Suffe kippen

Rustdag. Tijd om de wonden te likken, zo luidt het cliché. Clichés zijn niet interessant, maar ze zijn altijd waar. Er valt heel wat te likken. Een minderheid heeft nog niet op de grond gelegen. Alberto Contador heeft helemaal niets meer te likken. Die zit intussen thuis in Madrid zijn wonden te bestuderen. Mijn kop eraf als in zijn hoofd de mentale voorbereiding op de Vuelta al niet is gestart.

Wonderbaarlijk hoe fijn de alomtegenwoordige Franse cameramensen de valpartijen in beeld brengen. Met het jaar worden die lui beter. Vrij nauwkeurig heb ik kunnen observeren dat de meeste chutes helemaal niet nodig waren. Ongelukken gebeuren, maar lullige ongevallen zijn te vermijden. En daar waren er nogal wat van. Als suffe kippen vielen ze van hun stok.

Het verbaast me dat in de verslaggeving en analyses het woord Tramadol nog niet is gevallen. Afgelopen voorjaar werden de overvloedige lullige en niet- lullige struikelpartijen in de klassiekers in verband gebracht met deze overdadig geconsumeerde pijnstiller. Bedoeld om in de finale van de koers de pijn van de inspanning en uitputting te verzachten dan wel helemaal te vernietigen, zou het gouden pilletje- in het leven blijft geen enkel kunstmatig comfort ongestraft- een vertraging van de reflexen als tragische bijwerking hebben.

Terzijde. Het kan zijn dat ik iets gemist heb in de wandelgangen. Dat er intussen nog betere pijnbestrijding voorhanden is met een nog lulliger uitwerking op de reflexen. Als het zo is, lezer, excuses.

Tijdens de Tour is alles anders. Links en rechts in de verslaggeving bemerk ik ontwijkgedrag ten opzichte van de medische wonderen. Het is mooi geweest, de zelfdestructieve krachten in de wielersport zijn nagenoeg bezworen, Armstrong is ritueel geveld, voorwaarts moeten we, hand in hand. Genieten van het zomerfeest. Er zit iets in, maar bestaat de schoonheid van de Tour niet juist uit het uiterst trage en zeer pijnlijke voorwaarts gaan in goede bedoelingen?

De eerste vijf renners van de Tour van 1904 werden na maandenlang onderzoek gedeclasseerd omdat ze hele stukken van het parcours in een trein gezeten hadden. Zie, op een eeuw tijd is toch een lichte vooruitgang geboekt.

Gisteren zat ik voor de loodzware etappe door de altijd groene, altijd vruchtbare Vogezen. Ik zag: kruipende wezentjes met zonnebrillen op duur carbon terwijl het bij tijden behoorlijk heiig was. Hier viel er eentje om, en daar. Contador viel uit door een stommiteit. Ik herinner me dat ik als negenjarige ongeveer hetzelfde zag in zwart-wit, en verklaarde terstond mijn liefde aan de Tour.

De Tour was mijn eerste echte liefde. Niet veel later mocht ik van mijn eerste echte vriendinnetje het abrikoosje in haar broekje betasten. Het was een mooi meisje, maar de Tour vond ik toch beter. Met deze getuigenis sluit ik af.