Tijd voor gefrituurde bloemen

‘Wil je een paar courgettebloemen hebben?” Tegen zo’n aanbod moet je nooit nee zeggen. Dus gilde ik: “Ja natuurlijk, wat dacht je dan?” door de telefoon. De betreffende vriend-met-groentetuin had zelf net vijf dagen achter elkaar gefrituurde courgettebloemen gegeten en hoe heerlijk die ook zijn, op een dag word je wakker en denkt: vandaag even niet.

Zo kwam ik in het bezit van acht diepgele courgettebloemen. Wat hebben die toch een schitterende kleur! Nog dezelfde avond gingen ze in de frituur. Gevuld met ricotta, Parmezaanse kaas, citroenzest en munt en gewenteld in een beslag van bloem, eieren, witte wijn en water.

Ik ga het recept hier geven, ook al realiseer ik me dat niet iedereen zo gemakkelijk aan courgettebloemen kan komen. Wie geen eigen tuin heeft of geen vriend-met-groentetuin zou het nog kunnen proberen op de (bio)markt of bij goed gesorteerde groentejuweliers. Als er één moment is waarop ze te koop zijn, is het wel nu, midden in het bloeiseizoen.

En als dat niet lukt? Het is nooit te laat om nieuwe vrienden te maken. Fiets eens langs een volkstuinencomplex, deel hier en daar wat complimenten uit en kijk wat er gebeurt.

Vouw de kelk van de courgettebloemen open en haal de meeldraden eruit. Meng de citroenzest, de munt en 1 eidooier door de ricotta en maak op smaak met zout en peper uit de molen. Vul de bloemkelken met dit mengsel en draai ze aan de puntjes dicht. Verhit een laag olie in een (frituur-) pan tot 175 graden. Doe de witte wijn en 125 ml koolzuurhoudend water + een paar ijsblokjes in een kom. Voeg de resterende 2 eidooiers, de bloem plus een snufje zout toe en klop met een vork tot beslag. Klop het eiwit stijf in een schone kom en spatel dit er luchtig doorheen. Haal de courgettebloemen door het beslag. Laat ze, met een paar tegelijk, in de hete olie glijden en frituur ze in een paar minuten goudkleurig. Laat uitlekken op keukenpapier en serveer direct.