The Dutch love Quinoa

De quinoa wordt wereldwijd duur betaald. Het goud uit de Andes wordtdeze zomer voor het eerst in Nederland geoogst. De Hollandse quinoapionier Rens Kuijten zal er voorlopig nog niet rijk van worden.

Illustratie Studio NRC

Half mei. Op een stukje grond van nog geen anderhalve hectare, pal naast Schiphol, gaat Pieter van der Vlugt op zijn knieën. Hij veegt voorzichtig het bovenste laagje van de droge kleigrond weg en ja hoor, daar ziet hij de quinoakiemen aarzelend opkomen. Het is heel broos nog, het weer moet meezitten en dan moet genoeg zaad zo snel mogelijk opkomen om het onkruid voor te blijven. Maar het begin is er.

Het is voor teler Van der Vlugt en voor de gebiedsontwikkelaar van Schiphol een experiment. Schiphol verpacht graag ongebruikte grond voor innovatieve initiatieven, de teler vindt het interessant om naast de gangbare gewassen af en toe wat nieuws te proberen, om nieuwe markten te verkennen. „Ik hou zelf van een goede aardappel, maar quinoa is een leuk plantje, en er is veel vraag naar.” Hij hoort met verbazing aan dat in supermarkten in grote steden quinoa al maanden nauwelijks te krijgen is.

Het akkertje bij Hoofddorp is één van de zeventien plekken waar dit voorjaar de eerste Nederlandse quinoa is gezaaid, bij elkaar zo’n 30 hectare. Vier plekken zijn proef- en onderzoekslocaties, op de overige locaties wordt voor consumptie geteeld.

Spin in het Nederlandse quinoaweb is Rens Kuijten, van de Dutch Quinoa Group. Met onder anderen onderzoekers uit Wageningen werkt hij aan de selectie en kruising van rassen die het in Nederland, op zeeniveau, goed kunnen doen. Hij begeleidt telers. Hij voert de regie van zaai tot supermarkt.

„Dat moet wel, want quinoa is een nieuw en specifiek product. We willen het als glutenvrij product verkopen, maar dan mag het nergens in de productieketen in aanraking komen met graansporen.”

Al 10 jaar experimenteren met quinoa

Rens Kuijten (35) is de zoon van een veehouder. Al sinds hij in 2001 experimenteerde met quinoa als alternatief veevoeder, is hij erdoor gefascineerd. Toen het plan om met het ouderlijk melkveebedrijf naar Canada te emigreren niet doorging, ging hij op zoek naar een innovatie, iets waar nog niemand in Nederland mee bezig was. In 2012 ging hij met een studiebeurs naar Zuid-Amerika, de quinoaschuur van de wereld, waar het korreltje oorspronkelijk vandaan komt. En terwijl Kuijten de haalbaarheid van Nederlandse teelt onderzocht, werd quinoa in de Verenigde Staten ineens een modeproduct en kondigden de Verenigde Naties 2013 aan als het Jaar van de Quinoa. Want in een wereld waarin we straks misschien wel 9 miljard mensen van voldoende eiwitten moeten voorzien, kom je er niet met alleen dierlijke producten.

Bij quinoa komt voor Kuijten van alles samen. Zijn interesse in voeding, gezondheid en internationale ontwikkeling, zijn ondernemerschap. „In het Westen draagt quinoa bij aan bewuste voeding, en als het hier als gewas en voedingsbron belangrijk wordt, kunnen we ontwikkelingslanden helpen bij het opzetten van quinoateelt.”

„2012 was een knikpunt”, zegt Kuijten. „Ik denk dat minder dan 1 procent van de Nederlanders toen nog van quinoa had gehoord – alleen bewuste klanten van natuurvoedingswinkels op zoek naar biologische glutenvrije producen kenden het.

De VN gaven quinoa een enorme boost. Daarna bereikte het via de supermarkt voor het eerst een breder publiek.”

