De Wadden van Haanstra

Na 40 jaar is een scenario van filmer Bert Haanstra (1916-1997) voor een film over de Wadden ontdekt. Opdrachtgever de Waddenvereniging wilde de film destijds niet, want die zou een te positief beeld schetsen. Filmer Ruben Smit, van De Nieuwe Wildernis, wil de film alsnog maken.

Filmer Ruben Smit (maker van de Nieuwe Wildernis ) op de Wadden.

Zó stelde filmer Bert Haanstra zich het Waddengebied en de Waddenzee voor: als een ‘ademend getij’. In een scenario van 199 scènes en meer dan vijftig bladzijden geeft een van Nederlands bekendste filmregisseurs een beeld van de Wadden in alle schoonheid, maar ook met de gevaren die het gebied bedreigen. Haanstra (1916-1997) schreef zijn script in 1976 in opdracht van de Waddenvereniging. Veertig jaar lang lag het onbekende, vergeten scenario in een kluis van de Waddenvereniging. Nu is het ontdekt tijdens onderzoek in de archieven.

Voor filmer Ruben Smit, bekend van de natuurfilm De Nieuwe Wildernis die vorig jaar meer dan 600.000 bezoekers trok, is het een „historisch moment dat het scenario is gevonden”. Smit werkt aan een film over de Wadden en het scenario van Haanstra vormt voor hem een onverwachte bron van inspiratie. „Ik herken me in de rijkdom en de verwondering die Haanstra schetst van de Wadden”, zegt Smit. „Met films als Bij de beesten af, Fanfare en De stem van het water is Haanstra altijd een held voor mij geweest.”

De stapel keurig uitgetypte bladzijden ligt op tafel in de bibliotheek van de Waddenvereniging in Harlingen. De titel luidt: De Wadden: niet vogelvrij. Met als datering: Laren, april 1976. De archiefdoos waarin het script verborgen lag onthult ook ander nieuws uit Haanstra’s filmgeschiedenis: zijn waddenfilm is er nooit gekomen, ondanks het zo beeldend geschreven scenario. Na vijf maanden voorbereiding gaf hij tot zijn „zeer grote spijt” de opdracht terug, zoals blijkt uit een brief aan de Waddenvereniging.

Volgens directeur Arjan Berkhuysen weerspiegelt de titel van Haanstra’s beoogde film de tijdgeest: „De opdracht aan Haanstra was om te laten zien welke gevaren er dreigen voor de Wadden. In de jaren zestig had men nog verregaande plannen de Waddenzee in te dijken en dammen aan te leggen tussen Ameland en het vasteland. Als die plannen doorgang hadden gevonden, dan was dat ‘ademend getijdenlandschap’, zoals Haanstra het noemt, veranderd in een grote doodse vlakte. Nu is de Waddenzee uitgeroepen tot werelderfgoed. De Waddenvereniging, in 1965 opgericht tot bescherming van de Wadden, verwachtte van Haanstra’s film een luid protest tegen indamming, industrialisatie, gasboring, vervuiling, militaire activiteiten en toenemend toerisme.”

Maar Haanstra wilde uitsluitend de rijkdom en schoonheid van het wad laten zien. Zo schetst hij in scène 3: „De zoom-beweging komt tot stilstand als nog een flink stuk Waddenzee (bij vloed) in beeld is.” En, scène 5: „Nog eens het ‘ademen’ van het getij.” Geleidelijk zien we echter dat Haanstra, misschien daartoe aangespoord door zijn toenmalige opdrachtgevers, een donkerder beeld van de Wadden geeft. Hij brengt files in beeld op Ameland. Duinpannen die volstromen met caravans en toeristen. Straaljagers die „zeehonden de stuipen op het lijf jagen”. Vervuilende boortorens aan de horizon. Zelfs zoomt hij in op stervende vogels.

Smit zegt, wijzend op de laatste bladzijden van het script: „Kijk, het wordt zwarter en cynischer, zelfs gitzwart. Dat kom je vaker tegen in natuurfilms uit die tijd: de weerloze natuur in gevecht met zijn grootste vijand, de mens. Ik begrijp dat Haanstra zich uiteindelijk terugtok, alsof hij wroeging had van zijn eigen negatieve slotakkoord. Het was zijn verlangen een ‘verwonderende film’ maken en geen protestfilm. Dat is ook mijn stijl. De Nieuwe Wildernis drukt verbazing uit over de wilde dieren in de Oostvaardersplassen, hoe ze daar leven in samenhang met elkaar. Pas als je verwondering en rijkdom toont, ontstaat begrip. Daarna kun je stelling nemen. Haanstra zag dat in: je kunt niet in een en dezelfde film de schoonheid tonen en tegelijk de vernietiging.”

De opzet van de nieuwe waddenfilm van Smit zal vooral „caleidoscopisch” zijn. Hij zegt: „Ik neem de toeschouwer mee op een landschapsreis door het Waddengebied. Ik overweeg zelfs om naast mijn eigen verwonderende film het script van Haanstra te gebruiken om het beeld van de Wadden toen en nu met elkaar te vergelijken. Alsof het een ‘nieuwe Haanstra’ wordt. Het is griezelig te lezen hoe vergelijkbaar onze werkwijze is. Beiden gebruiken we overgangen van klein naar heel groot. Bij een schelpdier beginnen en dan steeds verder naar de bigger picture, een alles overkoepelend beeld. Ik wil het zilte wad ruiken, krabbetjes horen scharrelen, ik duik net als in De Nieuwe Wildernis onder water, want daar in het diepe gebeurt het, daar begint alle leven.”

Interessant is dat Haanstra in zijn regieaanwijzingen uitsluitend het platte perspectief kiest en niet onderduikt in het waddenwater. „Ook dat was kenmerkend voor die tijd”, aldus Berkhuysen van de Waddenvereniging. „De Wadden, dat waren de droogvallende zandplaten met zeehonden erop en vogelzwermen erboven. Een vlakte van ruimte en weidsheid. Men had toen minder dan nu de kennis van de zee met zijn waaiers van geulen en kreken als kraamkamer. Die bijna onzichtbare onderwaterwereld sprak niet zo tot de verbeelding. Na vijftig jaar strijd om behoud van de Waddenzee is Haanstra’s boodschap nog steeds serieus te nemen, al is er gelukkig veel bereikt.”

Haanstra’s scenario roept ook meteen een brandende vraag op. In De Nieuwe Wildernis geeft Smit een beeld van de Oostvaardersplassen zonder enige menselijke aanwezigheid, behalve twee schaatsers verscholen achter het riet. Berkhuysen vraagt zich hardop af: „Kan een film over de Wadden het zonder mensen stellen? Gaat het puur om verrassende dieren en planten, of is de mens onderdeel van deze waddenwereld?” Smit heeft daar nog geen pasklaar antwoord op. „Haanstra heeft het scherp gezien”, zegt hij, „ al weigerde hij een pessimistische blik. De mens is niet uit het Waddengebied weg te denken, is daar volop aanwezig. Haanstra stuurt ons in elk geval in een spannende richting.”