Gevonden: talent in de buitenklasse

NSJ eerde oude helden en verwelkomde nieuw talent, zoals jazzvocaliste Cécile McLorin Salvant.

Was het de toegift van Dr Lonnie Smith die zijn nog nadampende Hammondorgel even liet, en op zijn versterkte wandelstok (slaperoo) begon te bassen? Waren het de smakelijk anekdotes over John Coltrane van de stokoude tenorsaxofonist Benny Golson of juist de krankzinnig bezwerende extravanganza van het Sun Ra Centennial Dream Arkestra dat zich met de 90-jarige aanvoerder en blazer Marshall Allen, kronkelende dansers op leeftijd en zijn stoet bont uitgedoste muzikanten tussen de gangpaden bewoog?

Het regent favoriete momenten in een bomvol muziekweekend op North Sea Jazz in Rotterdam. Het muziekpalet dat het grote indoorfestival in en rond Ahoy presenteerde met pop, jazz en aanverwante stijlen, concerten in dertien zalen en dj’s op het dak, was weer ongekend veelkleurig en van een hoog niveau. Het festival, met 25.000 bezoekers per dag, is een goede graadmeter van wat er leeft in de (inter)nationale jazz. Dat gaat niet alleen om vernieuwing – de modern creatieve jazz die met onverminderde lust grenzen oprekt. Net zo blijven er momenten dat de musici stil staan bij wat voorafging in de muziekgeschiedenis, voor hommages of frisse reproductie met nieuwe energie.

In de ontelbare namenbrij van gevestigde jazznamen en de aanwas van jong talent is het vooral speuren naar die ene ontdekking. Dé naam die alles de moeite waard maakt. Die werd in de Madeira-zaal gevonden, waar het gisteravond draaide om jazzvocalen. Eerst viel zanger/pianist Daniel von Piekartz op bij de band van saxofonist Benjamin Herman door zijn relaxte vocale benadering in zacht smeltende, sentimentele stukken. Daarna nam de jonge Cécile McLorin Salvant, dochter van een Franse moeder en een vader uit Haïti, de zaal op onthutsend sterke wijze voor zich in. Vanaf de eerste noten die ze zong met haar trio (piano, bas en drums) vervoerde ze; wat een buitengewoon jazztalent.

Op haar repertoire staan kleine, curieuze, bijna vergeten of weinig opgenomen jazz/blues liedjes. Zoals The Trolley Song van Judy Garland: waarin ze in dit concert soepeltjes glissandi reeg aan theatraliteit. Of bijvoorbeeld Bessy Smith’s What’s the Matter Now? Salvant beschikt over een grote vocale lenigheid en timing, brengt de liedjes met souplesse en klasse en schurkt met haar rauwe klankkleur soms langs Billie Holiday, maar ze kon ook laag en zompig klinken, de klanken rondrollend in haar keel.

Ook bijzonder aan deze zangeres is hoe ze humor verweeft in haar jazz. Het „meest seksistische liedje” dat ze kende, Wives & Lovers van Burt Bacharach, bracht ze speels en schalks, rollend met haar ogen achter het opvallende witte brilmontuur. Een echte theatervedette met lef was ze in de afsluiter Something’s Coming uit de musical West Side Story. Eigenlijk is het allemaal prachtig wat Cécile McLorin Salvant liet horen. Ze heeft alles om een grote te worden in de vocale jazztop.

Ook in de van de hitte druipende, lage Yenisei-zaal werd gisteravond goede jazz gemaakt. Nieuwe blazers bewezen zich er: trompettist Avishai Cohen had melodische power, op een wat kreunende ritmische basis; de toon van de Japanner Takuya Kuroda was minder scherp maar aangenaam in neo-soulvolle moderne jazz waarin de groove leidde.

Opvallend is altijd de welwillendheid van het publiek op North Sea Jazz. Doodstil luistert het naar bijna tot stilstand komende subtiele jazz, open stelt het zich voor grovere, elektrische verkenningen, juichend bij toegankelijkere jazz light van Snarky Puppy of Dirty Loops.

Nederlandse jazzmusici imponeerden niet alleen door hun altijd flexibele houding als werkende jazzbijen in sterrenbands. Zo bestond de bigband van Artist in Residence Christian McBride voor de helft uit Nederlandse krachten, speelde Benjamin Herman mee met Dr. John en funkte Candy Dulfer met Sheila E. Imponeren deed saxofoniste Tineke Postma als sparringpartner van saxofonist Greg Osby. En ook de levendige muzikaliteit van de Braziliaanse zanger/gitarist Lenine met componist Martin Fondse was zalig aantrekkelijk.

North Sea Jazz eert graag oude helden. Zo stond, terecht, het werk van de legendarische Amerikaanse muziekproducer en arrangeur Quincy Jones centraal. Het Metropole Orkest voerde onder leiding van Jules Buckley zijn bigband-oeuvre op aantrekkelijk wijze uit. Mooi hoe de oude Jones (81) zelf het orkest door zijn klassieker Soul Bossa Nova heen hielp. Minder geslaagd was het betaalconcert daarna: Jones presenteerde daar zijn piepjonge ontdekkingen, maar kwam er zelf nauwelijks voor uit de coulissen.