Europese big heeft veel Aziatisch DNA

Het in Europa gefokte varken is voor een belangrijk deel Aziatisch. In het hele genoom zijn sporen terug te vinden van oriëntaalse rassen, onder meer een gen dat zorgt voor een iets groter aantal biggen per worp.

Dat schrijven wetenschappers uit Wageningen en het Britse Durham deze week in het tijdschrift Nature Communications. Ook het bedrijf Topigs uit Beuningen, bij Nijmegen, werkte aan het onderzoek mee. Ze screenden wilde zwijnen en gedomesticeerde varkens uit diverse landen in Azië en Europa. Het ging om zeventig dieren.

Het DNA van het Europese varken blijkt een genetisch mozaïek. Het voert terug op de veeteeltpraktijken aan het begin van de Industriële Revolutie, zegt Mirte Bosse, eerste auteur van het artikel. „Door de sterke bevolkingsgroei en de verstedelijking nam de vraag naar vlees destijds sterk toe.” Vooral Britse varkenshouders zochten naar manieren om de productiviteit van lokale rassen te verbeteren. Chinese varkens stonden bekend om hun superieure vleeskwaliteit (veel vet), goede moederzorg, en grotere worpen. Britse fokkers begonnen daarop Aziatische varkens te importeren.

Uit eerder genetisch onderzoek is afgeleid dat het wilde zwijn (Sus scrofa) zo’n 4 miljoen jaar geleden moet zijn ontstaan in Zuidoost-Azië. De soort heeft daarna zijn leefgebied richting het westen uitgebreid. Populaties in Oost-Azië en het westen van Eurazië zijn, onafhankelijk van elkaar, gedomesticeerd, zo’n 10.000 jaar geleden. En ruim 200 jaar geleden zijn Europese rassen dus weer gekruist met Aziatische rassen.

In hun artikel beschrijven de genetici uitgebreid één gen, AHR genaamd. Het speelt een rol bij de vruchtbaarheid van de zeug, hoe precies is niet bekend. De genetici onderzochten ruim 5.000 zeugen van Europese rassen en keken welke individuen een Aziatische variant hadden voor dit gen en welke een Europese variant. De dieren met een Aziatische variant kregen gemiddeld 0,2 big per worp meer. Dat is in commerciële termen aardig wat. Een zeug krijgt gemiddeld zo’n twaalf biggen per worp, en ze werpt in totaal zes tot zeven keer (gemiddeld 2,3 keer per jaar) voordat ze naar de slacht gaat. In een varkensleven levert de Aziatische genvariant dus ongeveer anderhalve big per zeug extra op.