Geen monetaire experimenten, svp

De ECB moet moet zich louter richten op prijsstabiliteit, schrijft Sylvester Eijffinger.

De euro is duur ten opzichte van de dollar. Dat belemmert de export van Europese landen en zou het fragiele economische herstel in Europa in de weg kunnen zitten. Moeten dergelijke overwegingen een rol spelen in het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB)?

Over die vraag stelde ik mijn advies op aan het Europees Parlement in het kader van de driemaandelijkse monetaire dialoog met ECB-president Mario Draghi op 14 juli, vandaag dus. Mijn antwoord is negatief. Onder bepaalde omstandigheden kan het beïnvloeden van wisselkoersen een gunstig bijeffect zijn van monetair beleid, maar daar is momenteel geen sprake van. Erger nog, pogingen om de wisselkoers van de euro te beïnvloeden, brengen het primaire beleidsdoel van de ECB – prijsstabiliteit – in gevaar.

De eerste indicatie dat prijsstabiliteit in gevaar is kunnen wij zien in de prijzen van financiële activa die uiteindelijk zullen overslaan naar de prijzen van goederen en diensten. Het kan dan misgaan als straks de economie aantrekt en de geldhoeveelheid moet worden ingeperkt.

In mijn advies pleit ik voor het zo zuiver mogelijk houden van de rol van de ECB, mede in de traditie van de Nederlandse econoom en Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen die leerde dat elk op zichzelf staand beleidsdoel een op zichzelf staand beleidsinstrument vereist. De ECB is alleen verantwoordelijk voor de interne waarde van de euro en heeft geen mandaat voor de externe waarde. Daarmee is haar beleidsinstrumentarium gekoppeld aan de interne waarde.

Uiteraard zou een goedkopere euro de Europese economie helpen, maar de verantwoordelijkheid daarvoor moeten we niet bij de ECB leggen. De concurrentiekracht van Europa is vooral een zaak van nationale regeringen: zíj moeten de economische hervormingen die nodig zijn ter hand nemen en zíj moeten een strak begrotingsbeleid voeren.

De ECB kan niet alles oplossen. Met een (ruime) geldpolitiek die andere doelen lijkt na te streven dan prijsstabiliteit wordt dat wel gesuggereerd. Met dit beleid zou de ECB bovendien proberen het gevaar van deflatie te voorkomen in de zuidelijke landen van de eurozone. Terwijl het in die landen gaat om specifieke problemen, die alleen op te lossen zijn als men bereid is door de zure appel heen te bijten. Er is wellicht sprake van een aanpassing van de relatieve prijzen tussen de noordelijke en zuidelijke landen, maar geen sprake van deflatie, een continu proces van prijsdalingen in de gehele eurozone.

Ik vrees dat het hanteren van meervoudige doelen uiteindelijk de geloofwaardigheid van het ECB-beleid kan ondergraven. Zijn de beleidsmakers in Frankfurt dan nu de Rubicon al overgestoken? Dit is in ieder geval de verkeerde richting. Ze zijn dan nog niet aan de overkant, maar staan wel middenin het water.

Laten wij hopen dat Draghi en zijn collega’s zich verder onthouden van monetaire experimenten die contraproductief werken. Mochten ze voortgaan met deze experimenten, dan zal dat de onafhankelijkheid van de ECB verder aantasten en daarmee de ECB in hetzelfde kwadrant als de Federale Reserve en de Bank of England brengen. Daarmee wordt de ECB een speelbal van de Europese politici. Dat moeten wij niet willen.