Ga allemaal lekker participeren! Maar hoe?

Burgers moeten veel meer zelf gaan doen. Dat staat in de coalitieakkoorden van bijna alle gemeenten. Het probleem: het is nog wel een beetje vaag.

De gemeente Zutphen vraagt zijn inwoners zelf stadsboomgaarden en moestuinen aan te leggen. Zoetermeer vraagt hondenbezitters bij het uitlaten extra goed op verdachte zaken te letten. En Rotterdam stelt een ‘burgerjury’ samen die het beleid van het stadsbestuur moet beoordelen.

De verzorgingsstaat verandert in een participatiesamenleving, was de boodschap in de vorige Troonrede. Gemeenten nemen die zeer serieus, blijkt uit een analyse van zestig coalitieakkoorden, waaronder die van de tien grootste steden. Burgerparticipatie is een belangrijk thema in vrijwel alle akkoorden.

Het gros van de akkoorden presenteert burgerparticipatie als vaststaand feit: mondige burgers die niet afwachten maar aanpakken, die geen hulp behoeven maar juist hulpvaardig zijn. Zo willen „particulieren” in Zwolle „steeds vaker” een „bouwinitiatief ontwikkelen”. Hagenaren willen „actiever betrokken zijn bij hun leefomgeving”. En inwoners van Breda nemen volgens de gemeente het „heft in handen”: zie „de vele initiatieven” als „stadslandbouw” en „bewonerscoöperaties die zelf investeren in het opwekken van duurzame energie”.

Stadsgesprekken

Gemeenten zien voor zichzelf vooral de rol weggelegd van aanjager. Het „stimuleren” en „ondersteunen” van „actieve burgers”. Gemeenten sturen ook aan op meer burgerlijke inspraak en zeggenschap – noem het bestuursparticipatie. Wijkbewoners die zelf budgetten beheren (Woerden), burgers die in „stadsgesprekken” hun ideeën delen met lokale bestuurders (Utrecht). Wethouders en ambtenaren worden geacht de wijken in te gaan om met burgers van ideeën te wisselen.

Gemeenten zijn dus klaar, zeggen ze, voor die participatiesamenleving.

De vraag is: zijn de burgers er ook klaar voor? De optimistische woorden in de lokale akkoorden botsen met de scepsis van, onder anderen, directeur Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Familie kan de zorg voor ouderen en zieken volgens hem niet goed op zich nemen: „Kinderen wonen vaak ver weg en hebben veeleisende banen”, zei hij vorige maand tegen NRC. En: „Buren hebben niet altijd zin, of zijn zelf oud.”

De SCP-directeur denkt dat „nieuwe vormen van zorg” en „nieuwe omgangsvormen” een omwenteling vergen die nog „een jaar of vijf, zes” duurt.

Vijf of zes jaar, dat is voorbij de horizon van de lokale coalitieakkoorden, in 2018. Maar slechts een paar gemeenten delen die scepsis. Zo kiest Almere voor „de kracht van inwoners als vertrekpunt”, maar noemt dat tegelijk een „wezenlijke cultuurverandering”.

Minder geld, dus het moet wel

Feit is: Almere en 402 andere gemeenten móéten wel meer bouwen op de burger. Utrecht schrijft het kraakhelder op: „De gemeente kan niet meer vanzelfsprekend alles voor de bewoners regelen en financieren, omdat de gemeente minder geld tot haar beschikking heeft.”

Uit de coalitieakkoorden komt één ander dominant ingrediënt naar voren: geldgebrek. De crisis dreunt na, iedereen bezuinigt. Gemeenten stoten gebouwen af, bezuinigen op het aantal wethouders en ambtenaren en tientallen gemeenten worden strenger met subsidies.

Is participatie dan misschien het wensdenken van bestuurders met geldzorgen? Wensdenken komt zeker voor, in de akkoorden. Nijmegen boekt alvast een bezuiniging in op groenonderhoud vanuit het idee dat genoeg burgers zelf hun eigen omgeving willen „vormgeven en onderhouden”. Dat zou fijn zijn voor Nijmegen: de bezuiniging op openbaar groen bedraagt 300.000 euro in 2015 en 800.000 euro vanaf 2016.

Experimenteerfase

Ook zijn de maatregelen om participatie aan te zwengelen vaak onhelder. Deels zal dat samenhangen met de aard van een coalitieakkoord: dat is immers niet meer dan een schets van de beleidsvoornemens.

Toch mag je concrete plannen verwachten waar participatie zo’n essentieel deel van de akkoorden uitmaakt. Maar gemeenten lijken nog vooral in de experimenteerfase.

Den Haag „staat open” voor initiatieven als de bouw van een eigen huis en oprichting van een eigen zorgcoöperatie. Utrecht „zoekt” naar „andere en nieuwe vormen van samenwerking en participatie”.

Er is vaagheid, er is scepsis, maar één ding is zeker: burgers met participatiedrang beginnen aan vier gouden jaren.