Daar komt-ie hoor... 32 minuten te laat

Een Fransman won gisteren de Tour-etappe, maar iedereen heeft het over de laatste renner die de finish overkwam: Andrew Talansky. Hij kreeg rugpijn, stapte af, stapte weer op en begon aan een helletocht in zijn eentje.Nu is hij de held van Oyonnax.

De hitte blaakt, het asfalt smelt en nog altijd is er geen teken van Andrew Talansky. Diverse ploegbussen rijden al weg van de plaats des onheils: de Cours de Verdun in Oyonnax. Als de Amerikaanse renner van Garmin eindelijk arriveert, 32 minuten en vijf seconden na de Franse ritwinnaar Tony Gallopin (Lotto), wordt hij besprongen door cameraploegen als een jonge bruid in haar huwelijksnacht.

Onderweg naar Oyonnax was de lijdensweg van Talansky, vorige maand nog winnaar van het prestigieuze Critérium du Dauphiné, uitgebreid in beeld. Ook dat is de Tour: wie het tempo van het peloton niet meer kan volgen, begint aan een helletocht zonder weerga.

Zo’n vijftig kilometer voor de eindstreep leek het niet meer te gaan. Talansky stapte van zijn fiets en ging in het gras zitten. Hij staarde voor zich uit. Een minuut of vier zat hij op een vangrail, pratend met zijn Zuid-Afrikaanse ploegleider Robert Hunter. Zijn naam was al voorzichtig doorgestreept op de deelnemerslijst, maar hij stapte toch weer op. Uiteindelijk finishte hij net binnen de tijdslimiet, twaalf minuten na de nummer voorlaatst.

Sneu voor hem, niks aan te doen

Opmerkelijk genoeg begon Talansky’s ploeg juist te koersen op het moment dat de kopman in moeilijkheden kwam. „We hadden al heel ver van tevoren besloten op welk moment we zouden gaan rijden”, zegt ploeggenoot Tom-Jelte Slagter bij de Garmin-bus, terwijl zo’n zestig journalisten staan te wachten op de ongelukkige Amerikaan. „Op het moment dat we dat deden, wist ik niet waar Talansky was. Het is sneu voor hem. Maar we kunnen er niks aan doen.”

Een dag eerder, op weg naar Planche des Belles Filles, was al te zien dat de Groninger Slagter sterker was dan zijn kopman. Talansky viel al twee keer deze Tour: in de massasprint in Nancy en in een afdaling naar Gérardmer. Maar op de vraag of hij inmiddels niet een betere kopman zou zijn dan zijn Amerikaanse ploeggenoot, antwoordde de man uit Slochteren steeds ontkennend. Tot gisteren: Talansky had inmiddels al zo veel tijd verloren dat Slagter voor zijn eigen kans mocht gaan. Dat probeerde hij ook. Maar hij was, naar eigen zeggen, niet goed genoeg.

Werken voor de kopman

Het tekent de verhoudingen in een wielerploeg: alle renners werken voor hun kopman totdat het echt geen zin meer heeft. Bij de tweede val van Talansky reed Slagter zelfs een stukje terug omhoog om de Amerikaan zijn fiets aan te bieden, mocht dat nodig zijn geweest. In de hoop op een goede klassering van zijn kopman offerde Slagter zelfs zijn eigen kansen op ritwinst op.

Talansky en Slagter zijn beiden 25 jaar. Het grootste verschil tussen de twee is dat Talansky in het verleden al heeft aangetoond een goede ronderenner te zijn, getuige zijn zevende plaats in de Vuelta a España vorig jaar. Slagter is meer een man van de explosieve aankomsten – op die wijze won hij dit voorjaar twee etappes in Parijs-Nice. Mogelijk kan hij zich in de toekomst ontwikkelen tot klassementsrenner, tot een kopman van een ploeg in de Tour.

Slagter kan een topper worden

Zijn ploegmanager Jonathan Vaughters is het daarmee eens. Dit voorjaar zei de Amerikaan tegen NRC Handelsblad dat Slagter net zo goed kan worden als de Spanjaard Joaquim Rodríguez. Die begon ook als explosieve klimmer, maar eindigde inmiddels in alle drie de grote rondes al eens op het podium.

Als Talansky eindelijk aankomt in Oyonnax, lang nadat de rondemissen hun kusjes hebben uitgedeeld en de victoriemuziek is weggeschald, stapt hij meteen de bus in. De meute journalisten, die het afzettingslint voor de ploegbus omver gelopen heeft, moet nog even geduld hebben. Een kwartiertje later komt de Amerikaan naar buiten. „Ik heb heel erge rugpijn, maar ik wilde het gewoon tot de finish redden voor mijn ploeg.” En weg is hij weer.

Nog tien minuten later komt ploegleider Hunter met een verklaring. „Andrew heeft hoge verwachtingen van zichzelf. De beslissing om al dan niet door te rijden, is aan hem. Als het niet lukt, is het niet erg. Elke pedaalslag doet hem pijn.” Wat heeft Hunter tegen Talansky gezegd gedurende die vier minuten op de vangrail? „Ik zei: de enige manier om er te komen, is door te rijden. Zelf had ik ooit na een paar uur alweer spijt dat ik uit de Tour was gestapt. Ik zal hem nooit aanmoedigen om van zijn fiets af te stappen.”