De rode cijfers van Aruba vallen wel mee

Premier Mike Eman van Aruba weigert te eten, omdat Nederland zijn begroting voor 2014 niet wil goedkeuren. Er was in de media de afgelopen dagen aardig wat aandacht voor politieke kant van de zaak, voor emotie, voor staatsrecht, voor verwijten over en weer. Maar feiten en cijfers? Amper. Ja, één cijfer: 1,5 miljard euro overheidsschuld voor Aruba, een eiland dat iets groter is dan Texel. Is dat veel, is dat weinig? – geen idee.

Daarom wat cijfers erbij. De 110.500 inwoners van Aruba hebben nu een collectieve schuld van 1,5 miljard euro; voor de 16,8 miljoen Nederlanders ligt dat bedrag op 425 miljard. Omgerekend: 25.000 euro schuld per Arubaan, tegenover 13.600 euro schuld per Nederlander. Is dat erg?

Een ‘wet’ in de economie luidt dat overheidsschuld niet erg hoeft te zijn. Het gaat vooral ook om de vraag of een land die schuld kan dragen, dus: om de verhouding tussen schuld en nationaal inkomen. Zo bezien vallen de rode cijfers van Aruba wel mee: de staatsschuld van het eiland is in 2014 begroot op 76 procent van het eilandinkomen, tegenover 74 procent in Nederland.