Hoe help je prostituees echt? Met een hoerenleenbank

Met termen als ‘moderne slavernij’ willen politici scoren als redders van sekswerkers. Maar we hebben juist beleid nodig dat prostituees niet slechts als slachtoffers ziet, aldusLinda Duits en Laurens Buijs.

illustratie Nate Beeler

Achter het raam zitten is saai. Raamwerkers brengen een groot deel van hun tijd wachtend door. De toeristen die proberen onder de prijs binnen te komen, hebben steeds hetzelfde praatje. De levensverhalen die klanten met je willen delen, worden op den duur gezapig. Soms heb je een leuke dag, soms heb je geen zin.

Prostitutie is in veel opzichten net een gewone baan. Dat was ook de gedachte achter het opheffen van het bordeelverbod, waartoe het Nederlandse parlement in 2000 besloot. Door sekswerkers zich te laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel en belastingaangifte te laten doen zoals iedere andere werkende burger, moest de prostitutiesector aan de illegaliteit worden onttrokken.

Aan de legalisering van prostitutie lag dus geen overromantisch beeld van de happy hooker ten grondslag, zoals critici graag beweren, maar het pragmatische idee dat zij niet geholpen zijn met veroordelingen en verboden. Om die reden werd prostitutie in Nederland ook lang voor 2000 in de praktijk niet vervolgd maar gedoogd. Met de wetswijziging moest de positie van sekswerkers als kwetsbare groep worden beschermd, onvrijwilligheid verder worden bestreden en exploitatie worden gereguleerd.

De gemeentes mochten het regelen

Formele legalisering betekende niet dat het dagelijkse leven van een prostituee in één klap veranderde. Sekswerkers zijn afhankelijk van allerlei weerbarstige structuren die niet meteen met de letter van de wet mee veranderen. Na het opheffen van het bordeelverbod werd het aan gemeentes zelf overgelaten hoe zij het beleid vorm wilden geven. In Amsterdam gebeurde dat met Project 1012: het beleidspakket waarmee de Amsterdamse Wallen (die in postcodegebied 1012 liggen) ingrijpend veranderd moesten worden. In 2007 wist toenmalig wethouder Lodewijk Asscher de gemeenteraad te overtuigen van de noodzaak van een ‘verdringingsstrategie’.

Project 1012 hield in dat het aantal ramen op de Wallen moest worden teruggebracht. Sinds de start van het project heeft de gemeente bordelen opgekocht en verkocht aan ‘hoogwaardige’ ondernemingen: dining, design en fashion. Het lukte Asscher om een voorgenomen politiek van legalisering om te zetten naar een politiek van bestrijding. Asscher creëerde draagvlak met zwaar moreel geschut en ongezouten retoriek. Voor hem was sekswerk onlosmakelijk verbonden met uitbuiting, onderdrukking en mensenhandel. Die verwevenheid werd bekrachtigd met het woord ‘crimogeen’: bordelen zouden net als coffeeshops misdaadopwekkend zijn. De boodschap van Asscher was duidelijk: raamprostitutie gaat niet samen met een schoon geweten.

Met zijn prestigeproject verwierf Asscher twijfelachtige internationale faam. „De Nederlandse experimenten met tolerantie hebben zich duidelijk tegen hen gekeerd. De Nederlanders worden nu conservatiever, omdat hun tolerantie niet gewerkt heeft”, sprak Bill O’Reilly van het oerconservatieve Fox News in 2009. Hij zag in Asscher bewijs dat „zelfs de Amsterdammers” er nu achter zijn gekomen dat progressief prostitutiebeleid in de praktijk leidt tot een „gekkenhuis”, „beerput van corruptie” en „anarchie”. En je kunt O’Reilly er moeilijk van beschuldigen dat hij de woorden van de wethouder verdraaide. „Ik geloof er niks van dat Amsterdammers accepteren dat vrouwen als slavinnen in hun stad worden uitgebuit”, antwoordde Asscher als iemand vroeg of zijn plannen wel voldoende draagvlak hadden.

Miljoenen voor de bordeelhouders

Asscher is vertrokken uit Amsterdam, maar zijn erfenis is merkbaar in de ooit rosse buurt. Wie vijf jaar niet op de Wallen is geweest, weet niet wat hij ziet. De Oudezijds Voorburgwal is een kloon van de Herengracht geworden, zij het dat er niemand iets koopt in de immer lege boetiekjes in de aansluitende steegjes. Er zijn miljoenen aan gemeenschapsgeld in zakken van bordeelhouders verdwenen en de sekswerkers – om wie alles toch begonnen was – staan met lege handen.