En nu is de prijs ervan geëxplodeerd

Het afgelopen jaar is de vraag naar quinoa, en daarmee de prijs, geëxplodeerd. De wereldhandelsprijzen zijn sinds 2011 ongeveer verdrievoudigd. Een zakje quinoa van 300 gram kost bij Albert Heijn nu zo’n 3 euro (een doosje rijst van 400 gram heb je al voor 39 cent). Bij de biowinkel kost het nu gemiddeld 15 euro per kilo.

Met een areaal van 100.000 hectare beheersen Bolivia, Peru en Ecuador de markt. Canada kan er met 2.000 hectare niet aan tippen, in de West-Europese landen die nu quinoa verbouwen, gaat het om nog kleinere aantallen. „Er is schaarste”, zegt Kuijten. „Afgelopen maand is er weer nieuwe oogst op de markt gekomen, maar daarvoor was het zo goed als op.”

In september komt de eerste Nederlandse quinoa van het land, gerekend wordt in totaal op 50.000 kilo – mislukte oogsten meegerekend – die vanaf december in de winkel moet komen, tegen marktconforme prijzen. Als Nederlands product, dus niet vermengd met Boliviaanse quinoa. Kuijten heeft inmiddels zijn baan als accountmanager in de veterinaire farmacie opgezegd.

Dus dat wordt cashen straks?

De zilvervloot vaart binnen, zou je denken. Maar dat weerspreekt Kuijten met kracht. Om meerdere redenen is Hollandse quinoa geen snelle weg naar het grote geld. Allereerst vanwege het plantje zelf. Het goede nieuws is: het groeit niet alleen in de hoge Andes, maar ook op zeeniveau, op klei, zand en löss. Maar het is tegelijkertijd een veeleisend plantje: het vraagt een fijn zaaibed, zonder kluiten. En het moet op eigen kracht de strijd met onkruid aangaan – chemische bestrijdingsmiddelen zijn in Nederland voor quinoa officieel niet toegestaan.

Bovendien moet de opbrengst groot genoeg zijn om te kunnen concurreren met bijvoorbeeld graan en maïs. Als een boer 2.000 euro verdient met een hectare tarwe, zal de quinoa daar ten minste overheen moeten – alleen al omdat het risico op mislukte oogsten groter is. „We streven op termijn naar 3.000 euro, meer dan 2.000 kilo per hectare”, zegt Kuijten.

Een andere uitdaging zal zijn om genoeg quinoa te verbouwen om de Nederlandse consument het hele jaar te kunnen bedienen. Over vijf jaar moet het Nederlandse quinoa-areaal 1.000 hectare bedragen. Maar dan nog is samenwerking met andere West-Europese landen nodig om voor voldoende en constante toevoer te zorgen en lokale akkerbouwers met een gegarandeerde afzet een commercieel aantrekkelijk gewas te kunnen bieden.

Kuijten moet straks gaan verdienen aan de verkoop van quinoa die hij betrekt bij telers in Nederland en telers in andere West-Europese landen die met dezelfde rassen werken. „Maar het is absoluut geen goudmijn. Iedere cent winst moet de komende jaren meteen weer geïnvesteerd worden. Het is een complexe en dure productieketen.”

De eerste inkomsten komen op z’n vroegst in december. Zover is het nog niet. Van de quinoa die dit voorjaar in Nederland is gezaaid, doet eenderde het tot nu toe goed, eenderde doet het matig en eenderde beschouwt Kuijten als mislukt.

Eind juni. Op het stukje land bij Schiphol staat de quinoa inmiddels 60 centimeter hoog, maar het is hier niet geworden wat Pieter van der Vlugt ervan gehoopt had. „Niet meer dan 65 procent van het zaad is uitgekomen en dan wordt de helft van het perceel ook nog eens geplaagd door onkruid.” Bij Kuijten valt dit in de categorie ‘mislukt’. Winst zal Van der Vlugt inderdaad niet maken, maar hij bekijkt het positief. „We leren ervan. We zien nu dat de structuur van de grond hier niet goed is, maar we zien ook dat er wel genoeg voeding in zit. En we weten voor de volgende keer dat we meer zaad moeten zaaien.” Vooralsnog hoopt Van der Vlugt op regen. „Dan wordt het misschien nog wel wat met de oogst van september.”