Weg met de regelneven in de gezondheidszorg

Illustratie Pavel Constantin

Waarom lukt het zo slecht om de ‘problemen’ met de financiering en met de productiviteit van de gezondheidszorg op te lossen? Omdat vakdeskundigheid in de top van onze gezondheidszorginstellingen steeds verder te zoeken is: Zoals bijvoorbeeld baas van het VUmc Wouter Bos (ex-staffunctionaris bij Shell, studeerde economie en politicologie ), chef van zorgverzekeraar Menzis Roger van Boxtel (ex-organisatieadviseur, studeerde rechten ), chef van de Landelijke Huisartsen Vereniging Steven van Eijck (ex HBO-docent, studeerde fiscale economie), en zo kan ik nog wel even door gaan. Al die bazen hebben nog nooit één patiënt behandeld. Een vakdeskundige heeft aan een half woord genoeg; zij niet, omdat ze niet weten waar het op de vloer over gaat.

Bazen die niet uit het vak afkomstig zijn, hebben grote staven en talloze regels en procedures nodig om in hun behoefte aan onzekerheidsreductie te voorzien. In hun cockpits met dashboards houden ze bij of de mensen wel op tijd binnen zijn en niet te vroeg weg gaan, of ze binnen budget blijven, of ze zich aan de arboregels houden, of de medewerkers op tijd een functioneringsgesprek krijgen, of iedereen een persoonlijk ontwikkelingsplan heeft opgesteld, etc. Wat moeten ze anders? In de tijd dat hij milieuminister was, zei Pieter Winsemius eens: „Daar waar vakdeskundigheid ontbreekt, ontstaat als vanzelf de regelneef”. Het sterkste punt van de hiervoor genoemde bazen is dat ze als old boys nogal makkelijk deuren open krijgen in Den Haag. Prima, zo lang ze daar bepleiten dat er andere mensen dan zij zelf op hun posten aangesteld zouden moeten worden. Maar dat komt natuurlijk niet bij hen op.

Het kan anders. Buurtzorg Nederland is een thuiszorgorganisatie met circa 7500 verpleegkundigen die werken in zo’n 700 zelfsturende teams met 35 mensen in de staf die geleid wordt door twee managers waarvan de belangrijkste een verpleegkundige is. De cliënttevredenheid en de medewerkertevredenheid zijn er ongekend hoog en de organisatie is zeer kostenefficiënt.

Een medisch specialist zei me laatst dat hij en zijn collega’s het gebrek aan vakdeskundigheid in de top dragelijk hielden door de inzet van humor. Glimlachend vertelde hij dat in zijn ziekenhuis het verhaal gaat dat de directeur – een econoom – op een avond gespot was in de kelders van het ziekenhuis, op zoek naar de carpale tunnel. Hij had er zo veel over gehoord.