We moeten ook met de hand blijven schrijven

In wat nu een prehistorisch tijdperk lijkt, bezat ik een filofax agenda, met een leren omslag waarin ringbanden losse bladzijden in toom hielden. Een hele, zij het kostbare, verbetering boven de agenda als opschrijfboekje waarvoor elk jaar een vervangend exemplaar gekocht moest worden. Bij die gewone agenda's – simpele van de Hema of beeldschone van La Pléiade – was altijd het dilemma welke maat optimaal was: een grote waar alle aantekeningen inpasten of een kleine die makkelijk in je zak paste. Voor de jonge lezertjes: bij de filofax was dat geen probleem: daar kon je namelijk allerlei extra blaadjes toevoegen, in kleur en met ruiten of lijntjes als je extra ruimte behoefte. Bovendien kon je van jaar op jaar je adressen meenemen en hoefde je die niet meer over te schrijven zoals in een echt ouderwetse agenda.

Later kwamen er nog bijzondere accessoires (bijna schreef ik: apps), zoals een liniaal, een wereldkaart, plattegronden van steden, tabellen en envelopjes. Dit alles klinkt kneuterig – en dat was het ook in vergelijking met het veelvoud aan mogelijkheden van de elektronische agenda. Afspraken en contacten delen, memo’s aan data hechten, zich herhalende afspraken in één keer vastleggen: al die dingen zijn vanzelfsprekend geworden.

Maar toch hadden die oubollige agenda’s een aantal voordelen. Allereerst kon je, doordat de bladzijdes in hun perfecte typografie niet volledig op elkaar leken maar een wirwar vormden van uiteenlopende krabbeltjes in verschillende kleuren inkt, van alles deduceren: of aantekeningen op dezelfde dag gemaakt waren, in haast,ergernis staand of zittend. Ten tweede werkten die verschillende bladspiegels het visuele geheugen in de hand. Je kon je makkelijker herinneren waar iets stond ook al was je de precieze datum vergeten. En paradoxaal genoeg maakte de mechanische handeling van het met de hand schrijven de agenda bijna overbodig. Wat er geschreven stond, wist je bijna altijd al. Dat is verleden tijd. Betekende smart destijds nog gewoon ‘verdriet’, tegenwoordig worden wij omringd door smart technology – slimme toepassingen die ons leven makkelijker moeten maken, van agenda’s tot auto’s. Zelden staan we echter stil bij de kosten van het niet meer schrijven. Integendeel, kinderen worden aangemoedigd om zo vroeg mogelijk een toetsenbord te gebruiken. Jongeren sms-en emoticons, filmpjes of foto’s in plaats van te beschrijven wat ze doen.

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat het schrijven met de hand andere en ook meerdere hersenfuncties activeert dan het typen op een toetsenbord. Dat geldt ook voor het lezen van handgeschreven teksten. Die breinactiviteit zou ook geassocieerd kunnen zijn met betere leerprestaties. Een mogelijke verklaring is dat handschrift altijd varieert en juist het herkennen van patronen in variatie belangrijk is. Door niet perfect gevormde letters moet je woorden raden en er mee spelen. Dan gaan ook associatieve betekenissen door je hoofd. Staat er ‘weg’ of ‘wag’ (wat is dat dan?) of gewoon ‘wij’? De effecten van het lezen en schrijven van handgeschreven teksten zouden zich niet alleen uitstrekken tot kinderen, maar ook tot ouderen. Schrijven, leren en geheugen hangen mogelijk samen – een reden om oudere mensen net als kinderen aan te moedigen te blijven schrijven.

In nauwelijks meer dan een decennium is het met de hand schrijven van lange teksten verdwenen, een enkele wereldvreemde literaire auteur daargelaten. We hebben allemaal elektronische agenda's die meer kunnen dan wij zouden willen. In een poging tot recalcitrantie, en omdat niets prettiger voelt dan het zachte glijden van een vulpen over glanzend papier, blijf ik in ieder geval mijn lijstjes en schema's met de hand maken.