Blank, man, 50-plus: Cameron heeft er geen plaats meer voor

De Britse premier heeft zijn buitenlandminister en andere kabinetsleden weggestuurd. Óp naar de verkiezing van 2015.

Cameron (links) en Hague samen op een partijcongres in 2007, toen de Conservatieven nog in de oppositie zaten. Foto Bloomberg

Het was de nacht van de lange messen in de Britse politiek. Met als climax een tweet gisteravond om tien uur waarin premier David Cameron het vertrek van zijn minister van Buitenlandse Zaken, William Hague, aankondigde.

De vierenhalf uur daarvoor had de premier al afscheid genomen van veertien andere ministers, staatssecretarissen en onderministers. Een herschikking van een Brits kabinet is niet ongewoon. Harold Macmillan ontsloeg in 1962 zelfs een derde van zijn ministers, Tony Blair in 2002 31 bewindslieden. De premier wil daarmee vaak zijn partijboodschap nog steviger uitdragen. Gisteravond was de lijn: wie blank, man en vijftigplus was, moest het veld ruimen.

Vanochtend maakte Cameron bekend wie zijn nieuwe Conservatieve ploeg vormt (vicepremier Nick Clegg laat zijn deel van de coalitie intact). En zoals verwacht, kreeg een aantal jonge vrouwen die in 2010 in het Lagerhuis kwamen, een promotie. Liz Truss wordt minister van Landbouw, Nicky Morgan is de nieuwe minister van Onderwijs.

Cameron moest wel. Met nog tien maanden te gaan is duidelijk dat als hij de parlementsverkiezingen wil winnen, hij niet alleen moet voorkomen dat de eurosceptische UKIP-ers stemmen weg snoepen (vandaar dat de meest rechtse ministers als Theresa May en Chris Grayling nog zitten), maar vooral ook vrouwelijke kiezers moet trekken. Die kunnen de doorslag geven in 2015. Maar tegen opiniepeilers zeggen vrouwelijke ondervraagden dat ze Cameron „incompetent” en „pretentieus” vinden, en het kabinet te mannelijk.

Niet dat de namen van de nieuwe bewindslieden de meeste kiezers veel zullen zeggen. Zelfs onder de gesneuvelden waren onderministers die alleen in hun eigen departement en kiesdistrict bekendheid genoten. Uitzonderingen waren Owen Paterson, die als minister van Landbouw de omstreden uitroeiing van dassen moest overzien, en Ken Clarke, de 74-jarige veteraan die al in het kabinet-Thatcher diende.

Het aftreden van minister Hague van Buitenlandse Zaken veroorzaakte de meeste ophef. Hij kondigde niet alleen zijn vertrek aan als minister, maar zei ook na 29 jaar in het Lagerhuis – waarvan vier jaar als partijleider – te zullen verlaten.

Geruchten dat Hague door Cameron zou worden voorgedragen als opvolger van Catherine Ashton, de huidige EU-buitenlandcoördinator, of tot EU-commissaris, werden vanochtend ontkend. Hague zelf twitterde dat hij „na zo’n lange periode in de politiek aan heel veel andere dingen die ik altijd wilde doen, ga beginnen”.

Hague wordt opgevolgd door Philip Hammond, de huidige minister van Defensie. Hammond is aanzienlijk eurosceptischer dan Hague. Die toonde zich, ondanks de anti-Europese verkiezingscampagne die hij als Conservatieve partijleider in 2001 voerde, de afgelopen vier jaar pragmatisch.

Hammond heeft daarentegen hardop gezegd dat als Londen geen bevoegdheden terugkrijgt uit Brussel, hij bij een referendum zal stemmen voor terugtrekking uit de EU, een zogenoemde Brexit. Dat ‘als’ is belangrijk: Hammond vindt wel dat er onderhandeld moet worden.

Ook het ontslag van Dominic Grieve, de juridisch adviseur van de regering, laat een belangrijke verschuiving zien. Grieve was, hoewel kritisch over het Hof in Straatsburg, fel tegen opzegging van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, zoals enkele van zijn collega’s in het kabinet willen.

Die blokkade is nu weg. Net zoals met het aftreden van Ken Clarke de enige pro-Europeaan in het Conservatieve deel van het kabinet is verdwenen. Grappend werd hij de zesde Liberaal-Democraat aan tafel genoemd. Vanochtend zei hij dat hij in het Lagerhuis blijft om het Verenigd Koninkrijk binnen de EU te houden.