Tip voor de interviewer op tv: gebruik ‘jij’ en ‘u’ door elkaar

Door sociale media en door het Engels zeggen interviewers sneller ‘jij’ tegen een gast. Het is slimmer jij en u af te wisselen.

NOS-verslaggever Joep Schreuder (r) ondervraagt bondscoachLouis van Gaal, zondag bij aankomst in Rotterdam. Foto NOS

NOS-verslaggever Joep Schreuder verwelkomt zondag bondscoach Louis van Gaal op de luchthaven van Rotterdam. Oranje is net terug uit Brazilië. Schreuder twijfelt even hoe hij de bondscoach zal aanspreken. Hij begint met ‘u’. Maar als de toon van het gesprek plots verandert en een persoonlijk onderonsje lijkt te worden, begint Schreuder toch maar te tutoyeren. „U... of jij hebt ook wat losgemaakt, Louis.”

Dat is helemaal geen teken van slordigheid of nonchalance. Wisselen in aanspreekvorm, zeggen taalkundigen, blijkt juist erg tactvol.

De vage regels rond het gebruik van aanspreekvormen zorgen dat presentatoren en interviewers niet altijd lijken te weten wat in welke situatie het meest gepast is. Er kunnen op voorhand afspraken worden gemaakt, maar als die ontbreken heerst er regelmatig verwarring. In zijn radioprogramma Ronflonflon met Jacques Plafond in de jaren tachtig vond Wim Schippers een oplossing voor dat dilemma. Hij sprak zijn gasten steevast aan met ‘joe’ om niet te hoeven kiezen voor je of u en zo genante situaties te vermijden.

Maar wat blijkt nu: een keuze maken is helemaal niet nodig. „Op school leren kinderen consistent te zijn in het gebruik van een aanspreekvorm”, zegt Suzanne Aalberse, docente Taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam. „Dat zet zich later voort. Als tv-presentatoren ‘je’ en ‘u’ door elkaar gaan hanteren in een gesprek wordt daar wel eens afkerig op gereageerd. Alsof het een teken is van onkunde of zelfs domweg van verstrooidheid.”

Het door elkaar gebruiken van aanspreekvormen kan juist deel zijn van de strategie van de interviewer. Roel Vismans, universitair hoofddocent Nederlands aan de universiteit van Sheffield, bevestigt dit. Een interview is volgens hem een spel waarbij je dingen wil uitlokken bij je gesprekspartner. „Mengen is meer tactisch dan chaotisch.”

Aan de ene kant kan de spreker respect en afstand behouden door af en toe ‘u’ te gebruiken. Zeker in het begin van het gesprek is dat belangrijk, aldus Vismans. Aan de andere kant wil de interviewer ook een band creëren met zijn gast. Dat kan hij doen door informeler te zijn, verklaart Vismans. „Matthijs van Nieuwkerk is daar bijvoorbeeld soms goed in. Als het een luchtig onderwerp betreft spreekt hij zijn gasten op heel informele wijze aan. Wanneer het onderwerp van het gesprek zwaarder wordt, gaat hij vousvoyeren.” ‘U’ kan de afstand van de journalist tegenover het onderwerp maar ook tegenover de betrokken gesprekspartner vergroten. Vismans: „Die afstand lijkt me nodig om aan objectieve journalistiek te doen.”

Vroeger impliceerde ‘u’ vooral beleefdheid en ‘jij’ vertrouwelijkheid. Deze factoren zijn niet meer allesbepalend. Tegenwoordig zijn we veel gevoeliger voor status, formaliteit of solidariteit. Die bepalen uiteindelijk wat er wordt gezegd.

Wanneer de aangesproken persoon een hoge status heeft zorgt dat voor weinig solidariteitsgevoel. Maar de laatste tijd zouden we juist aan ‘solidariteit’ meer waarde zijn gaan hechten. Vismans: „We beschouwen elkaar steeds vaker als gelijken. Sociale media als Twitter en Facebook werken dat in de hand.” De invloed van het Engels, dat slechts één aanspreekvorm kent, speelt ook mee.

In de Nederlandse media wordt de laatste jaren heel wat meer getutoyeerd dan voorheen. Hoe vaak dat gebeurt is eigenlijk nog nooit onderzocht. Maar als bijvoorbeeld Eva Jinek op zondag haar gasten ontvangt met een biertje rond haar tafel gebeurt dat lekker informeel. Alleen politici spreekt ze aan met ‘u’ vanwege hun status. Vismans: „Maar dat wil niet zeggen dat presentatoren of nieuwslezers onbeleefder zijn geworden. De normen zijn gewoon veranderd.”

Aalberse valt hem daarin bij. „Media vormen een reflectie van de maatschappij. Maar het is niet dat veelvuldig gebruik van de je-vorm wijst op normvervaging. Het toont aan dat Nederland geen hiërarchische samenleving meer heeft.” Vismans: „Het kan tegenwoordig juist heel onbeschoft zijn om niet te tutoyeren. Mensen voelen zich dan oud of betutteld.”