Oppermachtig, maar niet arrogant

Duitsland viert een nieuw zelfbeeld: fantasie en macht met een glimlach, zonder verbetenheid.

Honderdduizenden onthaalden gisteren in Berlijn Sebastian Schweinsteiger (boven) en de andere Duitse voetballers die zondag wereldkampioen werden in Brazilie. Foto’s AP

Duitsland is uit de kramp geschoten. Terwijl het halve land via tv meekeek, vierde Berlijn gisteren feest. Bij de Brandenburger Tor onthaalde een menigte van honderdduizenden mensen de zegevierende Nationalmannschaft. Omdat die met fris en aanvallend voetbal wereldkampioen is geworden. Maar ook, zo is de teneur van veel commentaren, omdat die zo’n goede afspiegeling is van het moderne Duitsland: machtig, oppermachtig zelfs in Europa, maar niet arrogant; kleurrijk, vol fantasie en zelfvertrouwen.

Landgenoten die uitzinnig met zwart-rood-geel zwaaien: de Duitsers zijn er zelf ook niet meer bang van. In een land dat altijd angstvallig behoedzaam is omgegaan met zijn geschiedenis, is deze vorm van nationale trots geen bedreiging meer. Duitsland kijkt via de wedstrijden op het WK in de spiegel en is tevreden met wat het ziet.

Het elftal „was zich bewust van zijn eigen kracht, maar afkerig van ieder vorm van arrogantie. Dat verbindt dit team met ons land”, aldus het weekblad Die Zeit. En de krant Die Welt schrijft: „Het elftal heeft voor het beeld van Duitsland in buiten- en buitenland iets vergelijkbaars gedaan als Willy Brandt met zijn knieval in Warschau en Helmut Kohl in Verdun.” Bondskanselier Brandt knielde in 1970 vóór het monument in het voormalige getto van de Poolse hoofdstad. En zijn opvolger Kohl stond in 1984 hand in hand met president Mitterrand bij het gedenkteken voor oorlogsslachtoffers in Verdun.

Een enkeling waarschuwt dat sportief succes geen enkele politieke betekenis heeft. Socioloog Gerd Dembowski uit Hamburg zegt tegen de Nürnberger Zeitung dat de 1-0 tegen Argentinië niets verandert aan de voor veel mensen te hoge huren of de miljoenen die geen baan kunnen vinden. Maar hij wordt overstemd door het koor van mensen die wel een verband zien. Juist nu, nu Duitsland zich sterk genoeg voelt om in het openbaar ruzie te maken met de VS, een leidende rol te nemen in de Oekraïnecrisis, al een paar jaar dicteert wat er in Europa gebeurt, en de economische motor van Europa is.

Historisch moment

Het vierde wereldkampioenschap komt opnieuw op een historisch moment. In 1954 was de vreugdekreet na het kampioenschap: ‘Wir sind wieder wer’ – we tellen weer mee, na alle verwoestingen in de oorlog en de snelle wederopbouw. In 1974 symboliseerde de titel de kracht van de Bondsrepubliek – al weet menigeen nog dat de enige verloren wedstrijd op dat toernooi die tegen de communistische broeders van de DDR was. In 1990 vierde WestDuitsland de zege op Argentinië in Rome als aanloop naar de formele eenwording.

In 2006, met het WK in eigen land, werd het begin van de omslag in het zelfbeeld zichtbaar. In het „zomersprookje” van toen bleek dat de Duitsers ook van zichzelf konden houden. Maar het land was nog maar net van het predicaat ‘de zieke man van Europa’ af, en voetbalde niet goed genoeg voor de titel. Maar nu verkeert Duitsland op de toppen van zijn macht en wijdt Der Spiegel zijn omslagverhaal aan „een nieuw Duitslandgevoel: de ont-krampte natie”. Een land dat zich bewust is van zijn kracht en zijn macht, maar daar, eindelijk, ontspannen mee omgaat.

De tijd van het verbeten, grimmige Panzerfußball is voorbij. Het elftal heeft kleur gekregen, en dat gaat prima. De voorbereiding en planning, met een geheel nieuw gebouwd complex, waren perfect. „Geen ander volk heeft de wereld zulke vreselijke dingen aangedaan’’, schrijft Der Spiegel. Maar dit WK heeft laten zien dat je ook trots kunt zijn Duitser te zijn. Er is geen reden om langer krampachtig om te gaan met de nationale symbolen.

Om Mutti wordt geroepen

Angela Merkel, die morgen zestig wordt, past in dit beeld. Het is geen toeval dat de bondskanselier twee keer naar Brazilië vloog en zich na afloop in de kleedkamer liet fotograferen met de spelers. Merkel is ‘die Mutti’: de baas in huis, maar zonder met de vuist op tafel te slaan. Bij de openluchtuitzending van de finale bij de Brandenburger Tor klaagden fans dat Merkel zo weinig in beeld werd gebracht. „Wij willen Mutti”, scandeerden ze. Kun je nog bang zijn voor een land met trotse supporters die om hun moeder roepen?

Reacties in andere landen bevestigen het nieuwe Duitse zelfbeeld. Columnist Gideon Rachman schrijft in de Financial Times: „Het moderne Duitsland heeft het ongebruikelijke kunstje geflikt om tegelijkertijd machtig en geliefd te zijn.” Hij wees op een BBC-onderzoek vorig jaar in 21 landen, waaruit Duitsland als het meest bewonderde land te voorschijn kwam.

In de Franse krant Libération geeft columnist Luc Le Vaillant toe dat de Fransen „een bijna liefdevolle jaloezie” voelen. Want het buurland, de oude vijand op politiek, economisch, militair en sportief gebied, lukt alles. En als ze winnen is dat met een vriendelijke vreugde, „zonder enige arrogantie”. Toen de spelers na de finale zaten te wachten, noteert Le Vaillant, was dat niet met bier en Bratwurst, maar met vrouwen en kind, als een ontspannen déjeuner sur l’herbe.

Overal is te lezen hoe de voetbalzege van nu het resultaat is van een ommezwaai tien jaar geleden – een impliciete parallel met de harde economische ingrepen uit die periode. We staan nu ’s ochtends met een glimlach op, schrijft Die Welt. „En het mooie is: dankzij het nationale elftal lacht de wereld af en toe terug.”