Jonge Dumoulin krijgt ruimte om zich te tonen als een rittenkaper

Tom Dumoulin komt als klassementsrenner nog tekort in de Tour de France. De 23-jarige tijdritspecialist mag zich van zijn ploeg richten op dagsucces. In het spoor van zijn Duitse voorbeeld, Tony Martin.

Wat ze ook probeerden, Der Panzerwagen haalden ze niet meer bij. Maar liefst twintig renners deden gisteren alles wat ze konden om de Duitser Tony Martin (Omega Pharma-Quickstep), die in zijn eentje op weg was naar Mulhouse, nog bij te halen. Algemeen manager Iwan Spekenbrink van de Giant-ploeg: „Normaal verwacht je dat je een vluchter wel weer terughaalt met zo’n grote groep. Dit was bizar, hoe Tony Martin gereden heeft. Ze reden er vol achteraan, en toch loopt hij uit naar bijna drie minuten voorsprong.”

Even voorstellen: Tony Martin, a.k.a. de pantserwagen, ook wel ‘pletwals’ genoemd. Beest. Rijdt in zijn eentje een heel peloton aan barrels. Soms ook letterlijk: op het WK wielrennen, vorig jaar, in Florence, zette hij in de individuele tijdrit zo’n sterke tijd neer dat hij er vijfde mee zou zijn geworden op het WK ploegentijdrit. Let wel: in die laatste discipline rijden de renners kop over kop, waardoor hun gezamenlijke snelheid in principe hoger ligt dan een renner die de hele rit in zijn eentje de wind moet weerstaan. Maar alleen de allerbeste ploegen ter wereld zijn op die wijze sneller dan Martin, die gisteren en passant de bolletjestrui veroverde, in zijn eentje.

In de achtervolgende groep van twintig zat ook Tom Dumoulin (Giant), die een opmerkelijke Tour rijdt. Tot vrijdag was hij de best geklasseerde Nederlander in het algemeen klassement. Hij stond dertiende, één plaatsje boven Bauke Mollema (Belkin). Zou Dumoulin dan toch een klassementsman zijn? Als tijdrijder heeft de Limburger al indruk gemaakt; zo werd hij vorige maand Nederlands kampioen in deze discipline. Maar voor een klassementsrenner kwam hij nog tekort in de bergen, zeiden zijn ploegleiders. Heuvels gaan prima, het hooggebergte minder.

Totdat Dumoulin vorige maand in de Ronde van Zwitserland bergop ineens met de besten mee kon. Dankzij twee goede tijdritten stond hij de gehele tijd tweede in het klassement. De slotetappe, naar Saas-Fee, eindigde op een berg van de buitencategorie. Dumoulin hield goed stand, verloor slechts twee minuten op de Portugese eindwinnaar Rui Costa (Lampre) en finishte op een meer dan verdienstelijke vijfde plaats in het klassement.

Maar in de etappe van zaterdag, naar Gérardmer, moest hij elf minuten en dertig seconden toegeven op de Franse ritwinnaar Blel Kadri (AG2R). Kon hij niet beter? Of was het een bewuste keuze? Als hij lager in het klassement staat, laten de grote tenoren hem immers eerder begaan als hij een keertje meezit in een ontsnapping.

Het is natuurlijk beide, zei Spekenbrink gisteren na afloop van de etappe naar Mulhouse. „Als je ziet dat het niet haalbaar is om met de allerbesten mee te gaan, dan moet je in een grote ronde ook aan je kansen gaan denken. Het lijkt me niet verstandig als je volledig in het rooie rijdt voor een dertigste plek, en dan andere kansen opoffert. Op het moment dat je goed in het klassement staat en het is realistisch, dan vecht je ervoor. Maar op het moment dat je wegzakt, dan moet je denken: waar liggen onze kansen nog? In zijn geval is dat voor een ritzege gaan.”

Gisteren was Dumoulin niet opgewassen tegen de alles verpulverende dijbenen van Martin. Maar het zal niet de laatste keer zijn dat hij het probeert. De 23-jarige renner uit Maastricht blijft een enigma. Zelfs zijn ploegleiders weten niet hoe ver Dumoulin zich nog kan doorontwikkelen. Zijn tijdrit is uitmuntend, in de sprinttrein voor de Duitser Marcel Kittel is hij een belangrijke schakel. En meezitten in een ontsnapping kan hij dus ook. „Ik wil graag in dit soort ritten leuke dingen laten zien”, zei hij gisteren zelf, terwijl hij op de parkeerplaats van een fabriekshal in Mulhouse, waar de ploegbussen stonden, nog even aan het uitfietsen was. „Hier ben ik voor.”

Het is niet verwonderlijk dat Spekenbrink tot op heden buitengewoon content is met de inbreng van de jongeling, die vorig jaar bij zijn Tourdebuut direct opviel en als 41ste eindigde in Parijs. „Tom wordt twee keer vierde en heeft goed werk gedaan op de kasseien. Hij rijdt een heel uitgebalanceerde Tour, met mooie uitschieters.”

Goed, de enige echte Nederlandse klassementsrenner is vooralsnog Mollema. Maar zo spectaculair als vorig jaar, toen hij een tijdlang tweede stond in het klassement, is het voorlopig allemaal nog niet. De Groningse Leeuwarder zakte gisteren drie plaatsen, naar de twaalfde stek in de strijd om de gele trui. Maar op de hem kenmerkende wijze wist hij te melden dat hij zich daar geen zorgen over maakt. „Wie zijn mij voorbij? Tony Gallopin, Tiago Machado en Pierre Rolland? Die zie ik niet echt als concurrenten. Dat zijn goede renners natuurlijk, maar daar ben ik op zich niet bang voor.”