De doden zijn overal, ze spreken alleen een andere taal

In Twente kun je leren hoe je in contact komt met het hiernamaals. Dat is niet zweverig, vinden de deelnemers. „Iedereen kan het leren.”

Met gefronste wenkbrauwen bestudeert Marcel (44) zijn aantekeningen; informatie die hij zojuist heeft verkregen van een overledene – overgedragen uit de geestenwereld, tijdens een oefening in zijn werkgroep.

„Kan beter”, zegt Marcel, die niet met zijn achternaam in de krant wil. De Amsterdammer runt een accountantsbureau en vreest dat zijn cliënten hem „in de zweverige hoek” plaatsen, als ze horen dat hij in zijn vrije tijd met doden praat. Zelf vindt hij zijn hobby niet zweverig. „Ik krijg aantoonbaar juiste informatie door, die ik niet kan kennen. Dat komt toch ergens vandaan”, zegt hij. Bovendien is mediumschap niets geheimzinnigs of raars. „Iedereen kan het leren.”

Marcel is een van de deelnemers aan de Trainingsweek Mediumschap. Samen met zo’n 70 andere cursisten uit Nederland en België logeert hij een week lang in De Zwanenhof in Zenderen voor een intensief programma vol meditatie, lezingen en praktijklessen in werkgroepen.

Het kleine dorp op het platteland van Twente is een trekpleister voor mediums uit heel Europa. In samenwerking met het – in mediumkringen gerenommeerde – Arthur Findlay College in Londen organiseert De Zwanenhof regelmatig trainingsweken voor mensen die in contact willen komen met het hiernamaals. Dit jaar staan er in totaal 13 weken gepland, voor volgend jaar zijn dat er 23. De interesse in de spirituele wereld neemt toe volgens Joke Mijdam, directrice van De Zwanenhof. Ze ziet de aanvragen stijgen. Naast de Nederlandse weken zijn er ook programma’s voor mediums uit Finland, Duitsland en Italië.

Drukte in de slaapkamer

De Zwanenhof – ooit een retraitehuis voor paters – is een markant, bakstenen gebouw met een kapel, twee zijvleugels en een klokkentorentje in het midden, ingebed in een weidse groene vlakte. „Het is hier heerlijk”, zegt Paul Jacobs, een van de oprichters van de Trainingsweek Mediumschap, terwijl hij in de kloostertuin van de zon geniet. „Een soort Harry Potter-school.”

Jacobs werkt als docent aan Arthur Findlay College en reist daarnaast de wereld over om demonstraties te geven. Zijn doel: mensen laten zien dat het leven na de dood doorgaat. „Onze overleden dierbaren zijn altijd om ons heen en willen ons steunen. Alleen: ze spreken een andere taal.”

Zielen van overledenen communiceren niet met woorden, legt Jacobs uit, maar bedienen zich van een ander taal, die voorafgaat aan het woord. Deze ideeën geven ze aan het medium door via energie. Dat kan met beelden, dan ziet het medium een soort van diashow, maar mediums kunnen de boodschappen ook voelen, horen, proeven of ruiken. Dat gebeurt soms ook als ze dat niet willen, zegt Jacobs, en dat kan best eng zijn.

„Ik was als kind al anders”, vertelt cursiste Ria Rammelo. De 57-jarige Rotterdamse heeft net de ochtendmeditatie achter de rug. Ze ziet er niet ‘anders’ uit, net zo min als haar medecursisten; een gemengd gezelschap, overwegend vrouwen van tussen de 30 en 70 jaar; mensen die je tijdens de avondverkoop tegen het lijf loopt in de H&M.

Maar Rammelo zag van jongs af aan dingen die anderen niet zagen. Het was altijd „druk in haar slaapkamer”. Rond haar 14de kreeg ze nachtmerries en begon ze te slaapwandelen. „Ik werd steeds stiller en eenzamer”, zegt Rammelo. Pas veel later, op haar 42ste, ging ze op zoek naar ‘iets anders’. Zo kwam ze in contact met spiritualiteit en uiteindelijk met het mediumschap. „Ik dacht: hé dit voelde ik vroeger ook al, hier ben ik dus al die tijd mee bezig geweest.” Sindsdien probeert ze zich de taal van de overledenen eigen te maken.

Je moet beelden zien te ontsleutelen

Daarvoor is veel oefening nodig, zegt docente José Gosschalk, en oefenen is dan ook wat de cursisten deze week doen. In de namiddag wordt er in kleine groepjes flink getraind. Het groepje van Gosschalk leert vandaag bewuster te letten op de manier waarop ze de informatie doorkrijgen. In groepjes van twee moeten ze ‘contact maken’ met een overleden dierbare van degene die tegenover ze zit. Ze moeten niet alleen informatie vergaren, maar ook aangeven op welke manier ze die hebben verkregen, dus of ze de boodschap hebben gezien, gehoord of gevoeld. Beelden zijn het beginpunt. „Nu moet je daar als medium mee gaan werken, de boodschap zien te ontsleutelen”, zegt Gosschalk. Soms knap lastig, want overledenen geven lang niet altijd de meest voor de hand liggende beelden door.

Heeft u met Lego gespeeld?

Dat blijkt ook tijdens de presentatie die de docenten geven in de oude kapel. Een van de mediums maakt contact met de vader van een man in het publiek, en geeft in rap tempo informatie over de overledene. „Je vader was altijd druk, een harde werker, armen uit de mouwen”, zegt het medium bijvoorbeeld. De man antwoordt steeds instemmend, tot het medium over Denemarken begint. „Is uw vader daar wel eens op vakantie geweest?” „Niet dat ik weet’’, antwoordt de man. „Oh! Het gaat over Legoland; ook in Denemarken! Heeft u misschien vroeger met uw vader met Lego gespeeld?” Dát is het dus.

Critici zeggen dat wel meer vaders met hun kinderen met Lego hebben gespeeld. Volgens sommigen doen mediums niets anders dan goed opletten, een methode die ook wel ‘Cold Reading’ wordt genoemd. Wie er een beetje in getraind is, kan veel informatie verzamelen alleen al uit het uiterlijk van de persoon – lichaamstaal, kleding, manier van praten. En door de juiste vragen te stellen. Maar mediums zeggen dat ze vaak genoeg feiten boven tafel krijgen, zoals plaatsnamen of straatnamen, die je niet met Cold Reading kunt achterhalen.

Het gaat ook om kracht en liefde

„Veel mensen nemen geen genoegen meer met oude instituten die de taal van deze tijd niet spreken willen, zoals de kerk, maar ze ervaren een materialistisch leven als niet vervullend”, zegt directrice Mijdam. Lang niet iedere deelnemer ambieert een carrière als medium. „Een groot deel doet mee om beter in contact met zichzelf, anderen en de universele energie te komen en daarmee een krachtiger, liefdevoller en spiritueler mens te worden.” Jacobs juicht de ontwikkeling toe. „Boodschappen van overledenen doorgeven aan hun nabestaanden is leuk en aardig, maar uiteindelijk gaat het om meer”, zegt hij. „We zijn allemaal deel van één grote kracht en die is eeuwig. Als we ons meer bewust zouden zijn van die eeuwigheid, zouden we er hier niet zo’n puinhoop van maken.”