In Utrecht liet burgemeester Wolfsen zich inspireren door zijn Amsterdamse partijgenoot. Hij sloot in 2013 de bordelen op het Zandpad. Ook daar pakte de gemeente zonder pardon de werkplek van prostituees af. Deze vrouwen verdwijnen in de illegaliteit en daarmee van de radar van hulpinstanties. Er was ook een groep die terugknokte. Een aantal sekswerkers van het Zandpad verenigde zich en vroeg een vergunning aan om in eigen beheer bordelen te heropenen. Wolfsen en zijn opvolger Van Zanen (VVD) hielden de dames maanden aan het lijntje voordat ze deze unieke kans in de wind sloegen: de vergunning werd na een onnavolgbare ambtelijke procedure geweigerd. Politici verwoestten zo de vertrouwensband die gemeente, politie en sekswerkers eerder moeizaam met elkaar opbouwden.

Het is opmerkelijk dat de hulpvraag van prostituees niet wordt gehoord. Politici zien hen slechts als slachtoffers die niet voor zichzelf kunnen spreken. Met termen als ‘moderne slavernij’, ‘posttraumatische stress-stoornis’ en ‘dagelijkse verkrachting’ hopen zij te scoren als vrouwenredder in het publieke debat, maar achter deze stoere retoriek gaat vooral onwetendheid, lafheid en klassiek seksisme schuil.

Het debat wordt met veel emotie gevoerd op basis van onbetrouwbare cijfers die voortkomen uit grove schattingen, vage begripsbepalingen en brede criteria. Zo word je al geteld als slachtoffer van mensenhandel als je uit Roemenië komt en niet zelf je visum hebt geregeld. Voor de spookverhalen van Asscher is geen wetenschappelijke basis. Het meest kwalijk is wellicht dat de zogenaamde redders niet met prostituees zelf praten.

Als politici zouden luisteren naar sekswerkers, wordt duidelijk waar ze wél behoefte aan hebben. Het duurt even voordat een beroepsgroep die van oudsher gecriminaliseerd wordt de weg weet te vinden naar de Belastingdienst. Het financiële systeem sluit ze momenteel uit. Sekswerkers hebben moeite een hypotheek te krijgen of een woning te huren omdat de verstrekkers daarvan mogen oordelen over de aard van hun werk. Prostituees kunnen ook vaak geen zakelijke bankrekening openen en geen gebruik maken van standaarddiensten als creditcards en iDeal. De overheid moet er op toezien dat dit verandert. Maar er is meer. Zo zou het goed zijn als er een ‘broodfonds’ voor sekswerkers komt, net zoals andere zzp’ers zich verenigen om ervoor te zorgen dat ze doorbetaald krijgen bij ziekte, zwangerschap en pensioen. En waarom zouden beginnende prostituees geen starterslening kunnen krijgen? Banken zijn internationale concerns die zich zorgen maken om reputatieschade in conservatieve buitenlanden. Het is daarom begrijpelijk dat zij hun nek niet willen uitsteken.

Goede huurprijzen en werktijden

De oplossing ligt in een samenwerkingsverband van Nederlandse banken onder een wit logo, een ‘hoerenleenbank’. Ook de constante steun van politie en andere lokale instanties is nodig. Het gaat dan bijvoorbeeld om zorg dragen voor een veilige werkplek en het optuigen van belangengroepen om goede huurprijzen en werktijden te bedingen bij exploitanten.

Het aantal landen dat het heeft aangedurfd prostitutie volledig te legaliseren is op één hand te tellen. Ons land wordt daarom internationaal onder een vergrootglas gehouden. Amsterdam en Utrecht zijn zo belangrijke strategische vestingen in een internationale cultuuroorlog om prostitutie. Figuren als Bill O’Reilly van Fox (en de politieke netwerken waarvan zij het uithangbord zijn) hebben tevreden toegekeken hoe de partijen die de legalisering aanvankelijk mogelijk hebben gemaakt nu hard bezig zijn om dat beleid te ondergraven. Met zulke progressieve politiek is er geen conservatisme meer nodig.

De slag om de positie van de prostituee is nog niet verloren. Dit is het moment om de voorgenomen legalisering waar te maken. Dat vraagt om nationaal en lokaal beleid dat sekswerkers niet als slachtoffers ziet, maar als volwaardige politieke gesprekspartners en deelnemers aan de arbeidsmarkt. Daarmee worden niet alleen duizenden prostituees geholpen, maar staat Nederland ook weer in de progressieve voorhoede van een internationaal debat waarin stigma en taboe de dienst uitmaken. Amsterdam heeft net een nieuw college dat zich keert tegen Project 1012. Dit betekent dat er nu kansen liggen om opnieuw een voortrekkersrol te vervullen op seksueel gebied. Haal de hoer uit de verdomhoek – de wereld kijkt mee.