grootste van Nederland. Hoewel de plaatsen dit jaar gemiddeld wat goedkoper zijn, is Tilburg niet meer voor alle exploitanten te betalen. Foto Robin Utrecht

Als de zoon van een kermisexploitant uit huis gaat, krijgt hij van zijn ouders een zaak mee. Zo kwam Dirk Sipkema (45) op zijn negentiende aan een nougatsuikerkraam, waar hij heel veel soorten zuurstokken verkoopt. Sipkema staat op de Piekenkermis op de Maliebaan in Utrecht. De kermiswereld hangt van tradities aan elkaar, vertelt hij, en is heel anders dan de ‘burgermaatschappij’. Het overgrote deel van de kermisexploitanten is familie van elkaar, zegt hij. Je familie help je, je leent elkaar geld. „Zoals het vroeger ook in Nederland ging.”

Maar kermisexploitanten ontsnappen niet aan de regels en de economie van de ‘gewone’ maatschappij. Sipkema zegt dat hij in de 25 jaar dat hij zijn kraam runt, nog nooit zo weinig omzet heeft gedraaid als nu. Hij wijst naar de plukjes mensen die langs zijn kraam schuifelen: „Twintig jaar geleden spaarden mensen voor de kermis. Maar nu hebben ze een bepaald bedrag in hun portemonnee. En is dat op, dan is het op.” De jongeren van nu hoeven ook niet meer zo nodig, denkt hij. „Ze lopen wel langs, maar ze kijken liever op hun telefoon.”

Hoeveel omzet hij draait, wil hij, net als collega’s, niet zeggen: concurrentiegevoelige informatie.

Meer exploitanten stoppen met hun werk op de kermis, zegt Jan Boots, voorzitter van de Nederlandse Kermisbond. Het aantal exploitanten daalde de afgelopen jaren gestaag: van 1.005 in 2009 naar 942 dit jaar, blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel. Hoeveel geld er omgaat in de kermiswereld is niet bekend, er zijn geen exacte cijfers van. Feit is dat het publiek nog wel komt, maar veel minder uitgeeft.

Spookhuis voor 10.001 euro

Ook de Tilburgse kermis, die morgen begint, ontkomt er niet aan. Met ruim 240 attracties en jaarlijks zo’n 1,5 miljoen bezoekers in tien dagen is het de grootste kermis van Nederland. Tilburg is het hoogtepunt van het kermisseizoen, dáár willen de exploitanten gezien worden, dát is hun etalage. Toch levert die kermis ook de gemeente Tilburg, die de grond verpacht aan de exploitanten, steeds minder op.

In 2010 kwam nog zo’n 2 miljoen euro aan pachtgeld binnen. Vorig jaar liep dat terug tot 1,6 miljoen. Dit jaar daalde de opbrengst nog verder: tot iets minder dan 1,3 miljoen. De gemeente had verwacht dat de opbrengt weer zou oplopen en begrootte die op ruim 2 miljoen. Resultaat: een gat van 800.000 euro in de begroting. Dat komt doordat exploitanten steeds minder bereid zijn te betalen voor de standplaatsen. De kermis in Tilburg gaat via openbare inschrijving: de hoogste bieder wint de plaats. Dat verschilt per attractie of kraam. Er staat dit jaar in Tilburg een churroskraam voor 8.100 euro. En een spookhuis voor 10.001 euro. De duurste plek is voor een grijpmachine: 76.060 euro. Het zijn nog steeds forse bedragen, ook al liggen ze gemiddeld lager dan de voorgaande jaren. Maar ook nu de prijzen gezakt zijn willen sommige exploitanten niet meedingen in Tilburg. De risico’s zijn ze te groot.

Corry Sipkema (46) staat net als zijn achterneef Dirk op de Piekenkermis in Utrecht. Hij heeft een ‘vermaakzaak’: Projekt 1 is een enorme, schommelende grijparm met bankjes eraan. Ook al is het het eerste jaar met zijn nieuwe attractie, hij gaat hem niet uitproberen in Tilburg. „Als het een paar dagen regent, blijf je achter een verlies dat je het hele seizoen achtervolgt.” In Utrecht betaalt hij voor zijn plek 1.250 euro – maar daar mag hij maar 1 euro per ritje vragen.

Sipkema kocht de Projekt 1 met het oog op de financiën. Zijn vorige attractie, een kartbaan, moest met twaalf man worden opgebouwd. Dat duurde een paar dagen. Projekt 1 werkt met een uitklapsysteem: binnen vier uur staat -ie. Sneller verplaatsbaar, en dus meer omzet.

Extra baantjes

Sipkema financierde de attractie, die ongeveer drie ton kostte, bij een bedrijf dat gespecialiseerd is in pretparken – want bij de bank kun je niet zomaar drie ton meer lenen. Hij moet zijn lening in zeven jaar afbetalen. Zijn oma, ook werkzaam in het kermiswezen, verklaarde Sipkema voor gek. „En nu gaan we echt failliet”, zei ze. Vroeger kocht je alleen iets nieuws met geld van jezelf of van de kermisfamilie, maar dat kan met deze grote attracties niet.

„We nemen allemaal extra baantjes”, zegt Dirk Sipkema. Zelf heeft hij snoepwinkel Smikkelland in een winkelcentrum in Apeldoorn. In de winter verkoopt hij, net als zijn achterneef en veel andere collega’s, oliebollen. Sipkema zou wel willen stoppen met de kermis. „Maar met mijn andere klussen verdien ik niet genoeg en dit is het enige wat ik kan.”

Veel kermisexploitanten zien nog wel een oplossing: zij hopen dat alle Nederlandse kermissen, net als in België, tot cultureel erfgoed gekozen worden. Kermisbond Bovak is hiervoor een onlinepetitie begonnen.