Popsterren imponeren technisch

Niet iedereen was goed bij stem, maar de meeste popartiesten op North Sea Jazz excelleerden desondanks door hun technische souplesse.

[1]Funky soulzangeres Liv Warfield[2] Powersoul headliner Stevie Wonder

Dat North Sea Jazz dit jaar afsloot met een rapgroep, bewijst nog eens hoe breed de muzikale basis van het festival is. Zondag mocht Outkast uit Atlanta het weekend afsluiten, de rapgroep waarvan de twee leden vanwege creatief zeer verschillende karakters al jaren hun eigen weg uitstippelen. Het werd geen alles-uit-de-kast-show. Alles draaide om de techniek van de rappers.

André 3000 bewees ook live een van de beste rappers ooit te zijn met zijn elastieken raps, ingenieuze rijmschema’s en geweldige gegoochel met cadans, ritme en melodie. Ook Big Boi imponeerde met zijn heerlijk stuiterende rapflow. Mooi was dat de rappers gewoon een dj bij zich hadden in plaats van een band, zoals de laatste tijd te vaak op festivals. Nu klonken hun beats zoals ze hoorden te klinken en zoals geen drummer ze ooit zou kunnen evenaren, en konden de rappers daarop excelleren.

De poproute op North Sea Jazz kronkelde langs rap en soul en langs poprock en dance. De r&b van Kelis viel wat tegen. Deze voorheen zo kleurrijke urban act kwam naar North Sea Jazz in haar nieuwe rol als kalme soulzangeres en zong bij vlagen mooi rustig doorleefd maar ze miste de nodige pit in haar stem. Dat ze ook haar oudere grote hits in een nieuw jasje stak, werkte niet altijd even goed. Bij publieksfavoriet Milkshake werd live al het rauwe en opzwepende van het origineel eruit gefilterd en deinde de zaal maar wat beteuterd mee.

Nee, dan de stomende show van Liv Warfield, de revelatie die uit de schaduw van Prince kroop om – samen met de ongekend strakke blazers van Prince’s New Power Generation – het dak van de Maas-zaal af te blazen met haar stevige funky souljams. Ook hier weer won de techniek: deze wat minder bekende act nam de immense zaal voor zich in op basis van pure technische souplesse. Ook The Internet, een aan de tegendraadse hiphopcrew Odd Future gelieerde band, toonde zich live een aanwinst op soulgebied met warme, relaxte soultracks, fluwelen baslijnen en de eigenzinnige frontdame Syd Tha Kid, die zich excuseerde voor haar hese stem; ze had een avond eerder bij een concert van Eminem in Londen iets te hard gefeest.

Ook de grote headliner Stevie Wonder worstelde zaterdagavond met zijn stem waardoor de vaart wat moeilijk in zijn show kwam. De haperende vocalen van de maestro waren in het begin van zijn pakkende set vol powersoul zelfs de zwakke schakel maar nadat hij voor de propvolle zaal begon te gorgelen en opwarmingsoefeningen deed voor zijn stem, was dat de opmaat voor een meer wervelend vervolg. Wonder betrok voortdurend de zaal bij zijn set, liet ze zingen en klappen en gaf ze les in harmoniezang. Achter hem stond een solide soulband met koper, groovend stuwende bassen, heerlijk pulserende percussie, strakke harde drums, een stralend koor en schetterend koper. Zelfs nu de meester niet in topvorm was, steeg zijn band tot grote hoogten.

Bij het optreden van Wonder leek de door hem op het podium uitgenodigde Joss Stone meer in haar element dan tijdens haar eigen optreden, waarin ze melig haar soulcovers aan elkaar praatte maar ondanks haar stevige stem niet wist te imponeren. En dat is in een zo breed en kleurrijk programma uiteindelijk wat je zoekt, dat ene unieke moment dat je nergens anders had kunnen vinden. Of dat nu is omdat rappers vermoedelijk aan hun laatste tour bezig zijn, omdat een technisch ijzersterke achtergrondzangeres eindelijk haar draai heeft gevonden, of omdat een van de grootste artiesten ooit er, ondanks een matige vorm, uiteindelijk toch in slaagt met zijn muziek te betoveren.