. Man-van

Voor het werk naar het buitenland. Leuk, maar hoe doe je dat, een nieuw bestaan opbouwen?

De echtgenoot van Margaret Thatcher gaf eens zijn definitie van geluk. In keurig, tikje bekakt Engels: „Happiness, that’s me working in the garden, with my wife in the house in a reasonably good mood.”

Het is een mooie slagzin voor alle mannen-van, echtgenoten van succesvolle, hardwerkende, ambitieuze vrouwen. Ze moeten altijd lachen om dit citaat, valt mij op, terwijl hun vrouwen er doorgaans op wijzen dat het citaat vooral iets zegt over mevrouw Thatcher, de ‘iron lady’ die Engeland regeerde van 1979 tot 1990. Daar lach ik dan altijd weer om. Want ik ben zo’n man-van.

Ik schrijf dit stukje terwijl de verhuisdozen om me heen staan. De reis gaat naar Polen, waar mijn vrouw vier jaar lang zal werken op de Nederlandse ambassade.

Ik schrijf voor mijn centen, dus ik heb makkelijk praten: stukjes tikken kan overal. Eerder bracht mijn relatie me in de VS en daar was ik, als correspondent voor weekblad De Groene Amsterdammer, productiever dan voorheen.

Maar Polen is de VS niet. Ik kan nog geen woord Pools en bovendien ben ik inmiddels gewend een goed salaris te verdienen, maandelijks te ontvangen op mijn eigen bankrekening.

Dus helemaal gerust ben ik er niet op en daarom ben ik toch eens om me heen gaan kijken, naar andere mannen-van. Hoe doen zij het?

Sommigen blijken tevreden met een bestaan thuis, inclusief dagelijkse tripjes naar de tennis- of golfbaan en vol middagen met een boek langs de rand van een zwembad. Voorwaarde: een gezamenlijke bankrekening en een beetje een prettig klimaat. In dat laatste schuilt een gevaar voor de man-van die, om welke reden ook, zelf ook iets wil verdienen, wat toch de meerderheid blijkt. Warme landen zijn vaak ‘hardship-landen’. En rond ‘hardship’, een woord uit de expatgemeenschap, bestaat een paradox: hoe armer een land, hoe groter de luxe voor de buitenlander. De bewaakte villa is niet duur, met tennisbaan en zwembad; huishoudelijke hulp evenmin. Kortom, de was wordt gedaan, het eten gekookt en de kinderen uit bed gehaald. Tijd genoeg dus om geld uit te geven. Maar helaas bestaan juist in dit soort landen nauwelijks mogelijkheden om geld te verdienen.

En dus is het voor de werklustige man-van beter in de eerste wereld te blijven.

Het mooiste voorbeeld biedt Nanne Dekking, een Nederlandse kunsthistoricus die zijn baan in Amsterdam opgaf om zijn partner naar New York te volgen. Nanne begon een eigen bedrijfje dat onderzoek zou verrichten naar herkomst en waarde van kunst. In Nederland hoorde ik mensen zeggen: „Hij rommelt wat in de kunst”. Hij was immers man-van. Het duurde lang, veel te lang, tot zij – en de Nederlandse kunstwereld – doorhadden dat Nanne in korte tijd opklom tot een van de machtigste mensen in de handel met oude kunst. Inmiddels bekleedt hij een topfunctie bij veilinghuis Sotheby’s. Zijn partner? Nu een man-van.