Ik kan een enorme tuthola zijn

Jarenlang hield econoom en jurist Heleen Mees zich bezig met de vrouwenzaak. Nu richt ze zich op China. De manier waarop het Westen tegen China aankijkt, is achterlijk, zegt ze tegen zichzelf.

Illustratie Enkeling

Waarom een interview met jezelf? Ben je bang voor de ander?

„Journalisten lezen ter voorbereiding altijd eerdere interviews en stellen vervolgens precies dezelfde vragen. Zo raak je bevroren in je eerste interview. En ik hou me nu met andere kwesties bezig dan tien jaar geleden. Toen wond ik me op over de vrouwenzaak, maar das war einmal.”

Wat houd je momenteel het meest bezig?

„Ik ben net terug uit Beijing. Het was daar fantastisch. Maar nu ben ik vre-se-lijk gejetlagd. Ik doe dit zelfinterview om 4 uur ’s ochtends.”

Wat trekt je aan China?

„Het klinkt cliché, maar de dynamiek. Ik was in april voor het eerst na anderhalf jaar weer in Beijing en de stad was in die tussenliggende maanden zo veranderd. Ik riep een paar keer: ‘Help, de Chinezen hebben Beijing overgenomen!’”

Wat bedoel je daarmee? Er wonen toch voornamelijk Chinezen in China?

„Dat is zo. Maar een paar jaar geleden werden de hippe plekken in de stad voornamelijk bezocht door westerlingen – althans buitenlanders. Dat is nu heel anders. Een Italiaans restaurant of een Franse bistro kan makkelijk vol zitten met jonge Chinezen, net als de Starbucks.”

Wat betekent dat? Dat China meer westers aan het worden is?

„Het betekent vooral dat de welvaart in China snel aan het toenemen is, en in bredere lagen van de bevolking dan voorheen het geval was. Je ziet het als je in de grote malls bent; ook het personeel dat er werkt, heeft geld te besteden en geeft dat onder meer uit aan eten in restaurants en uitgaan.”

Maar dat is Beijing. Is dat in de rest van China ook zo?

„Volgens Louis Kuijs, die Azië-deskundige is voor Royal Bank of Scotland in Hongkong en voorheen bij de Wereldbank in Beijing werkte, is het beeld in kleinere Chinese steden precies zo. Je praat dan overigens nog steeds over miljoenensteden als Chengdu en Chongqing.

Dus jij keek niet raar op van het bericht in de Financial Times van 30 april dat de Chinese economie de Amerikaanse dit jaar al passeert?

„Nee. Louis [Kuijs] en ik hadden de week ervoor net tegen elkaar gezegd dat de officiële Chinese cijfers het bruto nationaal product waarschijnlijk onderschatten. Over statistieken is veel discussie mogelijk, alleen al over wat je wel meetelt en wat niet en hoeveel waarde bepaalde diensten vertegenwoordigen, maar de groei in China is gewoon tastbaar.”

En die harde landing van de Chinese economie waar iedereen het altijd over heeft?

„Veel onheilsprofeten roepen al jaren dat de ineenstorting van de Chinese economie ophanden is. De overheidsinvesteringen zouden te hoog zijn en de huizenprijzen te hard gestegen. Het is een intellectueel luie positie, want de stelling kan altijd waar zijn. Je praat immers over de toekomst. Het zou fijn zijn als de onheilsprofeten op een gegeven moment ook kunnen toegeven dat ze er domweg naast hebben gezeten. Het Chinese leiderschap deert het niet. Dat heeft zich juist met hand en tand verzet tegen de publicatie in de Financial Times dat China de Amerikaanse economie dit jaar al passeert. Ze willen geen slapende honden wakker maken.”

Dat is de Chinese economie. Maar wat trekt jou persoonlijk aan in China?

„De afgelopen maand woonde ik in een kleine hutong-woning. Het was behoorlijk primitief. Het dak lekte op veel plaatsen en je mag geen wc-papier door de wc spoelen, want dan raakt de afvoer verstopt. Je hoort voortdurend mannen die op straat rochelen en spugen. De eerst dagen dacht ik: mijn God, wat doe ik hier? Maar nu ik terug ben in New York mis ik de Chinezen die vrijelijk en ongegeneerd al hun lichaamssappen delen.”

Lichaamssappen?

„Speeksel, urine, poep. Allemaal op straat waar je bij staat en net naast het stalletje waar fruit en groente worden verkocht. Het is vreselijk vies, maar daardoor ook wel erg leuk. New York heeft schone lucht en het is een prachtige stad, maar die zintuigelijke gewaarwordingen mis ik nu al. In vergelijking met Beijing is New York een beetje saai.”

Dus je pleit voor afschaffing van het riool?

„Nee! Ik ben zelf een enorme tuthola als het daarop aankomt. Het interessante is het contrast dat bestaat in Beijing. Op een paar kilometer afstand van de hutongs is Sanlitun North Village, waar alle grote Europese modehuizen hun flagship store hebben, en je de meest elegant geklede Chinese vrouwen ziet met grote Birkin bags aan de arm. Maar in de wc’s in Sanlitun hangt wel een bordje met de waarschuwing dat het niet de bedoeling is om op de toiletbril te gaan staan. Het is het contrast dat het zo spannend maakt.”

En Chinese mannen?

„Daar wordt in het Westen ook veel te badinerend over gedaan. De Chinezen die naar het Westen emigreerden, zijn de zuidelijke Chinezen, dus qua lichaamsbouw meer vergelijkbaar met Mediterrane mannen in Europa en Mexicanen in Amerika. In Beijing zie je ook lange en mooie Chinese mannen. Als je in China bent zijn de harde gelaatstrekken van Nederlanders, en ikzelf ben op dat punt bepaald geen uitzondering, juist minder aantrekkelijk.”

Ben je wel eens in bh-city geweest? Daar maken ze alleen maar bh’s.

„Bh-city is iets uit vervlogen tijden. Die beha’s worden nu in Bangladesh gemaakt waar fabriekspanden arbeiders verpletteren. Alleen maar omdat wij in het Westen geen fatsoenlijke prijzen voor kleding willen betalen. In China rollen inmiddels de Mercedessen van de band en wordt het leeuwendeel van onze iPhones gemaakt. Je vraag geeft wel goed weer op wat voor achterlijke manier men in het Westen over China denkt.”

Achterlijk?

„Ja, achterlijk en stereotiep. China is in hoog tempo een powerhouse op het gebied van research and development aan het worden. De Chinezen willen niet langer alleen de iPhones produceren, ze willen ze ook zelf uitvinden. Daar wordt door de Chinese overheid actief op gestuurd. Zo proberen Chinese universiteiten met veel geld toponderzoekers van westerse universiteiten, vaak zelf Chinezen, naar China te lokken. Met succes. Het aantal Chinese publicaties in vooraanstaande academische tijdschriften neemt hand over hand toe.”

Geen enkele kritiek?

„Natuurlijk wel. De economische bloei heeft niet tot grotere persvrijheid geleid. Integendeel. Voor westerse journalisten wordt het steeds moeilijker om visa te krijgen en hun werk te doen. De websites van Bloomberg News en The New York Times zijn al bijna twee jaar geblokkeerd. Het Plein van de Hemelse Vrede lag er onwerkelijk bij op 4 juni, 25 jaar na het neerslaan van de studentenprotesten. Maar het zou een misrekening zijn om te denken dat China om die reden gedoemd is.”

Wil je nog iets kwijt over de kwestie-Buiter?

„Geen commentaar.”