Technisch meesterdirigent leidde 75 jaar toporkesten

Lorin Maazel (1930-2014)

Legendarisch om analytisch oor, barse autoriteit en ijdelheid.

Maazel in 2005 Foto EPA

Wie hem wilde horen dirigeren, moest de laatste jaren vaak eerst door een zuur appeltje heen bijten. Dirigent Lorin Maazel (84), gisteren thuis in het Amerikaanse Castleton overleden, was ook componist. Bij veel concerten eiste hij dus dat er ook werk van zijn eigen hand werd uitgevoerd. Sterk was dat oeuvre niet: zware morele boodschappen gingen hand in hand met een weinig oorspronkelijke muzikale inhoud.

Maazel, die aan de gevolgen van een longontsteking is overleden, had al een tijdje het merendeel van zijn werk afgezegd. Ook zijn werk als chef-dirigent van de Münchner Philharmoniker legde hij vorige maand neer, een jaar eerder dan gepland. Bij zijn eigen muziekfestival, vijf jaar geleden rondom zijn ranch in Virginia opgezet, was hij nog wel tot het laatst actief betrokken. Hij opende het festival eind juni zelf en volgens betrokkenen leek het erop dat hij aan het aansterken was.

De in Parijs in een muzikaal gezin geboren Amerikaan Maazel had een lange, bloeiende carrière waarvan een periode van zeven jaar als chef-dirigent van het New York Philharmonic Orchestra het hoogtepunt vormde. En hij werkte niet alleen tot het laatst door, hij begon ook zeer vroeg. Lorin Maazel maakte zijn dirigeerdebuut al als 8-jarige, na lessen van een huisvriend van zijn ouders. ‘Kleine Lorin’ – „een mollig figuurtje in een linnen pakje dat foutloos alle inzetten aangaf” – werd een nationaal begrip en op zijn vijftiende had hij alle grote Amerikaanse orkesten gedirigeerd. Er volgden er nog circa 200 in Maazels ruim 75 jaar omspannende podiumcarrière. Behalve in New York was Maazel chef aan de Deutsche Oper in Berlijn, bij het Cleveland Orchestra De Wiener Staatsoper, het Pittsburgh Symphony Orchestra en het orkest van de Bayerische Rundfunk in München – voor een miljoenensalaris dat veel kritiek uitlokte.

Als dirigent paarde Maazel perfectionisme en een autoritaire air aan een fotografisch geheugen en een analytisch meesterbrein. Met die eigenschappen functioneerde hij decennialang met wisselend succes aan de top van het internationale muziekleven.

Typerend was de uiteenlopende kwaliteit van zijn uitvoeringen: meestal technisch uitmuntend verzorgd, maar regelmatig ook afstandelijk in die perfectie. En soms waren concerten onder Maazel opeens uitzonderlijk matig – een euvel dat sommige critici weten aan het feit dat Maazel doorgaans uit het hoofd dirigeerde.

Sociaal gold Lorin Maazel als stroef en ijdel – een reputatie die werd gesteund door zijn zwierige gebaren en nadrukkelijke wens met ‘maestro’ te worden aangesproken. Toen de Berliner Philharmoniker hem passeerden voor de positie van chef-dirigent, reageerde Maazel met een persconferentie, om te onderstrepen dat hij in Pittsburgh heus veel gelukkiger was.

Naar verluidt werd Maazel milder met de jaren. In een schaars interview meldde hij dat zijn zeven kinderen om zijn ‘keizerlijke reputatie’ zouden schateren. En ook op zijn eigen festival legde hij zich met warmte toe op het ondersteunen van muzikaal talent.