Zelfs Coppi was beducht voor de Limburger

Jan Nolten

wielrenner (1930 - 2014)

Hij was de eerste Nederlandse geboren klimmer. Veel talent, maar ook gemakzuchtig.

Bij zijn thuiskomst na de Tour de France in 1952 bejubelden zo’n 20.000 supporters Jan Nolten in Geleen. De grootse huldiging dankte de 22-jarige debutant niet alleen aan zijn zege in de bergrit naar Monaco, veel meer indruk maakte Nolten met het onvergetelijke duel dat hij later in de race naar de top van de Puy-de-Dôme uitvocht met Fausto Coppi, de legendarische Italiaanse campionissimo.

Nolten, die gisteren op 84-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van een hersenbloeding, heeft altijd volgehouden dat hij Coppi die zeventiende juli had kunnen verslaan als hij in de finale beter was geïnformeerd. In het boek Bravo, les Hollandais! zegt de Limburger tegen Jeroen Wielaert dat hij vier kilometer voor de top van de Puy-de-Dôme twee befaamde mede-vluchters loste, Gino Bartali en Raphaël Geminiani.

„Toen hebben ze Coppi gewaarschuwd”, aldus Nolten. „Jan Cottaar [de bekende radioverslaggever] kwam bij me, op één kilometer van de finish, en die heeft nog geroepen: ‘Jan, daar komt Coppi aan’. Kees Pellenaars [de altijd sigaren rokende ploegleider van Nolten] had de jeep kapot. Als die bergop ging begon de motor te koken. Cottaar zat in een volgauto en hing uit het venster. Er zaten veel motoren bij me, dus ik verstond hem niet. Vijftig meter voor de top passeerde Coppi me. Ik dacht dat ik al gewonnen had, maar werd volkomen verrast door Coppi.”

Na de finish noemde Coppi op de Nederlandse radio Nolten „een grote belofte voor de toekomst”. Ruim een week eerder toen Nolten in Monaco triomfeerde, had ook Tourdirecteur Jacques Goddet veel lof voor de Limburger. „Het kleine Nederland heeft dit jaar een groot kampioen naar de Tour gestuurd.”

Nolten was de eerste Nederlandse geboren klimmer. De grote, blonde, magere coureur met zijn lange benen blonk in 1952 niet alleen uit in Monaco en op de Puy-de-Dôme, tevoren gaf hij zijn visitekaartje af door als achtste te finishen in de eerste Touraankomst op Alpe d’Huez. Zijn beste plaatsen in het eindklassement behaalde Nolten, die vijf keer de Tour reed, in 1952 (15), 1953 (19) en 1954 (14).

Wielerkenners waren het erover eens dat de begenadigde klimmer beter had kunnen scoren. Maar Nolten was bepaald geen trainingsdier, hij was wat gemakzuchtig. Hij begon vaak niet optimaal voorbereid aan de Tourstart, kreeg niet het volle vertrouwen van Pellenaars en klaagde er terecht over dat de begeleiding en verzorging bij de Nederlandse ploeg slecht was.

In 1954 leek hij in de Tour op weg naar een hoge klassering, toen een knieblessure volkomen verkeerd werd behandeld, zo staat in het boek Alles uit de kast van Frans van Schoonderwalt. „In plaats van koude kreeg hij warme compressen en moest letterlijk op één been Parijs zien te bereiken.”

De grillige einzelgänger Nolten, in 1953 ritwinnaar in de ‘Nederlandse stad’ Bordeaux, moest zes jaar later zijn carrière beëindigen na een zwaar auto-ongeluk.