Fundering voor Oranje is in Brazilië gelegd

Oranje

Van het Nederlands elftal werd voor het WK maar weinig verwacht. Maar de jonge groep van Louis van Gaal vaagde in vier weken al het defaitisme weg.

Arjen Robben, in duel metFernandinho, zorgde er met zijn aanvallende actie voor dat Nederland al in de tweede minuut een penalty kreeg. Foto ANP

Georginio Wijnaldum haalde zijn schouders op. Zijn vreugde-uitbarsting na zijn 3-0 tegen Brazilië deed ergens denken aan Marco Tardelli’s iconische blijdschap na zijn doelpunt voor Italië in de WK-finale van 1982, maar dat zei Wijnaldum (23) weinig. „Ik ben gewoon blij dat ik kan spelen hier, zonder blessures, nadat ik ruim een half jaar langs de kant heb gestaan. Ik ben zo dankbaar.”

Wijnaldum is één van de vele wonderlijke hoofdstukken in het succesverhaal van Louis van Gaal. De bondscoach heeft zijn eredivisietoppers bijna allemaal getest, gewogen en bekwaam bevonden. Zaterdagavond kwam Oranje, dominant en overtuigend, geen moment in de problemen tegen Brazilië, een gekrenkte voetbalnatie met vedetten die hun marktwaarde geen moment recht deden. Het dwong hun coach Felipe Scolari volgens Braziliaanse media tot een vertrek. „Ik ben niet bezig met spelers van 50 miljoen waar ik tegenover sta”, lachte Wijnaldum, doelend op David Luiz van Paris St. Germain.

Of neem Daley Blind, de onvermoede maker van de 2-0. Hij keek voor de aftrap om zich heen en moest denken aan het jeugd-EK, vorige zomer in Israël, waar Jong Oranje in de halve finale verloor van Jong Italië. Stefan de Vrij, Bruno Martins Indi, Jordy Clasie, Memphis Depay, Leroy Fer, Wijnaldum, zij waren er toen ook bij. „Wat we allemaal hebben meegemaakt samen is fantastisch”, zei Blind. Iedereen is trots, zo ontzettend trots.

Slechts één helft op dit WK, tegen Australië, was Oranje de weg kwijt. De ploeg speelde meteen tegen Spanje zijn meest spectaculaire duel. Daarna was het hard werken volgens ijzeren discipline, voorwaar niet Neerlands meest karakteristieke kwaliteit. De nieuwe bondscoach Guus Hiddink zei in VI onlangs dat het in het Nederlands voetbal „iets meer toe mag naar overleven”. Zie ze overleven in Brazilië: in de laatste vijf duels, met twee wedstrijden van 120 minuten dus, kreeg Nederland één doelpunt tegen. Brazilië dus dertien.

Er waren grote zorgen over het Nederlands voetbal, maar wat moet de pessimist nu nog? Dirk Kuijt ziet in de tactische veelzijdigheid van Oranje een nieuw wapen, nu het team 5-3-2 ook onder de knie heeft. „Deze groep heeft nu laten zien dat het ook op een andere manier kan. Ik denk dat de Nederlandse speler van huis uit tactisch goed geschoold is en dus veel systemen aan kan, alleen is het niet gebruikelijk die te gebruiken. Dit kan op clubniveau ook mooie dingen opleveren.”

Onder leiding van een vindingrijke topcoach heeft een intelligente selectie van welwillenden het defaitisme in een tijdsbestek van precies een maand weggevaagd. Toch? „We moeten ons nu niet blindstaren op één succes”, zei Bert van Oostveen, directeur betaald voetbal van de KNVB, zaterdag in Brasilia. „Je moet blijven innoveren, blijven ontwikkelen. Je hebt het ook nu weer gezien op dit toernooi, landen die volop in ontwikkeling zijn: Algerije, Costa Rica. Kennis is te koop, ook in andere werelddelen. Wij moeten het hebben van onze jeugdopleidingen, en daar moet je bij tijd en wijle kritisch naar kijken.”

Inderdaad. Eén gebrek blijft fier overeind: pure technische vaardigheid. Die ene beweging om een patstelling als bijvoorbeeld tegen Argentinië te doorbreken. Ook dat is opleiding, training en talent gecombineerd. Het is wat Johan Cruijff wil zien bij Ajax, het is wat de methode van wijlen Wiel Coerver dicteert. Van Oostveen: „Daar maken we ons zorgen over. Negen jaar geleden zijn we begonnen met de regionale jeugdopleidingen, de RJO’s [gefuseerde opleidingen van meerdere profclubs], maar leveren die voldoende rendement? Ik heb daar mijn twijfels over.”

Hiddink komt, in de woorden van Van Gaal, „in een gespreid bedje” terecht. Dat is bijna helemaal waar. De nieuwe bondscoach kan veel voor zich uitschuiven, maar sommige zaken vragen acute aandacht. Kuijt, multifunctioneel tot in het extreme dit WK, zei uit zichzelf dat „mijn leeftijd nu een issue gaat worden” – hij is 33. Wesley Sneijder richtte zich op, en de vraag is of hij dezelfde discipline over twee jaar nog kan opbrengen. De spierblessure die hij opliep in de warming-up kan iedereen overkomen, maar het was niet voor het eerst.

En dan het curieuze geval van aanvoerder Robin van Persie. Hij is in de hiërarchie voorbijgestreefd door Robben en was alleen in de wedstrijd tegen Spanje de held. Hij liet zich na het duel tegen Brazilië ondiplomatiek uit over de kritische NOS-analist en oud-teamgenoot Pierre van Hooijdonk, maar zei er nog wel bij dat „ik goed tegen kritiek kan”. De inleiding tot de vroege strafschop tegen Brazilië toonde een vleugje wereldklasse, zoals hij Robben wegstuurde richting een zekere treffer, en de benutte strafschop maakte Van Persie topscorer van Oranje met vier goals. Iemand nog klachten? „Ik heb alles gegeven, dat is het minste wat ik kon doen.”

Zo erft Hiddink van Van Gaal een selectie die tactisch veelzijdig is, weet wat er op een toernooi gevraagd wordt en bovendien grotendeels nog jaren meekan – mits egokwesties in der minne geschikt worden. Het EK 2016 kan met vertrouwen tegemoet gezien worden nu Nederland zich weer heeft aangesloten bij de wereldelite. Mochten zijn opvolgers het nog beter doen, dan mag Van Gaal, zoals hij vaak en graag pleegt te doen, ook dat succes deels claimen. Oranje staat als een huis en de fundering is gelegd in zijn tweede bondscoachschap. Hij verjongde, experimenteerde en droeg een prestatiecultuur over op spelers van wie pakweg de helft dat amper gewend is in het leven buiten Oranje. Meer kon menselijkerwijs niet verwacht worden.