Functionele versieringen

Bernard Hulsman bespreekt architectuurontwerpen die op elkaar lijken. Vandaag: De Nederlandse lamellenmode.

Links: Datacentrum AM 3 Equinix. Rechts:Woningblokken met lamellen aan de Erasmusgracht. Beide in Amsterdam.

Modes komen op, bereiken een hoogtepunt en verdwijnen dan weer. Daar komt bij architectuurmodes nog iets bij: de modeaccessoires veranderen in de loop van de tijd vaak van gedaante. Meestal beginnen ze klein en onopvallend om vervolgens uit te groeien tot in het oog springende elementen van een gebouw.

Zo is het ook gegaan met lamellen. Heel voorzichtig begon de lamellenmode een jaar of zes geleden met gebouwen als The Red Apple, de 127 meter hoge toren in Rotterdam met verticale aluminium strips op de gevels. Op zichzelf zijn de strips dun en bescheiden, maar doordat de ontwerpers van KCAP architecten ze niet alleen rood lieten verven maar ze ook in een onregelmatig, artistiek patroon op de gevels lieten plakken, bepalen ze toch het beeld.

Afgelopen jaren zijn de strips op vele gevels in Nederland uitgegroeid tot brede lamellen. In Amsterdam Nieuw-West staan sinds vorig jaar zelfs vier nieuwe woningblokken met lamellengevels naast elkaar aan de Erasmusgracht. Ze zijn onderdeel van het gigantische stedelijk-vernieuwingscomplex Laan van Spartaan.

Moeilijk te overtreffen hoogtepunt in de lamellenmode is het bijna voltooide Datacentrum AM 3 Equinix op het Science Park van de Universiteit van Amsterdam: alle gevels van dit door Benthem & Crouwel ontworpen gebouw hebben, van onder tot boven, lamellen.

Het datacentrum bestaat uit twee delen: een kleine kantoordoos en het eigenlijke rekencentrum. De vier gevels van het kantoor zijn behangen met dunne zwarte verticale lamellen die doen denken aan de stalen balken die de modernist Ludwig ‘less is more’ Mies van der Rohe na 1945 zo vaak op zijn glazen torens plakte. Het datacentrum, een lange, lage doos, heeft aan alle kanten horizontale, witte, brede lamellen.

Meestal moeten lamellen de hitte en het licht van de zon buiten houden. Maar in de vier woningblokken aan de Erasmusgracht dienen ze, opgehangen aan noordgevels, als geluidsweringen. Om de monotonie te doorbreken hebben de vier architecten ze op steeds andere manieren toegepast. Het ene gebouw is behangen met lange lamellen, waarvan de middelste breder zijn dan de buitenste, de andere heeft korte panelen gekregen die om hun as kunnen draaien en in verschillende standen staan. In weer een ander blok worden korte lamellen afgewisseld met rechthoekige glasvlakken, met een mondrianeske compositie als resultaat.

In het ornamentele gebruik van lamellen in deze blokken is goed te zien waarom ze nu zo populair zijn. Na een eeuw van modernistische, onversierde gebouwen beleefde het ornament in het begin van de 21ste eeuw in Nederland een verlate maar glorieuze comeback. Maar vele, vooral oudere, architecten hebben last van een knagend geweten. Tijdens hun opleiding hebben ze geleerd dat ornamenten in de architectuur overbodig en dus misdadig zijn, zoals de Oostenrijkse architect Adolf Loos betoogde in zijn beroemde essay Ornament und Verbrechen uit 1908. Voor gewetensbezwaarden zijn lamellen de perfecte versieringen: ze zijn functioneel.