‘Wie Assad steunt, voedt steeds groter monster’

Zestien jaar lang zat hij vast in het Syrië van Assad. Nu zijn zijn vrouw en broer ontvoerd door extremisten. Hoe kon de opstand zo ontsporen?

Yassin al Haj Salehs eigen omstandigheden weerspiegelen de verloedering van de Syrische opstand. Twee van de acht broers van de Syrische schrijver zijn ontvoerd door de extremistengroep ISIS. Een is na vijf weken vrijgelaten; de ander zit nu een jaar vast. Zijn vrouw Samira Khalil is een van de vier mensenrechtenactivisten die in december uit hun kantoor in rebellengebied bij Damascus werden ontvoerd. Ze is, naar hij aanneemt, in handen van de Al-Qaedagroep Jabhat al-Nusra of het bijna even extremistische Islamitisch Front. „Die komen niet uit het gebied en ze willen laten zien wie de macht heeft. Ik heb tot dusverre niets concreets over hun situatie gehoord. Alleen geruchten dat ze nog leven.”

Hij weet zelf hoe het is gevangen te zitten. Hij zat 16 jaar, van 1980 tot 1996, in de gevangenis van Hafez al-Assad, de vader van de huidige Syrische president. Hij was lid van een dissidente communistische partij. Dat was niet de reden dat hij werd opgepakt, zegt hij. Hij was tegen het regime.

Honderdduizenden Syriërs waren in maart 2011 niet in opstand gekomen zonder het voorbeeld van de succesvolle opstanden in Tunesië en Egypte, zegt Saleh in een gesprek vorige maand in Amsterdam, waar hij was voor het festival ‘Reporting Change: Stories from the Arab World’.

„We waren bang, maar dachten het tovermiddel te hebben gevonden om het regime ten val te brengen. Syriërs zijn niet anders dan Tunesiërs en Egyptenaren. Ons regime is wel heel anders. In Tunesië en Egypte had je een dictatuur. In Syrië hebben we geen dictatuur. We hebben politieke slavernij. We blijven slaven als dit regime wint.”

Hoe was het mogelijk dat deze opstand voor vrijheid ontaardde in een oorlog tussen extremistische krachten – Assad en jihadisten?

„Het proces van radicalisering begon na een aantal maanden revolutie. Een heel belangrijk moment was juli 2012. Allereerst kwam toen een einde aan het nationale karakter van de strijd. Het regime verloor de controle over de grenzen van het land in het noorden, het westen en het oosten. Dat legde Syrië open voor jihadisten uit vele landen – een soort religieuze huurlingen. Geld uit de Golfstaten voor veel jihadistische groepen ging effect krijgen. Tegelijk nodigde Assad Iran, Hezbollah en milities uit Irak uit om zijn regime te komen helpen. En het regime zette zijn luchtmacht in boven steden, en ging later dat jaar chemische wapens gebruiken.

„Die factoren verwoestten onze revolutie. De traditionele islam in Syrië wordt beschreven als gematigd. Maar als in je omgeving tientallen zijn gedood, worden veel mensen kwaad – en ontvankelijk voor het extremistische verhaal van Jabhat al-Nusra of andere salafistische groepen.”

In de hele Arabische regio was er hoop in 2011. Nu is het oorlog of chaos of heeft een autoritair regime opnieuw de macht gegrepen. Was de Arabische Lente van het begin af aan gedoemd te mislukken?

„Het Midden-Oosten is de regio met de meeste bemoeienis in de wereld. Dit internationale machtssysteem verdedigt zichzelf. Speciaal in Syrië. Het is niet alleen Assad die verzet biedt. Zelfs de Golf-monarchieën zijn geen echte steun voor de revolutie in Syrië. Ze helpen bepaalde extremistische groepen. Ze willen geen regime dat voortkomt uit vreedzame protesten, geen kans op besmetting. Syrië is de plaats waar harde lessen worden uitgedeeld. Niet alleen aan de Syriërs. Jordaniërs kunnen in vluchtelingenkamp Zaatari zien wat er gebeurt met mensen die opstaan tegen hun heersers. Ze moeten als honden leven, in onmenselijke omstandigheden. Syrië is de plek waar de mensen van het Midden-Oosten, of misschien ook daarbuiten, een les wordt geleerd.”

Is er nog hoop voor Syrië?

„Waar ging de revolutie over? Verandering van regime en een nieuw begin voor het land. Een en dezelfde dynastie heeft het land 41 jaar geregeerd. Onze enige hoop is nu de eliminatie van het regime. Alles blijft natuurlijk nog tien jaar of langer heel moeilijk. Er is geen enkele garantie dat er dan een eind komt aan de oorlog. Maar dit zou mogelijk een proces van matiging en begrip losmaken, in plaats van verdere radicalisering. En dat leidt tot isolering van de extremistische groepen. Zij profiteren van de volkswoede over de dood uit de lucht. Als dit regime blijft, hebben we ISIS, en Al-Nusra én Assad.”

Bent u niet bang dat de opmars van ISIS in Irak westerse landen ertoe brengt Assad te gaan steunen – alles beter dan een moslimextremist?

„Dat is mogelijk. Maar ik denk dat dit het stomste is dat ze kunnen doen. Als je Assad steunt, voed je een monster dat groter en groter wordt. Het zou een onvergeeflijk verraad van de Syriërs zijn – en het probleem niet oplossen. Alles wat ISIS in de hand werkt, zou in stand blijven. Wij Syriërs zijn geen speciale soort. We willen wat iedereen overal wil. We willen niet zo’n bruut regime. ISIS en andere dergelijke groepen zijn de uitkomst van een stupide politiek.

„De meerderheid van ons was gematigd. Alleen kleine groepen waren dat niet. Nu zijn ook veel Syriërs bij de ISIS. En uiteindelijk zal het jullie ook treffen. We leven in één wereld.”