Eén keer met te veel op achter het stuur, en meteen een alcoholslot

Een veroordeelde automobilist probeert van zijn verplichte alcoholslot af te komen.

Hij heeft zelfs al overwogen om samen met vrouw en dochter naar vijftien kilometer verderop te emigreren. Naar België. Daar kan hij zijn rijbewijs opnieuw halen en dan is de 43-jarige ondernemer uit Weert – die niet met zijn naam in de krant wil – verlost van de problemen die ontstonden toen hij acht maanden geleden achter het stuur van zijn Porsche werd aangehouden na consumptie van „tien bier of zoiets”. Sinds die dag wordt zijn leven beheerst door de maatregel die hij van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) kreeg wegens rijden met een alcoholpromillage van 1,5 (655 μg/l), ver boven de norm van 0,5.

Met drie politieauto’s stonden ze hem 31 oktober vorig jaar om 2.30 uur ’s nachts voor zijn woning op te wachten. Hij was die woensdagavond met een klant doorgezakt in Beek en daarna „schijnt iemand de politie te hebben gebeld”. Hij reed raar – dan weer hard en dan weer zacht – luidde de tip. Hij werd met handboeien om afgevoerd naar het politiebureau.

Op grond van nieuwe wetgeving wordt sinds december 2011 bij rijden onder invloed – met een promillage van tussen 1,3 en 1,8 en meer dan 1 bij beginnende bestuurders – door de politie het CBR verwittigd. Die dienst kan automobilisten verplichten een alcoholslot in de auto te laten monteren: een startonderbreker met een blaaspijpje. De bestuurder moet voor vertrek en op willekeurige momenten tijdens een rit blazen. Het slot blijft minimaal twee jaar zitten. De kosten, inclusief een motivatiecursus van drie dagdelen, komen voor rekening van de bestuurder. In totaal gaat het om zo’n 5.000 euro.

Een prachtig streven, vindt de ondernemer uit Weert. Maar de maatregel is zijn ogen „buitenproportioneel”. Hij beschikt al 24 jaar over een rijbewijs en is nooit eerder betrapt op rijden onder invloed. Toch wordt hij naar eigen zeggen onredelijk zwaar bestraft. Allereerst werd de kwestie strafrechtelijk afgedaan. Hij moet een boete betalen van vierhonderd euro.

Maar de bestuurlijke maatregel van het alcoholslot is veel ingrijpender. In het begin heeft hij bezwaar gemaakt tegen de rijontzegging. De ondernemer zit jaarlijks zo’n 70.000 kilometer achter het stuur om klanten te bezoeken. Nu moest zijn vrouw invallen, zijn schoonmoeder moet op de dochter passen en de tuinman of een van zijn 15 personeelsleden moest bijspringen als chauffeur. Het verzoek om een voorlopige voorziening zodat hij zijn rijbewijs mocht houden werd afgewezen. „De regels zijn heel stringent en houden geen rekening met persoonlijke omstandigheden. Dat is een rechtsstaat onwaardig. Het belang van de verkeersveiligheid staat altijd voorop”, zegt zijn advocaat Luc Bien.

Toen de ondernemer ten slotte het alcoholslot had geïnstalleerd, ontstonden er nieuwe problemen. De voedingskabel van het blaasapparaat liet volgens hem door slijtage los waardoor het uitlezen van de resultaten haperde en er weer een nieuw intrekken dreigde van het tijdelijke rijbewijs. Het CBR betichtte hem van ‘sjoemelen’. Na weer een nieuwe juridische procedure is die maatregel voorlopig van de baan.

„Het alcoholslot beheerst mijn hele leven”, zegt de ondernemer. Hij durft bijvoorbeeld niemand in de auto mee te nemen omdat ze dan het apparaatje – een schandpaal – zien. Ook eten is lastig. Consumptie van zaken als fruit, ijs, krentenbrood en het gebruik van mondspray of roken kan al een positieve blaastest opleveren, waarschuwt de handleiding. „Er zijn heel veel misdadigers die lichter worden gestraft. Ik zou geloof ik liever een maand celstraf hebben gehad.”

De automobilist probeert via juridische procedures de maatregel aan te vechten. Volgens Bien zouden minder ingrijpende maatregelen – zoals een cursus over het gevaar van alcohol in het verkeer – mogelijk meer effect sorteren op het gebied van de verkeersveiligheid. „Alle inspanningen die de overheid nu doet voor het alcoholslot, zouden bijvoorbeeld kunnen worden gestoken in meer controle. Als mensen weten dat ze meer risico lopen betrapt te worden, drinken ze waarschijnlijk ook minder.”