Voor Chopin zijn vingers nu te ruw

Zeilster

Ze moest kiezen tussen de piano en de boot. De geboren Griekse voer afgelopen week voor Nederland het EK 470.

Afrodite Kyranakou (r) vormt met Anneloes van Veen een vast koppel dat in mei meedeed aan de Delta Lloyd Regatta in Medemblik. Foto Soenar Chamid

Soms, als ze op een rustig moment haar ogen sluit, klinkt de zee als muziek: de wind, het ritme van de golven, het geluid van de boot. „Wist je dat je de snelheid van een zeilboot kunt horen?”

Voor een vrouw van 22 jaar heeft Afrodite Kyranakou er al een heel leven opzitten: van pianiste aan het conservatorium in Athene tot topzeilster in de Nederlandse kernploeg. Het is het resultaat van een aantal harde noten die de geboren Griekse kraakte toen ze enkele jaren geleden een aantal ongebruikelijke dilemma’s op haar bord kreeg: wordt het de piano of de boot? En blijft het Griekenland, of wordt het Nederland?

Terwijl ze in Medemblik, aan het frisse IJsselmeer, haar keuzes toelicht toont ze haar vingers: stijf, kapot en ruw met een laag eelt, het gevolg van dagelijks sjorren aan schoten en ander touwwerk, in weer en wind en zout water. Diezelfde vingers brachten enkele jaren geleden, lenig als de tentakels van een nautilus, Griekse muziekliefhebbers in vervoering met Chopin en Mozart. „Zeilen breekt eigenlijk je vingers. Ik kan ze niet meer zo snel bewegen. Sommige voel ik niet eens meer, door het vele knijpen.”

Spijt heeft ze niet. „Als pianist moet je twaalf uur per dag spelen. Ik hou van muziek, maar dat zou ik niet leuk vinden. Zo veel uren kan ik wel op het water zitten. Met zeilen zie je de hele wereld.”

Als meisje van negen, in Athene, had ze niks met zeilen. „Ik had het altijd koud. Bleef liever thuis tekenfilms kijken.” Toch raakte ze geïntrigeerd door het spel met de golven en de wind. „We woonden tien minuten van de haven van Saronikos, dus ik fietste na school altijd naar mijn zeilbootje.”

Vlechtwerk

Haar jeugd aan de Saronische Golf, ten zuiden van Athene, werd een ingewikkeld vlechtwerk tussen pianospelen en zeilen. Toen haar ouders in 2005 uit elkaar gingen verhuisde haar moeder naar Nederland. Zelf bleef ze. „Ik koos voor mijn toekomst, niet voor de familie. Ik wilde het pianospelen niet opgeven.”

Maar het had grote consequenties. „Ik speelde vier, vijf uur per dag piano. Daarnaast zeilde ik en ging ik naar school. Eigenlijk had ik als kind geen sociaal leven, ik had niet veel vrienden. Als ik nu terugdenk was dat misschien wel fout, ik heb niet echt als kind geleefd. Maar het heeft me ook de muziek gebracht. En het zeilen; eigenlijk is dat mijn sociale leven.”

In 2010, toen de economische crisis Griekenland in zijn greep nam, waagde ze alsnog de sprong. „Ik miste mijn moeder. En het leven in Griekenland werd moeilijker, zeker in een dure sport als zeilen.” Bovendien kwam ze door alle stakingen niet verder op de universiteit in Athene, waar Kyranakou inmiddels psychologie studeerde.

In het Engelse Weymouth, waar in 2012 de olympische wedstrijden werden gehouden, stapte ze af op Jacco Koops, destijds coach van het succesvolle 470-duo Lobke Berkhout en Lisa Westerhof. „Ik zei: ik wil naar Nederland. Wat moet ik daarvoor doen?”

In Nederland maakte ze indruk, toen ze met Jeske Kisters in 2012 jeugdwereldkampioen werd in de 470-klasse. Inmiddels vormt ze een vast koppel met Anneloes van Veen, met wie ze afgelopen week het EK in Griekenland zeilde – toevallig precies in de wateren waar ze ooit leerde zeilen. „Dat is best bijzonder. We trainden daar laatst op dat mooie blauwe water. Ik voelde me weer even dat kleine meisje.”

Ze zeilde er bovendien voor het eerst officieel als Nederlandse – twee weken geleden kreeg ze haar paspoort. Maar Kyranakou voelt zich al langer Nederlandse: de taal spreekt ze vloeiend, ze studeert rechten in Amsterdam en voelt zich thuis op de Noordzee. „Nederland zit nu dichter bij mijn hart dan Griekenland. Ik heb wel een Grieks temperament, maar veel Griekse eigenschappen passen niet goed bij mij. Ik wil bijvoorbeeld altijd op tijd zijn, veel Grieken komen tien minuten te laat. Ik denk ook dat ik eerlijker ben dan de meeste Grieken. Nederlanders kunnen de waarheid vertellen, ook al doet het pijn. Grieken zeggen eerder iets achter je rug, of zeggen niets.”

Landverrader

Haar overstap werd haar aanvankelijk niet in dank afgenomen. „De Griekse zeilers vonden mij een beetje een landverrader. Maar nu begrijpen ze mij. In Griekenland hebben ze niet mee dezelfde kansen, omdat er geen geld is. De laatste jaren kunnen ze niets meer. Ik heb zoveel geluk gehad. Met Anneloes, met de mensen in Nederland die mij hebben geaccepteerd. Het Watersportverbond ziet mij als een Nederlandse meid die naar de Spelen wil.”

En met Van Veen vond ze een zeilpartner die ze in Griekenland nooit had kunnen vinden, in meerdere opzichten. „Ze is 1,77 meter lang, dat is bijna onmogelijk in Griekenland. Bovendien is het daar moeilijk iemand te vinden die 100 procent wil zeilen, vanwege de economie. De meesten kiezen voor een baantje. Anneloes ken ik al vanaf mijn tiende. Destijds zeilden we tegen elkaar, in de Optimist. We vullen elkaar goed aan. Zij is de eerste bemanning die echt meent wat ze zegt. Dat waardeer ik enorm in haar.”