De laatste sporttraditie van Haarlem

Voor de 27ste keer huisvest Haarlem de Honkbalweek. Maar van een echte sportstad is allang geen sprake meer.

Steeds wanhopiger klinkt het gerinkel op rij acht van het Pim Mulierstadion, maar de toeschouwer krijgt zijn telefoon niet stil. Zijn tas zit zo vol met lekkernijen dat het toestel onvindbaar is. Omstanders grinniken, terwijl de man nipt van zijn zelf meegebrachte wijn en hoofdschuddend toeziet hoe aangewezen slagman Bryan Engelhardt wederom wordt uitgevangen na een povere slagbeurt.

Dit tafereel zie je alleen bij de Haarlemse Honkbalweek, die vrijdag voor de 27ste keer van start ging. Bij vrijwel geen enkel evenement is toegestaan dat toeschouwers de tribunes betreden met tassen vol fruit, gehaktballen, kaas, worst, blikjes bier en pakken wijn. In Haarlem is het vanzelfsprekend. Net zoals het zingen van De Vlieger in de achtste inning. En het traditionele honkballied Take me out to the ball game, halverwege de zevende. Honkbalromantiek op zijn Haarlems. Even kneuterig als fanatiek.

Toch scheelde het maar weinig of de tradities waren passé. De organisatie vreesde voor het voortbestaan van de week. Op de openingsdag was de begroting zelfs nog niet rond. Maar Frits Mulder, voorzitter van het organisatiecomité, heeft alsnog de gok gewaagd. Met twee landen minder en zonder extra tribunes.

Citymarketing

In het ergste scenario was Haarlem opnieuw een topsportinstituut kwijtgeraakt. Eerder verdween de befaamde Basketball Week (2009), ging voetbalclub HFC Haarlem failliet (2010) en is ook de ‘Halve van Haarlem’ een onzekere toekomst tegemoet gegaan. Dit eendaagse hardloopevenement droeg voorheen de naam van een sponsor, maar zonder geldschieter was de organisatie genoodzaakt zelf een naam te bedenken. Terwijl het een investering goed kan gebruiken.

Opmerkelijk: Haarlem werd in 1964 nog door de AVRO uitgeroepen tot sportstad van Nederland. Een term die tegenwoordig alleen nog sarcastisch wordt gebezigd door gekwelde sportliefhebbers. „Laatst hoorde ik de directrice van citymarketing een praatje houden”, zegt Mulder. „Het woord sport heb ik niet gehoord.”

Vraag is: was het zoveel beter in een vorig tijdperk? Volgens betrokkenen wel. Met trots vertellen zij over de succesvolle honkballers van Haarlem Nicols, topbasketbalploeg Levi’s Flamingo’s (van Mart Smeets), HFC Haarlem in Europa en de vele sportweken die Haarlem heeft gekend. Van een wieler- en bowlingweek tot een handbalweek; Haarlem heeft alles gehad.

Van die evenementen, die in navolging van de succesvolle basketbalweek werden bedacht, is alleen de Honkbalweek nog over. Een toernooi dat bestaat sinds 1961, toen de aanleg van het eerste permanente honkbalveld in Nederland aanleiding gaf voor een bijpassend evenement. Dat het Nederlands team werd overklast, door voornamelijk Amerikaanse soldaten die in Europa waren gelegerd, deerde geen Haarlemmer. Toeschouwers zaten zelfs op omliggende daken om niks van het spektakel te missen.

Een liefde die vier decennia later nog niet is bekoeld. Door de tweejaarlijkse Honkbalweek geldt Haarlem als dé honk- en softbalstad van Nederland, alsmede door de aanwezigheid van maar liefst negen verenigingen, op een totaal van 174 in Nederland.

Honkbalweek-voorzitter Mulder voorspelde daarom dat het stadion (3.000 plekken) afgelopen zaterdag uitverkocht zou zijn bij het duel tussen het Nederlands team en de talentenploeg uit de VS. Hij kreeg gelijk. Net zoals het ook klopte dat er weer scouts op de tribune zaten van grote Amerikaanse clubs als de LA Dodgers en de Minnesota Twins. „Dat zegt toch iets over dit evenement. In Japan staat zelfs in de krant welke spelers in Haarlem zullen aantreden.”

