Vermoorde pacifist in Taverne du Croissant

Het barmeisje reageert ongeïnteresseerd, zoals Parijse barmeisjes dat doen. „Ja”, mompelt ze, „het aantal bezoekers dat niet voor het restaurant komt is heel groot.” Met mobieltje aan haar oor sjokt ze van de kassa naar de enige klant die eten wil. „Soms”, zegt ze plots met stemverheffing, „bestellen die lui niets. Alsof dit een museum is.”

Hier in Taverne du Croissant, op de hoek van de rue Montmartre en, hoe kan het ook anders, de rue du Croissant, werd honderd jaar geleden de socialistische voorman Jean Jaurès vermoord. Met twee kogels maakte de nationalist Raoul Villain op 31 juli 1914 een eind aan Jaurès’ inspanningen om Frankrijk buiten de wereldoorlog te houden. Villain was „een gek”, schreven de kranten indertijd.

Met zijn modernistische interieur lijkt het eetlokaal met deze tijd niets te maken te willen hebben. Drie jaar terug werd de naam zelfs een beetje aangepast: het ‘café’ werd een ‘taverne’. Maar ook het barmeisje kan er niet omheen: behalve een immense gevelsteen, herinnert ook een kleine vitrine naast de bar aan de bebaarde staatsman. Alsof haar werkplek dan toch een museum is.

De pacifist Jaurès, oprichter en ‘politiek directeur’ van het socialistische dagblad L’humanité, parlementslid, filosofieleraar en vooral begaafd redenaar, is in Frankrijk bekend om zijn pleidooien voor de scheiding van kerk en staat, de fameuze laïcité, zijn strijd voor de sociale rechten van arbeiders en de verdediging van de beschimpte joodse kapitein Dreyfus. Hij werd tien jaar na zijn dood bijgezet in de heldengalerij van het Panthéon.

Overal zijn exposities ingericht, Jaurès is populairder dan ooit. De tafel waar hij die fatale avond om tien over half tien net zijn vork in de aardbeientaart had geprikt, is tentoongesteld in Champigny-sur-Marne, in Parijs zijn bij een wegens groot succes verlengde expositie parafernalia als schoolrapporten en arbeidscontracten te zien. En de Parti Socialiste (PS), die zich beschouwt als enige rechtmatig erfgenaam, verkoopt op het partijbureau koffiemokken met de tekst ‘What would Jaurès do?

Maar welke Jaurès memoreert Frankrijk eigenlijk?

We spraken pas een paar minuten toen de net namens het extremistische Front National (FN) verkozen burgemeester van het Oost-Franse Hayange zijn naam liet vallen. „U moet begrijpen”, zei Fabien Engelmann met ernstige blik, „dat ik een groot aanhanger van Jaurès ben”.

Vragend keek ik hem aan. „Jaurès”, vervolgde de jeugdige politicus, „vertegenwoordigt voor mij het echte links, zoals de partij van Hollande dat verloochend heeft.” Waar dat ‘echte links’ uit bestaat? „Zoals Jaurès zei: wie niets meer heeft, rest het vaderland”, antwoordde hij wijsgerig.

Nu lijkt dat citaat volgens kenners niet geheel te kloppen, maar de teneur is duidelijk: in het belang van de kleine man, verdedigden in de tijd van Jaurès ook linkse politici nog de natiestaat, terwijl Frankrijk nu door hen is uitgeleverd aan de globaliserende wereld. Om dit te benadrukken heeft een andere FN-burgervader zelfs een borstbeeld Jaurès in zijn kantoor laten plaatsen.

Ook Sarkozy ging met Jaurès aan de haal. Voor de rechtse ex-president had links „Jaurés republiek verloochend” door werkgelegenheid niet meer centraal te stellen en „vrijheid en laksheid te verwarren”. De in linkse kringen gewantrouwde PS-premier Valls deed een beroep op Jaurès om zijn belastingkortingen voor het bedrijfsleven een historisch goedkeuringsstempel te geven.

„De moordaanslag”, analyseerde de rechtse columnist Éric Zemmour vilein, „gaf betekenis aan zijn leven” terwijl Jaurès, volgens hem, vooral een mooie „prater” was die tot 31 juli 1914 weinig bereikt zou hebben. „Zonder twijfel om deze reden is hij een icoon van onze tijd geworden.”