Er vallen nodeloos doden bij bermongelukken

Niet de berm is gevaarlijk maar de automobilist die dan te heftig corrigeert, vindt Herbert P. Gallé

Onlangs reed ik met de auto op de Afsluitdijk richting Den Oever. In de berm aan de rechterkant van de weg lag een totaal vernielde auto op zijn kant. Politie en ziekenwagen waren er al. Hier was iemand meerdere malen over de kop gegaan. Er was geen ander beschadigd voertuig.

Ik vond later een berichtje op RTV -Noord- Holland waarin gemeld werd dat „De vrouw (…) rond 13.30 uur ter hoogte van het dorp Breezanddijk met haar wiel in de middenberm (kwam) en (…) de macht over het stuur verloor”. Het slachtoffer werd met onbekend letsel naar het ziekenhuis vervoerd.

Naar bermongelukken is veel onderzoek gedaan. De site van de SWOV (Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) gaat er uitvoerig op in. Een derde van alle verkeersdoden en een zesde van alle ernstig verkeersgewonden vallen door een bermongeval. Het loopt relatief ernstig af, met één dode per vijf ernstige ongevallen.

Uit het verhaal van het SWOV kan worden opgemaakt dat de berm gevaarlijk is. Als je daar belandt, loopt je leven gevaar. Je rijdt je te pletter tegen een boom of andere obstakels, of eindigt in een kanaal of – na drie maal over de kop – ver in de berm.

Hier is volgens mij sprake van een misvatting. De berm is doorgaans helemaal niet gevaarlijk; op een enkel obstakel langs de weg na. Veel bermongelukken gebeuren op tachtig kilometer wegen: veelal platteland, met ruimte langs de weg.

De auto op de Afsluitdijk was duidelijk gelanceerd, zoals mij dat ooit is overkomen in Frankrijk. Ik reed met een vriend over een smal met wallen omgeven landweggetje in Normandië. De vriend stuurde en reed hard; intussen vertelde hij over de verbouwing van zijn boerderij. Dat deed hij beeldend waardoor hij slordig stuurde (net als iemand die nu met de smartphone bezig is achter het stuur). Het rechter voorwiel raakte van de weg, de vriend corrigeerde de ‘fout’ en door de voorwielaandrijving, de snelheid en de hoogte van het wegdek, dat zo’n 6-8 centimeter hoger dan de berm was, werd de auto letterlijk gelanceerd, botste tegen de linkerwal, sloeg over de kop, caramboleerde terug tegen de rechterwal en schoof op zijn dak nog twintig meter door. De walletjes waren onze redding. En er was geen tegenligger.

Op 80- kilometer wegen veroorzaken gelanceerde auto’s frontale botsingen. Het was mij duidelijk dat de corrigerende reactie, het corrigeren van een vermeende ‘stuurfout’ de feitelijke oorzaak van het ongeluk was. Als de chauffeur de voet van het gas had gehaald op het moment dat het wiel in de berm raakte en de auto had laten uitlopen, was er niets gebeurd.

Het is mij een raadsel dat er aan de reactie van de bestuurder niet of nauwelijks aandacht wordt besteed. Mij lijkt het tijd voor een nationale campagne, opgezet door het SWOV, om een paniekreactie – want daar gaat het om – in zulke situaties te voorkomen. Daar kunnen veel mensenlevens mee worden gered. Zelf oefenen kan ook: rijd ergens afgelegen met geringe snelheid met de rechterwielen in de berm en dan… voet van het gas, niet remmen, alarmlichten aan en uitrijden.