Met vier W’s en een H naar het woonwagenkamp

Je kon veel van de deeltijdopleiding journalistiek in Tilburg zeggen, maar niet dat ze je er makkelijk lieten afstuderen. Naast een scriptie schrijven moest je een werkmap aanleggen die ‘alle journalistieke genres’ omvatte, waarbij je was overgeleverd aan de grillen van de begeleidende docent.

Voor het onderdeel ‘maatschappelijke reportage’ was ik gekoppeld aan ‘deeltijdleider’ Harrie. Van Harrie had ik in drie jaar twee dingen geleerd: ‘Nooit vloeistoffen naast toetsenborden zetten’ en ‘de vier W’s en de H’, die stonden voor ‘Wie?’, ‘Wat?’, ‘Waar?’, ‘Waarom?’ en ‘Hoe?’.

„Als je die vragen maar stelt als je op reportage gaat”, zei Harrie, „dan heb ik gegeten en gedronken en meer blief ik niet.”

Vaak volgde dan ook nog een vergelijking. Iets in de trant van: de conducteur heeft een tang, de arts een stethoscoop en de journalist heeft de vier W’s en de H in de gereedschapskist zitten.

Voor mijn reportage had ik bedacht om naar het woonwagenkamp aan de dijk bij de Arnhemse wijk Presikhaaf te gaan. Dat stond vlakbij het huis van mijn ouders. Lekker dichtbij, maar toch ook ver weg. Harrie vond het meteen een geweldig plan.

Hij: „Je weet inmiddels wat je mee moet nemen…”

Ik: „Jaja, vier W’s en een H.”

Hij: „En een pen!”

Met al die W’s in het achterhoofd betrad ik een paar weken later de woonwagen van de familie Vermeulen, waar tot mijn verbazing ook de buren, een neef en diens vrouw op de skylederen bank aan de koffie zaten. Het interview liep volledig uit de hand. Dat wil zeggen: iedereen schreeuwde door elkaar heen, wie wat zei was volkomen onduidelijk.

Ik noteerde het volgende:

‘Dat komt wij zijn mensen met passie.’

‘Als je klein woont moet je superhygiënisch zijn, daarom doen we de schoenen uit.’

‘De verwarming staat altijd aan, gezellig.’

‘Wij zijn nooit alleen, familie is het belangrijkst.’

‘School is totaal onbelangrijk, je gaat gewoon met je vader mee.’

‘Wij mogen niets, zelfs geen vuur maken.’

‘Wij leven vanuit de kern.’

En toen was er opeens een vrachtwagen met koperdraad en hield het interview op. „Nou dit is dus onze cultuur”, zei meneer Vermeulen, „en die moet behouden blijven.”

„Dat zal allemaal wel”, zei Harrie toen hij mijn werkstuk had gelezen, „maar ik mis toch echt de H van ‘Hoe dan?’”

Het was een vraag die niemand kon beantwoorden, tot gisteren dan. De woonwagencultuur komt op de lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland.