Een hartstikke mooi dorp

Moerdijk leek ten dode opgeschreven. Nu wordt het dorp opgeknapt, krijgen bewoners een regeling om hun huis te verkopen als ze toch weg willen, en is er nieuw elan. Toch? „Het dorp is dertig jaar verwaarloosd.”

Het dorp Moerdijk: groen en veel ruimte, maar geen bakker, bank of supermarkt. Foto’s Rien Zilvold

Langs de snelwegen rondom het dorp zijn spandoeken opgehangen. „Wonen in Moerdijk is zo gek nog niet.”

Het is nog best lastig je dat voor te stellen. Het dorp is omsingeld door twee snelwegen en een gigantisch industrieterrein dat de komende jaren nog groter zal worden. Op dat terrein bevinden zich vierhonderd bedrijven. Zestien ervan vallen onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen; dat zijn bedrijven die zulke grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen hebben dat ze niet alleen een risico vormen voor het eigen personeel maar ook voor de omgeving.

En toch.

In Moerdijk woon je óók in een gebied met veel groen en veel ruimte. In relatief goedkope huizen. Aan het water van het Hollands Diep. In rustige straten waar de kinderen veilig buiten spelen. En misschien wel het allerbelangrijkste: in een gemeente die vanaf komend jaar garandeert minimaal 95 procent van de getaxeerde waarde van een huis te betalen als mensen er weg willen en er niet in slagen hun woning te verkopen. Een garantie die óók geldt voor de koper.

Tel uit je winst.

Het dorp is verwaarloosd

Er wonen elfhonderddrieënzestig mensen in het dorp Moerdijk, één van de vele kernen die vallen onder de uitgestrekte gemeente Moerdijk. Ooit was het dorp met een veerdienst een belangrijke schakel tussen het noorden en het zuiden van Nederland. Met de bouw van een spoorbrug, bijna honderdvijftig jaar geleden, en van een autobrug over het Hollands Diep, bijna tachtig jaar geleden, verloor het aan betekenis. Met de aanleg van het industrieterrein in de jaren zestig van de vorige eeuw en de komst van Shell Chemie is de leefbaarheid van het dorp bovendien gedaald.

Lang hebben bestuurders het belang van de verst in land gelegen zeehaven in Nederland laten prevaleren boven dat van het dorp. „Het dorp is dertig jaar lang verwaarloosd”, vertelt Nel van Heijst in haar café De Put, rustiek gelegen aan de voet van een dijk.

Haar man Thijs van Heijst beaamt het. Vertelt dat er vele tientallen jaren al nauwelijks een huis meer te krijgen is voor jongeren uit het dorp. „Er is helemaal niks gebouwd.” En de huurhuizen werden verdeeld onder mensen uit omliggende gemeenten die met spoed een goedkope woning moesten krijgen. Gescheiden mensen die eigenlijk liever ergens anders wonen. Polen. Mensen die uit de gevangenis terugkeren. Chinezen. Voormalige verslaafden. Rotterdammers die thuis de straat niet meer op durfden. Voor de Moerdijkers zelf was geen plaats.

„Er is hier nooit een flikker gedaan”, verzucht een vaste klant. „De jongeren hier hebben jarenlang gevraagd of ze een hangplek konden krijgen. Nooit is er iets gebeurd. Is het nou zo ontzettend moeilijk om een container neer te zetten?”

Slopen

Veel dorpelingen weten het zeker: er was nooit aandacht voor Moerdijk omdat bestuurders dachten dat het dorp door de oprukkende industrie ooit toch wel zou moeten verdwijnen. Ruim tien jaar geleden speculeerde de provincie Noord-Brabant al eens over een „verhuizing” van het dorp. Het kwam dan ook niet helemaal als een verrassing dat oud-minister Ed Nijpels, als voorzitter van een commissie die de toekomst van het industriegebied onderzocht, vorig jaar zei dat er keuzes moesten worden gemaakt. Het zou goed zijn om in te zetten op „maximale benutting van de economische potenties van Moerdijk”, vond hij, maar of er dan nog plaats was voor een dorp? In de pers viel het woord ‘amoveren’. Dat betekent slopen.

Op dat moment sloeg de bezorgdheid pas echt toe. Woonden de Moerdijkers in een toekomstig spookdorp? Zoals het Vlaamse dorp Doel naast de haven van Antwerpen? Konden de huizenbezitters ooit nog weg, nu Moerdijk in de rest van Nederland niet alleen bekend stond om zijn gevaarlijke industrieterrein waar het bedrijf Chemie-Pack begin 2011 in de lucht vloog, maar nu ook ten dode was opgeschreven? Kon je nog een hypotheek krijgen als je bij de bank vertelde dat je in Moerdijk ging wonen?

