Brautigam en Van Keulen sprankelen van plezier

Zondag hield pianist Ronald Brautigam op tv een hartstochtelijk pleidooi voor muziek op kleine schaal, voor musici die elkaar goed kennen en met intieme spontaniteit spelen voor hun eigen plezier en dat van het publiek. Gister trad Brautigam, die tijdens een aantal concerten in de Robeco Summer Nights zijn 60ste verjaardag viert, op met violiste Isabelle van Keulen, met wie hij al meer dan twintig jaar een duo vormt, en met het Württenbergisches Kammerorchester.

Op het fraaie programma stond het Concert voor viool, piano en kamerorkest (1823) van het 14-jarige wonderkind Felix Mendelssohn, een heerlijk charmant en epaterend curiosum. Een echt concert in de oorspronkelijke betekenis is het niet, er is wel wat onderlinge wedijver maar niet met het strijkorkest. Net als bij de pianoconcerten van Chopin is er slechts een eenvoudige begeleiding. Maar tegen die elegante achtergrond konden de solisten hun onbekommerd sprankelende en aanstekelijke speelplezier doen oplichten met vuurwerkachtige wondertjes.

Verder klonk neoklassieke muziek van de 20-jarige Benjamin Britten, de speelse Simple Symphony op. 4, en Tsjaikovski’s Serenade in C, een ode aan Mozart. Onder leiding van de Roemeen Ruben Gazarian werd gespeeld met kamermuzikale verfijning, exactheid en levendigheid. De muzikale zwaartepunten lagen hier in Brittens Sentimental Sarabande met subtiele en intense spanning, en in de visionaire delen Valse en Élégie, waarin Tsjaikovski’s rusteloze melancholische woelingen eindelijk even rust vinden.