‘Van Hove creëert de sensatie van theaterfestival Avignon’

The Fountainhead van Toneelgroep Amsterdam is juichend ontvangen in Avignon. „Dit stuk gaat ook over Frankrijk”, zegt Ivo van Hove.

Uitvoering van The Fountainhead op decour van het Lycée Saint-Joseph in Avignon. Foto Jan Versweyveld

De openluchtpremière van The Fountainhead moest nog beginnen, toen donkere wolken zich samenpakten boven de binnenstad van Avignon.

„De technici hadden aangekondigd dat ze de voorstelling meteen zouden afgeblazen als er kans op regen was”, zegt Ramsey Nasr, die in het stuk van Ivo van Hove naar de ideeënroman van Ayn Rand de onbuigzame architect Howard Roark vertolkt. De muziekinstrumenten en de videoschermen zouden geen spatje kunnen verdragen. „Maar we begonnen toch. En net toen ik met Halina Reijn een beladen naaktscène inzette, vielen de eerste druppels”, lacht Nasr. „Dat speelt niet erg ontspannen.” Reijn: „Lig je daar in je blootje als een technicus het podium opspringt en ‘arrête, arrête’ roept.”

Maar de bui zette niet door en de vier uur durende voorstelling over rivaliserende architecten en botsende kunstopvattingen kon gewoon worden volbracht. Het kritische Franse publiek gaf Toneelgroep Amsterdam om half twee ’s nachts een lange ovatie. Toen gisteravond het stuk opnieuw werd opgevoerd, bleef het de hele avond droog. Na een trits lyrische recensies in de grote Franse kranten zat de openluchttribune op het cour van het Lycée Saint-Joseph, een van de meest prominente locaties van het theaterfestival van Avignon, opnieuw tot diep in de nacht vol.

„De goede ontvangst heeft hier grote betekenis”, zegt Van Hove tevreden tijdens een anderszins vreugdeloos ambassadeborreltje onder de platanen. „Je hebt in Avignon te maken met kenners. Ik heb hier voorstellingen meegemaakt waarbij mensen halverwege onder het uitroepen van ‘dégueulasse!’ (walgelijk) opstonden en wegliepen. Het is heerlijk om voor zo’n toegewijd publiek te spelen: niemand die de trein hoeft te halen of sowieso gehaast is. Men is hier om theater te zien.”

Het is niet de eerste keer dat Toneelgroep Amsterdam in Avignon speelt. Maar Van Hoves Romeinse tragedies werd in 2008 minder positief ontvangen. „Ik was nu best zenuwachtig”, bekent Halina Reijn. „Dit festival is zo groot, het is altijd een droom geweest hier te mogen spelen. Ik kwam hier vroeger als toerist.”

Maar buiten spelen blijft „een aparte sensatie”, vindt Nasr. In het eerste uur van de voorstelling, als de schemer inzet, cirkelen tientallen zwaluwen omineus boven de bühne. „Die doen gewoon mee, net als de muren van de cour”, zegt hij. „Je voelt in de openlucht de link met de Oude Grieken: theater dat middenin het leven staat.” De aanpassingen voor de buitenlucht zijn minimaal, zegt Van Hove. Maar enig praktisch improvisatievermogen was onontbeerlijk: de stapels paperassen die in het door ontwerper Jan Versweyveld op het podium gecreëerde architectenkantoor rondslingeren, zijn vanwege de wind vastgelegd met keien uit de Rhône.

Le Monde prijst een „meeslepend stuk door de breedte en de durf van zijn teksten en zijn vorm” dat „absoluut fascinerend” is. „De Vlaming Van Hove creëert de sensatie van Avignon”, meent dagblad Les Echos en het tijdschrift L’Express noemt de voorstelling domweg „magistraal”. Ook voor de enscenering van Versweyveld, die op een groot scherm live laat zien wat de architecten tekenen, is veel lof.

Op een festival dat de afgelopen weken geplaagd werd door stakingen van kunstenaars en technici, benadrukken de linkse publicaties Mediapart en Rue89 vooral de politieke kanten van het stuk: de rol van de kunstenaar in de samenleving (heeft hij alleen rechten of ook verantwoordelijkheden?), de essentie van het scheppen en het door Rand verdedigde extreme individualisme. De strijd tussen de rigide idealist Roark en de weinig getalenteerde compromissensluiter Peter Keating roept vragen op die wellicht overal actueel zijn, maar in een met zichzelf worstelend Frankrijk grote urgentie uitstralen. „Vrijheid en dwang zijn gelijk”, concludeert Roark tegen het eind van de voorstelling.

„Dat besefte ik eigenlijk pas werkelijk toen ik tijdens de première in de boventitels met Franse vertaling woorden als égalité en fraternité zag opduiken”, zegt Van Hove. „Dit stuk gaat ook over Frankrijk, over de dromen die we koesterden over gelijkheid, over broederschap, en de samenleving waarin we beland zijn. Dat verklaart misschien mede het enthousiasme.”