Ze doet het voor lippenstift en lattes

Als 18-jarige ging ze zichzelf prostitueren via internet, en haar verslag moet ons doen nadenken over onze seksuele moraal.Maar zijn wij nou verknipt of is zij het?

Ik moest bij de titel van Waar was ik goed voor in jouw leven van Marie Calloway onwillekeurig denken aan Britney Spears. De titel zou zo de titel van Britney-hit kunnen zijn. En ik dacht ook aan hoe zij in Baby one more time, haar eerste succeshit, zong: ‘Oh baby, baby. The reason I breathe is you. Boy you got me blinded’ en ‘Show me how you want it to be’. En aan hoe die zinnen, terwijl ze als een krols kronkelend katje in sexy schoolmeisjesuniform door haar smetteloze highschool huppelde, veel meer betekenden dan we op het eerste oog zagen, of wilden zien. Het was één en al knipoog naar porno, naar wat mannen willen zien van vrouwen, tenminste, volgens de wetten van de lust-tv.

De Amerikaanse Marie Calloway, 18 als het boek begint, laat zien dat ze is opgegroeid met Britney en allerlei Britney-varianten op haar netvlies. Ze weet precies wat ze moet doen om mannen te behagen: zeggen dat ze de reden zijn dat zij ademt, dat ze haar verblinden, dat ze haar laten zien hoe ze het (of haar) willen.

Vier sekswerkjaren

Haar reactie op dit 21ste-eeuwse seksisme: ze besluit om zich via internet te verkopen als prostituee – en ze beschrijft de vier sekswerkjaren die volgen als een soort sociaal experiment. De Portlandse is zelf het onderwerp van het onderzoek, en ze geeft haar beweegredenen dan ook weer in zakelijke, beredeneerde taal, zonder literaire verfraaiing. ‘Ik heb geld nodig voor foundation van BareMinerals’, schrijft ze, ‘en lippenstift van MAC en lattes met sojamelk en pizza’s. Als ik geld verdien, ben ik mijn ouders niet langer financieel tot last; dan ben ik productief en bereik ik iets.’

Het boek is ook zo rauw vormgegeven: Calloway plempte haar dagboekaantekeningen achter elkaar op de pagina’s, zette er mailwisselingen en Facebook-, sms- en WhatsApp-gesprekken tussendoor. Daarmee past ze in de groep jonge New Yorkse schrijvers rond internetfenomeen Tao Lin, die in het boek ook langskomt en onder meer een bijrol speelt als schrijver die dertig tweets voordraagt op een voorleesavond. Dit zijn schrijvers die vanuit een soort nihilisme hun leven tot kunstperformance verheffen en een verslag daarvan als roman publiceren – zonder dat erg duidelijk blijkt waarom of waartoe, of wát ze eigenlijk performen.

Wat Marie nog toevoegt aan die exhibitionistische zelfliteratuur, zijn foto’s van zichzelf – want zij zet zich nadrukkelijk lichamelijk in voor haar verhaal. Ook de sociale media en haar gebruikers moeten het ontgelden: als Marie na een BDSM-escapade foto’s van haar borsten met bloeduitstortingen online zet, mag ze voor straf een dag niet inloggen op haar Facebookaccount. ‘Omdat een paar preutse sukkels haar verkennende maatregelen ten onrechte hebben geïnterpreteerd als provocatie. En bedankt, stelletje perverselingen.’ Ja, op sociale media delen we alleen het likeable deel van de werkelijkheid – maar dat wisten we al.

Wie is er nou verknipt?

En ‘verkennende maatregelen’? Wat verkent ze dan precies? Ze zoekt vooral haar eigen grenzen op – en dat is toch een zwakte in Waar was ik goed voor in jouw leven. Het boek oppert veel stof tot nadenken, maar de vraag is: gaat het nou over een maatschappij met een misselijkmakend pornocomplex, of over een beschadigd meisje dat een bepaald type mannen opzoekt, in reactie op haar gebrek aan eigenwaarde? Ofwel: zijn wij nou verknipt of is zij het?

Je verwacht, of hoopt, van een boek als dit dat wij een beetje verknipt blijken – en dat het ons daarmee confronteert, zoals Sletvrees van Sunny Bergman voor discussie zorgde en heel wat ogen opende. Maar uit deze roman komt toch vooral Marie als de verknipte naar voren: doordat ze op die afgestompte toon vertelt, en doordat ze wel van alles wil delen, maar niet openhartig is. Doordat ze misschien doet wat ze doet omdat er ‘traumatische seksuele ervaringen uit het verleden’ doorwerken – die worden al vroeg in het boek genoemd, en maken van haar verhaal toch meer voer voor een persoonlijke psychoanalyse dan voer voor maatschappelijke discussie.