‘De beer is los’, op de sociale media, over Israël en Gaza

„Antisemitische meldingen blijven binnenstromen op #Cidi. Lijkt erop dat de beer los is.” Dat twitterde Esther Voet gisteren, directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI).

Op Twitter en andere sociale media verhevigt het Palestijns-Israëlisch conflict zich na de bombardementen over en weer. „Net zoals we dat zagen tijdens het Israëlische offensief tegen Gaza in 2008. Als het daar hommeles is, dan merken we dat hier”, zegt Voet.

Er komt van alles voorbij, zegt Voet. Van oproepen tot moord op Joden tot mensen die wensen dat Hitler er nog was onder de noemer #hitlerwasright. De meeste meldingen moet het CIDI nog onderzoeken.

Het CIDI mag dan meer meldingen binnenkrijgen, de meldpunten discriminatie hebben het niet drukker dan normaal, zo blijkt uit een rondgang langs acht meldpunten discriminatie en Joodse en Palestijnse organisaties. Voor de deur van het Amsterdamse Joods Historisch Museum staat wel een politiepost, maar binnen is het „business as usual”, zegt een woordvoerder. Na de aanslag op het Joods Museum in Brussel besloot de gemeente mobiele posten te plaatsen bij Joodse instellingen in de stad. Maar „we gaan straks gewoon open”.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs wordt regelmatig geconfronteerd met discriminatie. Donderdagnacht werd er een baksteen naar zijn huis gegooid, onbekend is door wie. Jacobs was niet thuis, die was in Moskou waar hij samen met andere Joodse leiders een ontmoeting had met de Russische president Poetin. „Ik ben niet bang”, zegt Jacobs, „maar mijn vrouw wel. Ze kon daarna niet meer slapen.”

Een paar dagen eerder kwam er een toeterende auto met Arabische jongeren voorbij. „Ze staken triomfantelijk hun duimen omhoog uit het autoraam, terwijl Israël tegelijkertijd werd bedolven onder de raketten.” Zowel autochtone als allochtone Nederlanders maken zich schuldig aan racistisch gedrag, zegt Jacobs. „Alles begint bij opvoeding en onderwijs. Wat kunnen wij doen als kinderen met haat worden geïndoctrineerd door hun ouders? Helemaal niets. Daar moet worden ingegrepen.”