Cuba

Ondanks die statuur was de financiering een crime. De bond kan in dat opzicht vrijwel niks betekenen en sponsoren zitten krap bij kas. „De crisis”, verzucht Mulder. Hij dacht lichtpuntjes te zien, totdat hij een eerste gesprek over sponsoring voerde. Het bedrijf dat normaal een zekerheid was, kon geen bijdrage garanderen. Waarop hij de reacties van andere bedrijven kon voorspellen. „Het is ook raar als ze een skybox huren, terwijl ze kort geleden mensen moesten ontslaan.”

Het gevolg is dat hij Cuba niet heeft kunnen uitnodigen, net als de smaakmaker van 2012 Puerto Rico. Hoewel deelnemers zelf de overtocht betalen, kon Mulder de verblijfskosten van nog eens twee teams niet bekostigen. Ondertussen hoopt hij ook dat geen duels worden afgelast wegens regen. In die situatie kan het organiserende comité de bezoekers om financiële redenen niet hun geld teruggeven. „Ik hoop dat mensen daar begrip voor hebben.”

Toen hij in februari openlijk zijn twijfel uitte over het voortbestaan van het evenement, was dat koren op de molen van sceptici. Weer een bewijs dat Haarlem en sport allang geen onlosmakelijke combinatie meer was. De lokale omroep Haarlem 105 kwam zelfs met een speciaal programma: Voorheen de sportstad Haarlem.

In zijn werkkamer wil sportwethouder Merijn Snoek wel reageren op die sentimenten. Hij kent ze, maar schetst een genuanceerder beeld. „Faciliteren, meedenken, onszelf positief opstellen. Dat is wat wij kunnen betekenen”, zegt hij. „Plus dat we een beperkte financiële bijdrage van 46.000 euro per editie geven.” In elk geval tot 2018. Daarna treedt een nieuw beleid in werking. „We maken die afweging in 2018, maar ik ben blij dat deze coalitie extra geld heeft vrijgemaakt voor zulke sport en sportevenementen.”

Snoek wordt tijdens het gesprek geflankeerd door een van zijn beleidsmedewerkers, die zich „altijd moet verdedigen” wanneer ze anderen vertelt over topsport in Haarlem. Wat veelzeggend is voor de beleving van burgers.

Gesteggel

Toch doet de gemeente genoeg voor sportliefhebbers, stellen ze. Een nieuwe badmintonhal bouwen. Het naderende WK softbal ondersteunen. Nieuwe sportcomplexen laten verrijzen. Plus het subsidiëren van de stichting SportSupport Kennemerland. Beleid dat vooral gericht is op het ondersteunen van breedtesport.

Snoek: „Weet je dat we hier hebben gesteggeld over de vraag wie de traditionele eerste bal mocht gooien op de Honkbalweek?” Oftewel, hij en zijn collega's bekommeren zich wel degelijk om het evenement. „Binnen de politiek is er een enorm draagvlak.”

Zulke teksten hebben betrokkenen van de Honkbalweek vaker gehoord. Maar ze weten nog goed hoe ze enkele jaren geleden geen banieren in de stad mochten plaatsen om het evenement aan te kondigen. De gemeente had daarvoor de juiste materialen in huis, maar die werden niet uitgeleend. Nu liggen ze te verroesten in een depot.

Of neem de partytent, die niet bij de Basketball Week mocht worden geplaatst. Ideaal om vips te ontvangen, maar nee, het zou leiden tot parkeeroverlast. Maak dan een uitzondering, stellen betrokkenen nog altijd geërgerd. Helemaal omdat Rotterdam vervolgens wél graag wilde investeren in het basketbalevenement, dat met de verhuizing zijn einde tegemoet trad.

Toch benadrukt voorzitter Mulder dat hij niet alleen wil klagen over de gemeente. Zo roemt hij de wijze waarop het veld wordt onderhouden door SRO, een ‘maatschappelijke partner’ die voor vijftig procent in handen is van de gemeente Haarlem.

Mulder geeft grif toe dat zijn kritische opmerkingen zijn vermengd met de nodige emotie. Hij moet er gewoon niet aan denken dat er geen Honkbalweek was geweest. Het geluid van de knuppel, de volle tribunes, daar geniet hij van. Hoe zeer de organisatie ook een struggle is, op een avond zoals zaterdag, als de tribunes vol zitten, trekt er een golf van blijdschap door zijn lijf. „Dan denk ik: yes.”