Geluksvogel Het beste van Kees

Elke ochtend kan ik het niet nalaten een wandeling te gaan maken in het bos en het bijbehorende heidegebied. Een heilig ritueel waar geen afstand van mag worden gedaan. Het natuurgebied is te mooi, nodigt mij te zeer uit om te worden overgeslagen. De stilte die er heerst staat gelijk aan weldaad voor de geest en kan een heilzame werking hebben op innerlijke gevoelens.

Soms voel ik me ’s ochtends down. Zeker na gebeurtenissen, voorvallen die een emotionele indruk hebben achtergelaten. Maar wanneer ik na een klein uur terug kom, voel ik me een ander mens geworden.

Natuurlijk kom ik ook anderen tegen. Af en toe een wandelaar of fietser, maar veeleer de bewoners van het bos zelf. Al gaat het net iets te ver om vogelliefhebber te worden, toch leer ik ze al wandelend kennen.

Maar één vogel geef ik een eervol plekje. De zwarte specht. Uiterst zeldzaam. En toch begroeten hij en ik elkaar ieder jaar weer. Zijn roep heeft iets exotisch. Iets magisch. Hij lacht anders dan zijn soortgenoten en als hij vliegt, grinnikt hij zachtjes in zijn bolle kop waar trots een rode kuif op prijkt.

Zodra ik hem zie, weet ik dat er geluk in het verschiet ligt. In de afgelopen jaren is dat dikwijls uitgekomen.

Maar meestal gaan er maanden voorbij zonder hem te zien.

Het is niet altijd rozengeur en maneschijn in het bos. Ik heb wel eens tegenslag ondervonden.

Er reden auto’s rond. Van mensen die vrijwilligerswerk doen in het bos, die luid naar elkaar claxonneerden.

Rust wreed verstoord. Ergernis gaf mijn anders zo goede stemming een forse knauw.

Ik moest er even van bijkomen. Ik richtte mijn blik naar de plek waar het lawaai vandaan kwam. Ik zag twee auto’s wegrijden. Enkele van de mensen die erbij stonden, zwaaiden naar elkaar.

Een vraag kwam in me op: is het van deze vrijwilligers opeens een gewoonte geworden om in dit bos te toeteren wanneer ze elkaar een afscheidsgroet geven?

Juist van natuurliefhebbers zou je zo’n uitspatting niet verwachten.

Ik liep door. Het werd weer stil.

En ineens hoorde ik een roep. Een herkenningsmelodie. Vervolgens hoorde ik iets vliegen met binnensnavelse uitingen van genoegdoening.

En dan weer die roep. Ik stond stil en luisterde. Was dat niet de roep van het geluk?