De wederopstanding van Nedcar

Koning Willem-Alexander opent morgen de nieuwe productielijn van VDL Nedcar. De enige autofabriek van Nederland bouwt voortaan Mini’s voor BMW.

In de testfase van de productie van de Mini Cooper van BMW bij Nedcar in Born werden eerder dit jaar de robots ingeregeld. Foto Roger Dohmen / Hollandse Hoogte

Dat het ook heel anders had kunnen aflopen met autofabriek Nedcar in Born, bewijst die andere autofabriek 30 kilometer verderop, in België: Ford Genk. Terwijl koning Willem-Alexander morgen de nieuwe productielijn voor de Mini van BMW opent, gaat Ford Genk eind dit jaar dicht. Dat betekent einde oefening voor zo’n 4.500 werknemers. En naar schatting 10.000 banen gaan bij toeleveranciers verloren.

Het omgekeerde gebeurt aan de Nederlandse kant van de grens, in Born. Daar zijn inmiddels weer 2.000 mensen aan het werk in de fabriek waarvan het voortbestaan meer dan eens aan een zijden draadje hing. En de komende tijd zijn er nog 1.000 nodig.

Lange tijd gingen beide autoproducenten gelijk op. Beide zijn in de jaren zestig van de vorige eeuw opgericht, in een mijnstreek waar dringend behoefte was aan nieuwe werkgelegenheid. Joop den Uyl kondigde de sluiting van de mijnen in Zuid-Limburg aan, maar gaf daar DAF voor terug. DAF werd Nedcar en bouwde later ook Volvo’s, de Smart en, tot eind 2012, Mitsubishi’s.

Toen Mitsubishi aankondigde de productie in Born te staken, leek het einde van Nedcar dichterbij dan ooit. Maar BMW zocht een plek om de nieuwe Mini te produceren. VDL, het industrieconglomeraat uit Eindhoven, bleek bereid de noodzakelijke verbouwing van de fabriek te betalen en Nedcar over te nemen van de Japanners. Toen zag het er allemaal opeens heel anders uit.

Ook de Nederlandse staat hielp een handje. Hoewel toenmalig minister Maxime Verhagen van Economische Zaken (CDA) meerdere keren verkondigde dat staatssteun voor Nedcar wat hem betreft géén optie was, hebben het Rijk en de provincie Limburg uiteindelijk samen toch 6,5 miljoen bijgedragen aan de verbouwing van de fabriek, die 82 miljoen euro kostte. Mét toestemming van de Europese Unie, op grond van regelingen die het mogelijk maken projecten te subsidiëren die werkgelegenheid opleveren in regio’s die het economisch moeilijk hebben – zoals Limburg.

Duizend man extra nodig

De overheid hielp ook bij het optuigen van een constructie waarbij het merendeel van de 1.500 werknemers in eerste instantie een WW-uitkering kreeg, maar wel verbonden bleef aan Nedcar.

Tijdens de verbouwing van de fabriek, die ongeveer twee jaar heeft geduurd, was er werkgelegenheid voor zo’n driehonderd mensen. Naarmate het begin van de productie van de Mini dichterbij kwam, konden steeds meer werknemers terugkeren.

Een groot deel van het Nedcar-personeel heeft intensieve training bij andere Mini-fabrieken van BMW in Duitsland en Groot-Brittannië achter de rug. Inmiddels heeft VDL Nedcar, zoals het bedrijf nu heet, meer dan de oorspronkelijke 1.500 werknemers in dienst, en VDL-baas Wim van der Leegte zei onlangs in interviews dat er de komende tijd mogelijk nog eens 1.000 mensen extra nodig zijn. Nu al kijkt Nedcar daarvoor over de grens, bij de 4.500 ervaren werknemers van Ford Genk.

Industriebeleid

„De doorstart van Nedcar kan als een succes van een nieuwe aanpak in het industriebeleid worden beschouwd”, schreef Maxime Verhagen trots in één van zijn laatste brieven aan de Tweede Kamer. Ook de provincie prijst zich rijk met deze afloop. Het vaste geloof in de maakbaarheid van de economie bestaat niet meer, maar de provincie spant zich tot het uiterste in om zichzelf te afficheren als technologische topregio.

Met de opbrengst van de verkoop van de aandelen van energiebedrijf Essent aan het Duitse RWE spendeert het gouvernement (provinciebestuur) in Maastricht tientallen miljoenen aan een aantal campussen. Op een ervan, bij het bedrijventerrein van onder meer DSM, ontwikkelen ondernemingen en kennisinstituten nieuwe materialen. Een maakbedrijf als Nedcar, dat dagelijks in de weer is voor een wereldmerk als BMW in dezelfde gemeente sluit daar naadloos bij aan.

Limburg stelt zich bovendien graag het succes van de regio Eindhoven ten voorbeeld. Daar is de auto-industrie stevig verankerd, met bedrijven als DAF Trucks, maar ook VDL zelf. Dat bedrijf produceert onder meer onderdelen voor auto’s en vrachtwagens, evenals bussen. In het ideale toekomstscenario voor de Limburgers heeft de hele zuidoosthoek van Nederland de kracht van dat gebied. Het nieuwe Nedcar is een mooi begin.