Kinderen krijgen? Nee, dank je, we zijn niet gek

De geboortecijfers dalen. De overheid geeft een bonus voor een vijfde kind.

Kinderen op het schoolplein van een school in Teheran. Ouders kunnen er via camera’s hun kroost vanuit huis observeren. Foto Reuters

Een doordeweekse avond in de Iraanse hoofdstad. Vier stellen zitten aan tafel, allen redelijk succesvol, getrouwd en in de dertig. Ze lachen, praten over politiek, over doordeweekse vakanties naar de Kaspische Zee en de slechte economie. Als het over kinderen gaat is iedereen het eens: „die willen we niet”.

De vriendengroep is geen uitzondering in Iran. Sommige experts zeggen dat over twintig jaar de bevolkingsgroei in Iran volledig stagneert als de geboortecijfers blijven dalen. Daarom zijn de Iraanse leiders een groots kinderoffensief begonnen. Hoe meer, hoe beter, is hun motto.

Het is nogal een ommezwaai. Het vorige beleid was er juist op gericht dat mensen zo min mogelijk kinderen krijgen. Begin jaren negentig, toen de Iran-Irak-oorlog voorbij was, besloten meer pragmatische geestelijken dat een twee-kind politiek het land meer welvaart zou brengen. Daarom werd in het hele land campagne gevoerd om de geboortecijfers omlaag te krijgen. De overheid betaalde voor sterilisaties en deelde condooms uit.

Dit programma is nu dus afgeschaft. Bevallingen zijn gratis en vrouwen krijgen langer zwangerschapsverlof. Gezinnen die een vijfde kind krijgen, krijgen een bonus van 1.200 euro. In Teheran hangen billboards van een lachende vader die met vijf kinderen moeiteloos een berg op fietst. Een andere vader met slechts twee kinderen laat hij ver achter zich.

De vrienden aan de eettafel lachen om dit soort propaganda. „Ik wil niet eens één kind”, zegt Ali Mohammadi (36) die een snackbar runt. „Laat staan vijf!” Het leven in Iran is al zo onvoorspelbaar, vallen anderen hem bij. Stort de munt verder in? Komt er een nucleaire deal? Komen er ooit meer vrijheden? „Ik denk vaak bij mezelf: was ik maar ergens anders geboren”, zegt Ali. „Waarom zou ik hier dan zelf een kind ter wereld brengen?”

„We wonen in bij onze ouders”, zegt Negar Mohammadi (31), overigens geen familie van Ali. Met haar huidige salaris, als manager van een restaurant, kan ze in haar dagelijks onderhoud voorzien. „Maar een eigen huis huren, dat is een droom”, zegt ze. „Dus aan kinderen kan ik echt niet denken.”

Ayatollah beeft van angst

De opperste leider, ayatollah Ali Khamenei, sloeg deze winter alarm. In een toespraak zei de geestelijke te „beven van angst” als hij nadenkt over de geboortecijfers. Dit „gevaarlijke onderwerp” speelt nu en niet in de toekomst, hield Khamenei zijn gehoor van andere leiders voor. „Over een paar jaar is de jonge generatie oud. En dan hebben we geen oplossing.”

De Iraanse statistieken spreken boekdelen. Vlak na de revolutie van 1979, een tijd van vreugde en optimisme, kregen Iraanse stellen gemiddeld 3,6 kinderen. Nu nog maar 1,3. Er is een geboortecijfer van 2,1 nodig om de bevolking op peil te houden. Ter vergelijking: in Nederland worden 1,8 kinderen per vrouw geboren.

Khamenei presenteerde vorige maand een zelfbedacht plan van veertien punten om het geboortecijfer op te krikken. „Maak het makkelijker voor mensen om te trouwen”, schrijft hij. „Zorg dat de islamitische cultuur wordt gerespecteerd. Versterk de nationale identiteit. We hebben een jeugdige geest nodig om vooruitgang te boeken.”

Uiteindelijk moeten er in 2050 meer dan 150 miljoen Iraniërs zijn. Volgens de laatste census zijn dat er nu 78 miljoen. De gevolgen van de maatregelen zijn al zichtbaar in de kliniek van dokter Nasir Ahmadi, die de afgelopen jaren meer dan 6.000 zaadleiders heeft dichtgeknoopt.

„Iedereen kon hier komen en gratis een sterilisatie laten uitvoeren”, zegt Ahmadi. Nu is zijn wachtkamer leeg. Zijn secretaresse zit verveeld haar nagels te vijlen en Ahmadi ijsbeert tussen de behandelkamer en zijn kantoor. Nu de subsidie op operaties is opgedroogd, komt er bijna niemand meer. „Ik ben al bezig met een cursus botox inspuiten”, zegt hij. „Daar valt meer mee te verdienen.”

God zorgt voor alles

Het afschaffen van de subsidies zal het tij niet keren, zegt Mohammad Jalal Abbasi-Shavazi, professor demografie aan de Universiteit van Teheran. „Dat leidt eerder tot meer ongewenste kinderen.” Alleen het verbeteren van de economie zal volgens hem leiden tot meer baby’s, in plaats van symptoombestrijding. „De staat kan alleen slagen als er naar de mensen wordt geluisterd”, zegt hij. „Die willen financiële zekerheid boven alles.”

In een moskee in Zuid-Teheran wuift een mullah dat argument weg. „Het is God die voor ons dagelijks brood zorgt. Moslims moeten eerst zorgen voor meer kinderen en zich geen zorgen maken over hun materiële wensen”, zegt hij. „God zal ervoor zorgen dat alles goed komt.”

Aan de eettafel zijn er twijfels. „Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen, ze moeten een goede toekomst hebben”, zegt Ali. „Mijn ouders hadden een beter leven dan ik nu. Ik vrees dat het voor de generatie na mij nog slechter wordt.”