Column

Het moet anders, nu nog even bedenken hoe

Rutte II wil bestuur en toezicht op woningcorporaties en de zorg aanpakken. Maar zo makkelijk gaat dat niet, schrijft Menno Tamminga.

De openbare verhoren zijn afgelopen. De parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties kan haar rapport schrijven. Maar wat gebeurt er ondertussen in de ‘regiekamer’ van kabinet-Rutte II dat in het regeerakkoord (oktober 2012) een grootscheepse sanering aankondigde van het bestuur en het toezicht op de (semi-)publieke sector, waaronder die woningcorporaties?

De semipublieke wereld is een amorfe verzameling organisaties die gemeen hebben dat hun inkomsten en/of vermogen worden gefinancierd uit belastingen en verplichte premies, zoals 90 miljard euro in de gezondheidszorg. En dat zij publiek vastgestelde doelen nastreven (scholing, sociale woningbouw) en dat elke burger ermee te maken heeft, al is het maar eens in zijn leven. Ze bieden werk aan ruim twee miljoen mensen.

De aanleiding voor de kabinetsplannen? Affaires. Topbeloningen. Mislukte investeringen. Debacles in de thuiszorg (Meavita), onderwijs (InHolland, Amarantis) en bij woningcorporaties (Vestia’s derivaten, dat schip van 200 miljoen euro).

De start was voortvarend. Op 4 december 2012 dook in de Staatscourant een aparte commissie op: de Ministeriële Commissie Vernieuwing Publieke Belangen. Kortweg: MC VPB. Leden zijn onder anderen minister-president Mark Rutte (VVD) en vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA).

In de MC VPB kwamen ministers er al snel achter dat de abstracte begrippen ordening en sturing onvoldoende soelaas bieden tegen excessen. Het ei van Columbus. „Ook de kennis, vaardigheden, houding en het gedrag van individuele bestuurders en toezichthouders” spelen een „belangrijke, zo niet doorslaggevende rol” in het functioneren van semipublieke instellingen, schreef minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) eind 2013 aan de Tweede Kamer.

Ja, mensen aan de top maken het verschil. Dat geldt overigens voor alle organisaties. Het kabinet tilt terecht zwaar aan de gebreken in het (semi)publieke bestuur, maar onderschat het falen in het bedrijfsleven (mislukte fusies en investeringen, boekhoudfraudes).

Het belangrijkste wapenfeit van het kabinet tot nu is de opdracht aan een onderzoekscommissie onder leiding van Femke Halsema (oud-partijleider GroenLinks) naar de vraag: wat is goed bestuur in de semipublieke wereld? Het rapport heet Een lastig gesprek.

Op zeker drie punten worstelt het kabinet met z’n ambities. Het eerste is het toezicht. Zorgcontroleur NZa is door eigen toedoen in diskrediet gebracht. Het toezicht op woningcorporaties is in limbo, zo bleek tijdens de verhoren in de enquête.

Het tweede onderwerp hangt hiermee samen: hoeveel extra regels moeten er komen, terwijl juist regelvermindering en versimpeling de norm moet zijn? Professionals in de zorg balen nu al van alsmaar toenemende administratieve verplichtingen.

En het derde onderwerp is schaalgrootte. Opgeblazen omvang is ook een klacht van personeel en burgers. ‘Er is geen unieke schaal waarop zowel kwaliteit als doelmatigheid optimaal zijn’, schrijft Kamp in zijn brief. Tja, dan is het ondoenlijk om normen te stellen vanuit de centrale overheid. Kamp: „Verdere gedachtevorming vindt nog plaats.”

Zo u al dacht dat Rutte II uitgeregeerd is, op deze onderwerpen moet een lastig gesprek nog beginnen.