Hernieuwd elan

Langzamerhand kwam een beweging op gang. Bewoners eisten dat hun dorp zou blijven bestaan, en op z’n minst dat de waarde van hun huizen niet verder zou dalen. „De woorden van Nijpels waren een enorme klap voor ons”, zegt Peter Stehouwer, een van de oprichters van de vereniging Kernwaarde Moerdijk die „gezamenlijk strijdt voor individueel belang”. Stehouwer: „Mensen voelden zich sinds dat advies van Nijpels een gevangene van hun eigen huis. Ineens waren onze huizen geen drol meer waard. Daar hebben we tegen geageerd. En met succes, want nu is er een garantieregeling. Een paar maanden geleden zeiden veel mensen in een enquête dat ze hier weg wilden. Maar de mensen willen niet weg. Wat ze bedoelden, is dat ze niet gevangen willen zitten, het gevoel dat ze nooit meer weg kunnen door hun huis. Dat is gelukt. De mensen zijn blij.”

De garantieregeling is een van de maatregelen die, wat de provincie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk betreft, blijk geven van hernieuwd elan. Niet alleen willen de bestuurders het industriegebied uitbreiden, maar óók willen ze de leefbaarheid van het dorp eindelijk vergroten.

Wethouder Thomas Zwiers (VVD): „Het is onze ambitie het dorp te behouden en te zorgen dat het er prettig wonen is. We gaan een nieuw gemeenschapshuis bouwen. We willen de haven verfraaien voor de pleziervaart. We willen huizen bouwen en met de woningcorporaties in gesprek gaan over de bestaande huurwoningen. En we willen de overlast van de industrie tegengaan. We willen een einde aan het sluipverkeer door het dorp naar het industrieterrein. We willen een oplossing voor de stank. Er komen strengere eisen aan de scheepvaart. We zijn volop bezig.”

De parel van het dorp is de haven

Er is straks rond twintig miljoen euro beschikbaar voor het opknappen van het dorp. Raadsleden durven weer te spreken over de unique selling points van Moerdijk en de haven hoort daar zeker bij. Ooit moest de jachthaven van Moerdijk wijken voor de oprukkende industrie, het zoveelste bewijs van de verwaarlozing, en het is hoog tijd dat er weer iets moois voor in de plaats komt, vindt Cor van Nispen. Hij is geboren en getogen in Moerdijk, dreef twintig jaar lang café De Put en is eigenaar van een cateringbedrijf Holle Bolle Cor dat maaltijden maakt voor overwerkende medewerkers op het industrieterrein. „De haven ligt er nu bij als oud vuil”, zegt hij. „Terwijl het natuurlijk het pareltje van dit dorp kan worden.”

Een haven zoals in Willemstad of Drimmelen, met rechtstreekse toegang tot het Hollands Diep, trekt bezoekers en recreanten, en nieuwe bewoners, denkt Peter Stehouwer van de vereniging Kernwaarde Moerdijk. „Je zit hier op tien minuten van Dordrecht. En wat is er nu aantrekkelijker? Daar met kinderen op drie hoog achter in een wijk met een migrantenprobleem? Of hier wonen met rust en ruimte en de garantie dat je je huis altijd kunt verkopen?”

Sceptisch

Toch zijn sommige dorpelingen nog sceptisch. Het is moeilijk nu ineens enthousiast te durven zijn over wilde plannen, als de politiek Moerdijk zo lang links heeft laten liggen. „Er zijn vergaderingen geweest maar ik heb nog niks zwart op wit”, zegt caféhouder Nel van Heijst. In het dorp is geen bakker, geen bank en geen supermarkt. Dus waar zij al die miljoenen aan uit zou geven? „Zorg eerst maar eens dat hier een supermarkt komt.”

Over de vraag of er ooit weer iets gezelligs van het dorp te maken is, is ze pessimistisch. De sfeer is er niet naar. „Aan mensen die niet uit Moerdijk komen, heb je eigenlijk niks.” Haar man Thijs: „Er zijn in de loop der jaren nieuwe inwoners bij gekomen, maar die blijven allemaal thuis. Je ziet ze nauwelijks. Je kent ze niet. Er zit niks in de mensen.”

De mensen zijn tegenwoordig vooral met zich zelf bezig, zeggen ze. De mensen maken zich meer zorgen over de waarde van hun huis dan over de waarde van het dorp. Aan Moerdijk kun je eigenlijk niet meer erg verknocht raken, zegt Nel van Heijst met spijt. „Doe mij maar een strooien hoed en een hangmat.” Thijs: „En je weet waar zo’n hangmat hangt hè? Tussen twee palmbomen.”