Met oprechte deelneming

Wat zullen ze ervan balen, de directies van Facebook en Twitter. Beide sociale netwerken leverden een topprestatie tijdens het WK voetbal, maar de zinderende finales tellen net niet mee in de halfjaarcijfers die de komende weken bekend gemaakt worden.

Vooral voor Twitter is dat zuur. Het netwerk heeft te kampen met afnemende groei, maar de finale tussen Duitsland en Argentinië was de meest besproken live-gebeurtenis ter wereld: 32 miljoen tweets. Tegelijkertijd genereerden 88 miljoen Facebookers 280 miljoen ‘interacties’. Zelfs de terugkeer van de Messias zou dit record met moeite evenaren, als internet tenminste Armageddon-proof is.

Twitter telde tijdens het toernooi 672 miljoen WK-tweets en bracht dat in kaart met aardbollen vol knipperende lampjes. Zo leek het alsof de mensheid zich een maand lang maar met één ding bezighield: een bal van 437 gram en een omtrek van 69 centimeter. Een vrijwillige internetbubbel, zonder oorlog in het Midden-Oosten of Oekraïne.

Massaevenementen maken iets bijzonders los. Dat merkte Mies Bouwman toen zij Het Dorp opende en dat wist Henny Huisman toen zijn Soundmixshow het Nederlandse telefoonnetwerk platlegde. Als één cultuur - in dit geval sportcultuur - allen kan verbinden, zijn sociale netwerken op hun best. Twitter en Facebook probeerden het WK te claimen door dagelijks een persbericht uit te sturen met online trends. Maar we creëren tijdens het WK zelf al sociale netwerken: samen kijken in de kroeg, in de wijk of met een stel vrienden op de bank. Juichen in je eentje is niet leuk.

Er ontstaat een raar soort gemeenschapsgevoel. Ik betrapte me er zelfs op dat ik in de supermarkt, net voor een wedstrijd van Oranje, bij de kassa een wildvreemde man „prettige wedstrijd” toefluisterde. Hij knikte. Ik kocht bier, hij kocht bier; we wisten dat we onze avond op dezelfde manier zouden doorbrengen.

Twitter en Facebook vertegenwoordigen het internettijdperk, maar ze hebben nog ouderwets spektakel nodig – het WK voetbal – en een traditioneel medium– live-tv – om records te breken. Wat er daadwerkelijk geretweet en geliked wordt mag geen naam hebben. Veel fotograppen waarbij het standbeeld van Christus de Verlosser, gele kanaries en Koningin Maxima het zwaar te verduren hadden.

De commercie probeerde mee te liften. Heineken had professionals ingehuurd om leuk te zijn. #twelftal heette dat clubje, en ze mochten zelfs bij de NOS verslag doen van hun grappen. Twitter-humor uitleggen op tv, daar wordt het niet leuker van. Kijk dan liever naar Celebrities Read Mean Tweets op de Amerikaanse Jimmy Kimmel-show, waarin filmsterren reageren op online verwensingen.

Ik kan tijdens een spannende wedstrijd geen snedig commentaar de wereld ingooien. Maar het was prettig om achteraf via Twitter en Facebook het Volksempfinden te ondergaan. Zelfs mijn kleine Twitterclubje liet zich van een andere kant liet zien. Het was niet het gebruikelijke stelletje narcistische media- en techfiguren (waartoe ik ook behoor) dat elkaar vliegen afvangt of publiekelijk over de bol aait. Dankzij het WK liet iedereen die professionele houding even varen om mee te juichen en te huilen. Er was sprake van oprechte deelneming. Geen mensen die naar hun gelijk hengelen, maar onderdeel wilden zijn van iets groters, iets gezamenlijks.

Twitter groeit niet meer zo snel omdat het een media-medium is geworden – een kruising tussen een nieuwsfeed en een arena voor geneuzel tussen communicatieprofessionals. Maar tijdens het WK behoorde het sociale netwerk weer even toe aan het volk. En zo hoort het.