Wat is er eigenlijk mis met een druk kind?

Waarom slikken zo veel kinderen medicijnen om rustig te worden? Afwijkend gedrag wordt steeds minder geaccepteerd.

Hyperactieve kinderen werden vroeger vastgebonden aan een stoel. Of opgesloten in een leeg lokaal. Tegenwoordig, sinds een jaar of vijftien, krijgen ze om de vier uur een pilletje met methylfenidaat, merknaam Ritalin. Dan worden ze rustiger en kunnen ze zich beter concentreren.

Vorig jaar kregen al 200.000 Nederlandse kinderen en tieners dagelijks Ritalin. Vier keer zo veel als tien jaar geleden (nu 4,5 procent van alle jongeren en zelfs 7 procent van de 11-, 12- en 13-jarigen). Daarbij belanden veel kinderen met ADHD (attention deficit hyperactivity disorder) in het speciaal onderwijs (drie keer zo duur als gewoon onderwijs), bij de psycholoog of psychiater en na hun 18de in de Wajong, een arbeidsongeschiktheidsuitkering voor het leven.

Bij ADHD functioneren de delen van de hersenen die gedrag remmen en sturen niet goed. Dat zijn de zogeheten dopaminebanen, die nodig zijn voor signaaloverdacht in de hersenen. ADHD-kinderen hebben buitengewoon sterke prikkels nodig om plezier te beleven. De impuls om die sterke prikkels op te zoeken, kunnen ze niet onderdrukken. Ze reageren op alles, proberen alles uit. Ze roepen, praten, springen, rennen. Voor ouders, de juf en klasgenoten is dat lastig.

Hoe is het mogelijk dat steeds meer kinderen dit extreem drukke gedrag vertonen? Of worden ze alleen extreem druk gevónden door ouders en leerkrachten en een maatschappij die steeds andere eisen aan hen stelt? En waarom slikken ze allemaal psychofarmaca waarvan onbekend is welke gevolgen die hebben op hun hersens op de lange termijn? Zijn er geen andere mogelijkheden om hen tot rust te brengen?

Op deze vragen zocht de Gezondheidsraad – een belangrijk adviesorgaan van het kabinet – antwoord. Vorige week publiceerde de raad er twee adviezen over.

Het aantal kinderen met ADHD lijkt niet toegenomen, stelt de Gezondheidsraad, alleen wordt de stoornis eerder herkend en benoemd dan vroeger. Ouders en scholen vragen ook sneller hulp voor een lastig kind dan vroeger. Praatprogramma’s, opvoedbladen en overheidscampagnes hebben die drempel verlaagd. Bovendien, schrijft de raad, hebben scholen en ouders er financieel belang bij om een kind te laten diagnosticeren: zónder ADHD-diagnose krijg je geen geld voor extra hulp op school, van een psycholoog of een plek in het speciaal onderwijs.

Er is geen sprake van overdiagnostiek, stelt de raad, maar misschien wordt er wel overbehandeld. De toename van het gebruik van Ritalin vindt de raad „zorgelijk”. Vooral omdat gedragstherapie voor ouder, leraar en kind ook effectief is. Sommige ADHD-kinderen kunnen leren hun impulsen te onderdrukken. Maar die therapieën worden zelden toegepast zonder dat het kind methylfenidaat slikt. Uit een studie in de Verenigde Staten bleek onlangs dat daar al 10.000 peuters Ritalin slikken – op een totaal van 4,2 miljoen 2-jarigen.

Wat is er eigenlijk tegen een druk, impulsief kind? De Gezondheidsraad is er duidelijk over: afwijkend gedrag wordt door leerkrachten steeds minder getolereerd. De mal waar het kind in moet passen, lijkt kleiner te worden. Hoe meer de juf verlangt dat kinderen in de klas zelfstandig werken – wat op heel veel basisscholen gebeurt – des te lastiger voor haar en de klasgenoten is het als één of twee kinderen dat niet kunnen en alsmaar rondbanjeren.

Kinderen die aanleg hebben voor ADHD functioneren ook thuis minder goed dan in het verleden, zeggen kinderpsychiaters. De leefwereld is onrustiger: ze gaan naar de naschoolse opvang, naar attracties en activiteiten in het weekend, beide ouders werken, en er zijn meer computer- en televisieprikkels. Kinderen spelen gemiddeld minder buiten dan vroeger en sporten minder. Ze zitten, kortom, veel stil.