Bau en Lau dragen ziekte niet aan als excuus

Vorig jaar stonden ze derde en vierde, nu tiende en negentiende. Bauke Mollema en Laurens ten Dam weten ook niet precies waar het aan ligt. Wel zijn ze weer ‘topfit’.

Laurens ten Dam ziet af in de tiende etappe van de Tour. Foto Cor Vos

Aan de Avenue Édouard Droz in Besançon, aan de oevers van de rivier Doubs die zich om de historische binnenstad krult, ligt het statige, negentiende-eeuwse Hôtel des Bains. Na de ontdekking van een grote zoutwaterbron besloten ondernemers om de voormalige vrije rijksstad in het Heilige Roomse Rijk te transformeren in een kuuroord, meeliftend op het populaire spatoerisme van die tijd.

Maar dat is niet waar de Belkin-ploeg op de eerste rustdag in de Tour de France de pers ontvangt. Dat gebeurt zo’n honderd meter verderop, in een naoorlogse betonkolos. Misschien past dat ook beter bij de stemming van de Nederlandse wielerformatie. Een jaar geleden was de internationale pers op de eerste rustdag uitgerukt om het wonder van Bauke Mollema en Laurens ten Dam te aanschouwen – de twee Nederlanders stonden na de eerste bergetappes respectievelijk derde en vierde in het klassement. Nu staan ze tiende en negentiende, en is de belangstelling van over de landsgrenzen zeer beperkt.

Vorig jaar zat alles in de eerste twee weken mee en kwam het malheur in de derde week. Mollema werd ziek en zakte naar de zesde plaats, Ten Dam viel en eindigde als dertiende. Nu hebben beiden juist al de nodige ongemakken achter de rug. Zo was Ten Dam de eerste dagen van de Tour nog aan het herstellen van een infectie. En Mollema blijkt vorige week van maandag tot donderdag last te hebben gehad van zijn darmen.

Niet dat ze hun fysieke problemen willen aanvoeren als excuus. Nee hoor, zegt Mollema, ik kon gewoon nog eten en drinken. „Ik werd wel iets slapper. Waarschijnlijk kon ik wel dezelfde wattages leveren, maar het voelde wat moeilijker aan. Vooral Arenberg was afzien.”

Arenberg: de zware kasseienetappe die een week geleden werd gewonnen door Mollema’s ploeggenoot Lars Boom. Vooraf had de ploegleiding nog de hoop geuit dat de Groninger in die etappe tijd kon winnen op zijn concurrenten, achteraf bleek twee minuten tijdsverlies op de Italiaan Vincenzo Nibali (Astana) het hoogst haalbare. De slapte van Mollema verzwegen ze nog even. „Je wilt de concurrentie natuurlijk ook niet wijzer maken”, aldus de renner zelf.

Sinds vrijdag voelt Mollema zich weer „topfit”. Zijn darmproblemen verklaren dus niet waarom hij maandag ‘pas’ als twaalfde bovenkwam op Planche des Belles Filles, waar hij een jaar geleden nog indruk maakte met een vierde plaats op Ax-3-Domaines. Behalve de opmerking dat het ene jaar het andere niet is, heeft Mollema verder ook geen verklaring. „Ik probeer in de Alpen nog wat te stijgen in het klassement.” De ploeg ziet het als een voordeel dat Mollema zich elke dag een beetje beter voelt. „Dat werkt ook mentaal door”, aldus ploegleider Nico Verhoeven.

Ziekte

Ook Ten Dam ondervindt geen gevolgen meer van zijn ziekte, zegt hij. En hij heeft evenmin een verklaring voor de iets mindere prestaties. „We hebben ons goed voorbereid, meer kun je niet doen. Ik ben zelfs voor het eerst op hoogtestage geweest, al merk ik daar nu niks van. Maar het is geen Playstation, het is een lichaam. Nu valt het net even de andere kant op. Als het 1 à 2 procent beter gaat, sta ik twaalfde of dertiende.”

Of nog veel hoger. Het had zomaar gekund. Eergisteren maakte Ten Dam deel uit van een kopgroep die werd teruggepakt. Vlak daarna ontstond een kopgroep die wel wegbleef, en iets meer dan vijf minuten voorsprong pakte op het peloton. Bijzonder daaraan was dat Nibali toestond dat de Fransman Tony Gallopin (Lotto) zijn gele trui afpakte. Normaal gesproken wordt de koers door de ploeg van de geletruidrager dermate gecontroleerd dat gevaarlijke mannen voor het klassement nooit kunnen ontsnappen.

Ten Dam: „Ik baal wel dat ik niet mee was met die ontsnapping. Dan had ik nu derde gestaan.” Wat het nog erger maakt, is dat de collega’s die wel mee waren hem vertelden dat ze nauwelijks arbeid hadden hoeven leveren. Zo zat zijn ploeggenoot Steven Kruijswijk „lekker in het wiel” en wist Tom Dumoulin (Giant) te melden dat het veel was als hij dertig seconden aan kop van dat groepje had gereden.

Zelf beschouwt Ten Dam zijn vierde plaats op de eerste rustdag van vorig jaar als een uitschieter. „Dat jullie nu kritische vragen stellen, komt vooral door vorig jaar. Een paar jaar eerder was ik vier keer mee in de bergen en was het hosanna. Maar toen stond ik veel lager in het klassement dan nu.”

Voorlopig blijven de rollen ongewijzigd. Mollema, die na het stoppen van sponsor Belkin wellicht vertrekt naar de Amerikaanse ploeg Trek, is kopman. Ten Dam, nog een jaar onder contract bij de huidige ploeg, is de helper die ook zelf voor een goed klassement gaat. De rolverdeling stoort Ten Dam niet. „Het gaat goed samen met mijn eigen kansen. Als ik lang bij Bauke blijf, is dat ook goed voor mijn klassement.”

Vorig jaar baarde de Belkin-ploeg nog opzien door de stunt met de waaiers in de etappe naar Saint-Amand-Montrond. Met veel succes werd het peloton uiteengereten, waardoor de Britse geletruidrager Chris Froome op achterstand werd gezet en een andere concurrent, de Spanjaard Alejandro Valverde, zelfs tien minuten verspeelde. Een dergelijke truc bleef dit jaar uit, hoewel enkele ritten zich er wel voor hadden geleend. „Simpelweg omdat Bauke niet goed was”, zegt Verhoeven.

Een aanval van een van de twee klassementsmannen van Belkin hoeven we evenmin te verwachten. Mollema wil niet zijn klassering vergooien door risico’s te lopen „à la Kwiatkowski” – de Pool die maandag de hele dag in de aanval reed en uiteindelijk meer dan twee minuten na ritwinnaar Nibali finishte. En ook Ten Dam moet aan zijn klassering denken, vindt Verhoeven. „Hij kan nog achtste worden.”