De wereld vergeet steeds minder

Nog maar kort geleden werd de nieuwe mogelijkheid om ‘vergeten’ te worden op Google toegejuicht. Nu ligt de nadruk in het debat op censuur. Ten onrechte, vindt Danny Mekic’.

Illustratie Studio NRC

De uitspraak van het Europese Hof van Justitie over ‘het recht om vergeten te worden’ door Google houdt de gemoederen flink bezig. Stel: Google toont onjuiste of irrelevante informatie bij het zoeken naar je naam, dan kun je dankzij deze uitspraak Google verzoeken om de irrelevante pagina’s niet langer te tonen — maar alleen wanneer een zoekopdracht daadwerkelijk jouw naam bevat. De pagina’s blijven dus online en vindbaar via andere zoektermen.

Voor de Spanjaard die naar de rechter stapte omdat hij op Google achtervolgd werd door een artikel uit 1998 (dat beschreef hoe zijn huis gedwongen werd verkocht door schuldeisers), bood het ‘recht om vergeten te worden’ uitkomst. Het oude bericht belemmerde hem om persoonlijk en financieel een nieuw leven te beginnen. Gelukkig voor hem verschijnt het artikel nu niet langer als je naar hem zoekt. Zijn verhaal is exemplarisch: de informatie die getoond werd, was overduidelijk niet langer relevant, maar wel heel schadelijk voor hem.

‘Achtervolgd’ door zoekresultaten

Nu het gebruik van zoekmachines ingeburgerd is en de hoeveelheid informatie op het internet jaarlijks sterk toeneemt, zullen steeds meer individuen worden ‘achtervolgd’ door irrelevante zoekresultaten. Niet verrassend dat Google in vijftig dagen tijd 250.000 verzoeken van 70.000 mensen ontving tot verwijdering. Dat lijkt veel, maar Google is veel meer gewend. Het ontving in diezelfde periode 42.324.954 auteursrechtenverzoeken tot verwijdering van pagina’s uit hun index — die pagina’s kunnen vervolgens op geen enkele manier meer worden gevonden.

Vooralsnog wordt het recht om vergeten te worden redelijk toegepast. Dat weten we omdat Google een e-mail stuurt naar de beheerder van een pagina die selectief wordt vergeten. Zo weten we dat een ex-advocate verzocht om een nu.nl-artikel, waarin ze vier jaar geleden vertelde over haar burn-out, niet langer te tonen bij haar naam. Ook verwerkte Google een verzoek inzake een NRC Handelsblad-artikel, over een basketballer die in 2006 vermist raakte. Inmiddels is hij allang weer gevonden, maar in zijn zoekmachineresultaten bleef hij al die tijd als vermist aangemerkt. Ook accepteerde Google het verzoek van iemand die een reactie achterliet onder een artikel van de BBC, die naar boven kwam als mensen zijn naam googelden. Stuk voor stuk redelijke situaties waarin mensen van irrelevante informatie af willen en weer controle willen krijgen over hun eigen leven.

Maar kunnen we van Google verwachten om in alle gevallen een juiste beslissing te nemen met zo’n dunne grens tussen relevant en niet-relevant, tussen privacy en censuur? En is dat recht om vergeten te worden een verbetering van het recht op privacy, of een achteruitgang van de vrijheid van meningsuiting en de vrije toegang tot informatie? En hoe wordt het toezicht geregeld?

In plaats van een debat te voeren over fundamentele vragen van het digitale tijdperk, reageerden tegenstanders ongenuanceerd fel: Wikipedia-oprichter Jimmy Wales noemde de rechterlijke uitspraak „censuur”, en de Britse journalist James Ball waarschuwt ervoor dat er gelijkenissen ontstaan zijn met het Chinese internet, dat streng gereguleerd wordt door de staat. Het ene na het andere artikel verscheen in vooral Amerikaanse en Britse media waarin het recht om vergeten te worden werd geridiculiseerd.

Hoe begrijpelijk het onbehaaglijke gevoel van critici bij de uitspraak van het Hof en het nieuwe Googlebeleid ook is: we moeten ervoor waken dat we bij nieuwe uitdagingen van de digitale wereld wel het juiste debat blijven voeren en de situatie niet ridiculiseren, maar constructief naar antwoorden zoeken. Want het debat dat die uitgesproken critici nu zijn gaan voeren — Google verwijdert blogs en nieuwsartikelen en dat is censuur — heeft niks meer te maken met waar het echt over moet gaan: hoe houden we privacy en het recht op een persoonlijke levenssfeer staande in een wereld die steeds meer onthoudt en minder vergeet? Hoe gaan we om met steeds meer (juiste én onjuiste) data, en algoritmen die mensen kunnen maken en breken op een nooit eerder vertoonde schaal?

Laat rechters hun werk doen

Kinderen die nu geboren worden, zullen gemiddeld worden geconfronteerd met een tachtig jaar lange digitale geschiedenis. We zijn het toekomstige generaties verplicht om het debat te voeren over de berg aan digitale (privé-)informatie die wordt opgebouwd. Tot die tijd moet Google twijfelgevallen afwijzen – zodat meer mensen de gang naar de rechter maken – en rechters hun werk laten doen: bepalen welke verzoeken wel en niet in aanmerking zouden moeten komen.